| Nieuw onderzoek nuanceert onfeilbaarheid van DNA-tests |
|
|
|
|
DNA-onderzoek wordt sinds de jaren 80 veelvuldig toegepast in de criminalistiek, het wetenschappelijk onderzoek ten dienste van de opheldering van misdrijven. Het is een populaire test waar veel vertrouwen aan wordt gehecht, en waarvan het resultaat een belangrijk en doorslaggevend element kan vormen in de bewijslast tegen een verdachte. Maar een Amerikaans-Brits onderzoek, gevoerd door de professoren Itiel Dror en Greg Hampikian, nuanceert de onfeilbaarheid van DNA-tests. De onderzoekers stuurden onder meer DNA-stalen van een Amerikaan, die op basis van een DNA-test was veroordeeld voor deelname aan een groepsverkrachting, naar 17 forensische experts in de VS. De bevindingen van de experts lagen sterk uiteen: één vond de staal overtuigend, vier vonden van niet, en maar liefst twaalf oordeelden dat de Amerikaan niets te maken had met de verkrachting. De professoren stuurden ook naar 1.000 experts de DNA-profielen van vier verdachten van een verkrachting, steeds in een andere volgorde en context. Daarbij bleek dat alle experts afwijkingen in het DNA-profiel interpreteerden als uitschieters van de apparatuur, en daardoor de verdachten als schuldig beschouwden. Voor professor Ronny Decorte van het forensisch labo van de KU Leuven zijn de resultaten niet verrassend. Er bestaan ten eerste geen internationale normen voor DNA-onderzoek. En ten tweede kunnen ze ook gemakkelijk besmet zijn met DNA van anderen. Hij benadrukt dat een DNA-test heel nuttig kan zijn, maar dat dit niet als enige bewijslast mag gebruikt worden. Bron: Grote twijfels rond DNA- onderzoek, De Standaard Online, 15/08/2010. |


