|
Wie de moeite neemt om via Google te zoeken naar de ‘zeven hoofdzonden’ vindt meer dan achttienduizend sites. Engelstaligen kunnen bij meer dan zes en een half miljoen ‘seven sins’ sites terecht. Deze hoge aantallen wijzen erop dat de hoofdzonden bekend zijn bij het grote publiek en dat er makkelijk informatie over kan worden gevonden op internet.
Toch vond Margriet Sitskoorn het nodig om een boek te schrijven over onze hoofdzonden ofwel de passies van het brein. Zij probeert in te gaan op de relatie tussen onze hersenen en de verleidelijke kracht van onze zonden. Sitskoorn is klinisch neuropsychologe en het is haar dagelijks wetenschappelijk werk om bezig te zijn met mensen en de afwijkingen in hun gedrag. Dit populair wetenschappelijk boek is een ontdekkingsreis naar de verankering van de zonden in ons brein en hoe onze zonden ons handelen kunnen sturen en ons aanzetten tot a-sociaal gedrag.
Achter in het boek vind je een vereenvoudigde figuur waarop belangrijke gebieden van het genot- en pijnnetwerk in de hersenen zijn aangegeven. Dat is maar goed ook, want zij werkt aan de hand van casussen waar zij mensen schetst met een persoonlijkheidsverandering na ziekte of ongeval. Per casus komt een hoofdzonde (hebzucht, afgunst, trots, luiheid, woede, lust, vraatzucht) en het gebied in de hersenen waar deze zonde zetelt, ter sprake. In iedere casus is een verandering van zedig naar zondig te ontdekken. De voorbeelden zijn soms bizar en ook wetenschappelijk gaat Sitskoorn wel eens kort door de bocht. Het wordt langzaamaan duidelijk dat onze hoofdzonden worden gevormd door een gevecht tussen het genot- en pijnsysteem in onze hersenen. Het door Darwin in kaart gebrachte overlevingsmechanisme heeft er evolutionair voor gezorgd dat een zonde als hebzucht of lust ons doet overleven. Bij beschadigingen aan bepaalde delen van de hersenen, na een ongeval of tumoraal proces bijvoorbeeld, komen deze, meestal slechte, maar zeer menselijke eigenschappen meer tot uiting. Het lijkt dan ook dat een gezonde, maar zeker een zieke mens niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn / haar driften, verslavingen of asociaal gedrag. Om deze misinterpretatie op te vangen komt Sitskoorn met een belangrijke en aanvullende factor. Er is naast de krachten die naar genot of pijn trekken, een derde kracht aanwezig in de hersenen. Een kracht die de invloeden van genot en pijn kan reguleren en de imperfectie van deze systemen kan opvangen. Deze kracht kennen we als wijsheid. Wijsheid kan er voor zorgen dat ons gedrag uitstijgt boven de directe sturing door pijn en genot. Wijsheid zou evolutionair zijn ontstaan en is te vertalen als de optimale balans tussen de functies van evolutionair oudere hersengebieden (pijn- en genotsysteem, wat ook lagere diersoorten kennen) en de nieuwere gebieden (de prefrontale hersenschors, die bij hogere diersoorten als apen en vooral bij mensen sterk is ontwikkeld). Hoewel ook de mens geen ultiem wijs wezen is en toegeeft aan driften met alle gevolgen van dien, is er hoop aangezien de evolutie doorgaat. Ooit zal de mens zichzelf volledig onder controle hebben. Zo niet, dan is de medische en psychologische wetenschap wel zover gevorderd dat de hersenen volledig in kaart zijn gebracht en zonden kunnen worden uitgeschakeld door het toedienen van medicijnen of het uitschakelen van verkeerde hersenzones. Een uiteenzetting op de psycho-neurologische en biologische manier zoals Sitskoorn doet, veronderstelt weinig of geen notie van eigen verantwoordelijkheid. Misschien is dat een onderwerp voor een volgend boek.
Om deze leemte enigszins op te vullen heeft de auteur een morele vraagstelling verwerkt in de hoofdstukken. De lezer wordt verondersteld na te denken over zijn / haar persoonlijke hoofdzonde. Aan de hand van een vragenlijstje dat is gebaseerd op een enquête die in 2004 door een programma van de BBC werd gehouden, moet de lezer een rangorde aanbrengen in de hoofdzonden. Door je persoonlijke top zeven te evalueren kun je achterhalen welke lichamelijke, materiële en sociale levensbehoeften de grootste invloed hebben op jouw pijn- en genotsysteem en je zo verleiden om te zondigen. Volgens de auteur kan je persoonlijk verhaal je ook zeggen of de evolutionair nieuwere delen van je brein in staat zijn om je gedrag en emoties die door prikkeling van je genot- en pijnsysteem worden opgeroepen, voldoende te reguleren. Het kan je volgens haar inzicht verschaffen of je zelf een balans hebt gevonden. Echter, om tot inzicht te komen, dient men zijn eigen verantwoordelijkheid in acht te nemen. Het hersendeel dat daarmee gepaard gaat, is, zoals we dagelijks in onze samenleving kunnen zien, nog maar bij weinigen tot volledige ontwikkeling gekomen.
Dit boek is een goede aanzet tot een vervolg. Voorlopig blijft de lezer met lust naar meer achter.
|