| Grenzen aan de ethiek? |
|
|
|
Deze tijdloze vraag, die voor vele interpretaties vatbaar is, heb ik in de verschillende bijdragen op een zeer boeiende manier gevolgd. Ik heb zeer genoten van het ‘gevecht’ dat ik hier en daar heb moeten leveren om bepaalde gedachtegangen door te kauwen ter verruiming van mijn eigen inzichten. Niet altijd vanzelfsprekend! In zijn inleiding stelt Stefan Hertmans dat men deze vraag op meerdere manieren kan begrijpen, wat zeker duidelijk wordt in de inbreng van de verschillende auteurs vanuit hun ervaring en/of discipline. Stoere ethische uitspraken zijn zeker niet meer ‘in’. Moraal behoort tot het domein van het private en evenveel tot het ‘media-’publieke domein. Daardoor wordt ze minder en minder efficiënt in een steeds complexer wordende wereld. Het gevolg daarvan is dat men voorzichtiger wordt en vandaar ook ineens minder daadkrachtig. Robert Hoogewijs kiest als titel ‘Our Underachieving Colleges?’ in navolging van de reflectie van Derek Bok over de kwaliteit van het Amerikaanse hoger onderwijs op het vlak van algemene vorming, het bijbrengen van basiswaarden en het vormen van mentale discipline. Er gaat in Vlaanderen veel aandacht naar kwaliteit en kwaliteitszorg in het hoger onderwijs maar er blijkt geen eenduidig antwoord mogelijk en het blijft een uitdaging om een adequaat antwoord te vinden over hoe het respect voor actuele waarden en normen vorm kan krijgen in functie van intellectuele diepgang. Freddy Mortier is bang dat ethiek in het hoger onderwijs meer en meer wordt gemarginaliseerd door de toenemende beroepsspecialisatie. In plaats van de ethiek te integreren in de eigen professionaliteit wordt deze doorgeschoven naar bijzondere comités. Ethiek is aldus tot een industrie verworden. ‘Klimaat, een kwestie van ethiek. Bouwstenen voor een duurzaamheidstransitie’: het is duidelijk voor Peter Tom Jones dat we er zonder ethiek niet komen. Het kapitalistisch economisch model heeft op vlak van duurzaamheid totaal gefaald, wetenschappers meten dingen die we liever niet weten en de burger weet het niet meer. Er is grote nood aan enthousiasmerende streefbeelden. Het model heet de ‘4 E’s’: enable (duurzaam gedrag aantrekkelijk maken), encourage (duurzame keuzes aanmoedigen), engage (mensen betrekken bij veranderingsprocessen), exemplify (overheden geven het voorbeeld). Ook Elena Cavagnaro legt de nadruk op zorg als uitgangspunt voor een goed leven: zorg voor mezelf, zorg voor mezelf en voor jou en universele zorg. Duurzame ontwikkeling is meer dan technische innovatie, ze vraagt onze volle verantwoordelijkheid voor onze handelingen. Met de bijdrage van Maarten Boudry en Johan Braeckman ‘Kritisch denken: de ethische dimensie’ had ik het wat moeilijker. Het belang van kritisch denken wordt hier zeer nauwgezet uit de doeken gedaan. Om de ethische dimensie echter wordt zeer omzichtig heen gewalst. ‘Ethiek in de media’ wordt helaas gedomineerd door de economische wet van minimale input om maximale output te verkrijgen. Yves Desmet doet hierom een dringende oproep naar vertraging (slow journalism) om ‘waarheidsvinding ‘ opnieuw algemene regel te laten worden. Maar ook de lezer gaat niet vrijuit: waarom blijft hij snelle nieuwstelexen lezen op websites? Zolang het publieke debat overheerst wordt door morele en juridische argumenten zal de burger verstoken blijven van enige vorm van identificatie met de mogelijkheden om de toekomstige samenleving een werkelijke democratische vorm te geven. M.a.w. zolang wij blijven denken in termen van ‘wij / zij’ kan geen werkelijk democratisch proces spelen. Daarom pleit Chantal Mouffe ervoor de ‘zij’ als partner te zien om actief aan te slag te gaan in de publieke arena. In dezelfde lijn ligt het pleidooi van Eva Brems voor inclusieve mensenrechten. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, opgesteld in 1948 vanuit een (koloniaal ) westers wereldbeeld, vraagt dringend een flexibele aanpassing door interculturele dialoog. Ook Jan Goossens pleit vanuit de theaterwereld voor dialoog met publiek en sociale omgeving, mits behoud van autonomie en verdieping. Grenzen aan de geneeskunde: moeten we alles uitvoeren wat technisch mogelijk is? Vanuit de praktijk blijkt duidelijk dat niet kost wat kost ingegrepen wordt noch op technische noch op morele gronden. Maar de vraag naar een transparant en explicitiet beslissingsproces blijft bestaan. De laatste bijdrage van Arnon Grunberg stelt dat de moraal onze monoloog is. Sentiment kan niet van de moraal gescheiden worden, maar er gaan ook praktische redenen achter schuil vooral om de machine draaiende te houden, geld voorop. Dit wordt geïllustreerd door de vele haarden van geweld in onze huidige wereld. |


