| Titel: |
Uit het geheugen. Over weten en vergeten. Tentoonstelling en Catalogus Museum Dr. Guislain |
| Auteur: |
Patrick Allegaert (red.) |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij Lannoo - ISBN 978-90-209-8597-9 |
| Verschijningsdatum: |
2009 |
| Recensent: |
Els De Waegeneer |
Joseph Guislain schreef ooit ‘het geheugen vormt één van de belangrijkste functies – om niet te zeggen de meest essentiële – van het menselijk intellect. (..) Zonder het geheugen zou de mens maar een ellendig bestaan leiden’. Met zijn woorden ongetwijfeld in gedachten, organiseert het Museum Dr. Guislain de tentoonstelling ‘Uit het geheugen. Over weten en vergeten’. Opnieuw is er gekozen voor een samenwerking met Ziekenzorg CM, na het succesvolle project ‘Pijn’ uit 2005. De problematiek van de hersenziektes neemt een belangrijke plaats in, omdat dit heel wat uitdagingen en vragen stelt aan onze vergrijzende maatschappij. Een belangrijk thema, maar zoals we van artistiek directeur Patrick Allegaert en zijn medewerkers kunnen verwachten, stopt het hier niet bij. Kunst, wetenschap, geschiedenis en actualiteit komen zoals steeds uitgebreid aan bod. Verschillende disciplines ontmoeten elkaar en vullen elkaar aan. De tentoonstelling volgt een parcours van vijf kabinetten, waarin het geheugen telkens vanuit een andere invalshoek wordt belicht. Ook in de gelijknamige catalogus wordt dit patroon grotendeels gevolgd, wat het boek meteen een stuk gebruiksvriendelijker maakt. Kabinet 1: Geheugenkunst In het eerste kabinet ‘Geheugenkunst’ kunnen we ontdekken hoe men sinds eeuwen het geheugen wil verbeteren. Deze Ars Memoriae neemt verschillende gedaanten aan. In de tentoonstelling zien we bijvoorbeeld hoe schilderijen in de middeleeuwen gebruikt werden om de gelovigen te herinneren aan hun opdracht. Het werk ‘de dagtaak van de begijnen’ dient om vergeetachtige zustertjes hun plichten te helpen onthouden. Opvallend is dat de middeleeuwse geheugentechnieken vaak wortelen in de oudheid. Deze afkomst wordt uitgebreid besproken in de catalogus. Het essay van Annelies Van Gijsen, onderzoekster aan de Universiteit Antwerpen, bespreekt de klassieke bronnen van de geheugenkunst en de doorwerking ervan in de middeleeuwen. Ze doet dit met de nodige anekdotes, wat het lezen aangenaam houdt en de stof wat lichter te verteren maakt. De parallellen die de schrijfster trekt met de huidige trend van geheugenondersteunende videospelletjes maakt dat de oude middeleeuwers wat minder veraf zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. Kabinet 2: De werking van het geheugen ‘Scientia Memoriae’ is de titel van het volgende kabinet, waarin dieper wordt ingegaan op de werking van het geheugen. Men doet dit aan de hand van Marcel Prousts meesterwerk ‘A la recherche du temps perdu’, een roman waarin het belang van het zintuiglijke (geur, smaak) voor het herinneren naar voren komt. Herinneringen oproepen wordt in dit werk tot kunst verheven. Het essay van Jonah Lehrer legt uit hoe het intuïtieve aanvoelen van Proust, namelijk dat er een verband is tussen zintuiglijk ervaren en zich herinneren, nu ook wetenschappelijke grond gevonden heeft. De moleculaire mechanismen die aan de basis van deze fenomenen liggen, worden steeds meer ontrafeld. In het museum zien we onderzoeksinstrumenten die in vervlogen (en bijna vergeten) tijden de rol van zintuigen voor het geheugen nagaan. De olfactometer vormt een mooi voorbeeld: dit toestel werd gebruikt bij psychologisch geuronderzoek. Door geuren aan te bieden, tracht men gevoelens en gebeurtenissen uit het geheugen op te roepen. Kabinet 3: Het zieke geheugen Het derde kabinet vertelt over het zieke geheugen en focust meer bepaald op de ziekte van Alzheimer. Vooral de sociale gevolgen voor de zieke en zijn omgeving worden belicht. De ontroerende foto’s van de Franse fotograaf Gérard Alary, waarop we op een heel serene manier een beeld krijgen van zijn dementerende moeder, vormen zeker één van de hoogtepunten van de tentoonstelling. Een volgend topwerk bevindt zich ook in dit kabinet, in de vorm van het beeld ‘Elza’. Kunstenares Sofie Muller weet via eenvoud en soberheid recht naar de keel te grijpen met de beklijvende sculptuur van haar zieke grootmoeder. Melancholische herinneringen naar vervlogen tijden, naar onschuld en kind-zijn, zijn volop aanwezig in haar prachtige werk. In de catalogus kiest men als aanvulling op dit onderwerp voor een uiteenzetting over de ziekte van Alzheimer door de Vlaamse specialiste Christine Van Broeckhoven. Dit nuchtere, droge essay staat in schril contrast met de tedere verbeelding die de kunstenaars gebruiken bij hun benadering van de aandoening. Kabinet 4: Weten en vergeten in de kunst Het vierde kabinet brengt ons bij de uitbeelding van weten en vergeten in de kunst. Op de tentoonstelling maken we kennis met de inktschilderijen van Koenraad Tinel. Zijn reeks ‘Scheissemer. Getekende herinneringen aan een oorlog’ toont hoe graag we het verleden soms zouden willen vergeten en hoe belangrijk het is om dit niet te doen. Het zijn gedachten aan de voorbije gruwel door de ogen van een kind. De werken beelden zeer (g)rauwe gevoelens uit en intrigeren eindeloos. De sociale gevolgen van herinneringen worden getoond in de vorm van een boekje met volksliederen van een Armeense vluchteling, die zijn wortels niet kan en wil vergeten. Het bepalen van iemands identiteit kan immers niet buiten het geheugen om. De invloed op de omgeving wordt duidelijk gemaakt via de videoreportage over dementerenden, die je ongewild doet denken aan de toekomst die je mogelijk nog te wachten staat. Ook in dit kabinet valt het werk van Sofie Muller weer op in positieve zin. Haar beeld ‘Anna’ weet de aandacht lang vast te houden. Een wonderlijk verhaal over de invloed van herinneringen zien we bij Joseph Beuys, die zich ooit in erbarmelijke omstandigheden diende in leven te houden door zich te verwarmen met vetsmeersel en vilt. Gedurende heel zijn carrière als kunstenaar gebruikte hij deze materialen in zijn werk. Het geheugen van de artiest en de traumatische herinneringen die het voortbrengt, worden door het vet en het vilt uitgebeeld. Het artikel van cultuurjournalist Marc Ruyters dat bij dit kabinet aansluit, is minder toegankelijk dan de overige uiteenzettingen in de catalogus, maar vormt desalniettemin een interessante bijdrage. De schrijver behandelt begrippen als ‘collectief geheugen’ en ‘individueel geheugen’ en hun uitdrukking ervan door kunstenaars. Kabinet 5: Het magazijn van het weten Het laatste kabinet draagt als titel ‘het magazijn van het weten’ en behandelt de opslag van ervaringen en gebeurtenissen. Musea, encyclopedieën, maar ook een dagboek of de harde schijf van je computer, vervullen deze functie op een zeer verschillende manier. Het vastleggen en bewaren van zaken komt op allerlei manieren aan bod en wordt ook rijkelijk geïllustreerd besproken in het essay in de catalogus. Bart Marius beschrijft hierin de onmogelijkheid om alles te bewaren en te onthouden en hoe dit voor sommigen tot een ware obsessie verwordt. Ook de controle op de juistheid van alle moderne opslagplaatsen, zoals Google en Wikipedia, wordt door de auteur besproken. Hij stelt dat pogingen om alles te verzamelen, gedoemd zijn om te mislukken. Vergeten blijft dus ons deel. Het komt erop aan om zorgvuldig om te gaan met wat we kunnen verliezen en wat we beter onthouden. Met Uit het geheugen. Over weten en vergeten werd alweer een prachtig staaltje werk afgeleverd door het team van Museum Dr. Guislain. Dit project komt minder duister over dan sommige eerdere tentoonstellingen, maar het zet evengoed tot nadenken aan, tot lang na het verlaten van het museum. Het derde kabinet steekt met kop en schouders boven de andere uit als het aankomt op ontroering en verstilde schoonheid. Blijf hier wat langer stilstaan of keer nog eens op je passen terug. Het is zeker de moeite waard, net als de tentoonstelling in zijn geheel. Het gedicht van de tentoongestelde kunstenaar Yoshitmo Nara illustreert mooi hoe vergeten en herinneren zowel tot melancholie als tot opluchting kan leiden: ‘Tijd gaat voorbij / Voordat het vervaagt en verdwijnt / wil ik elk beetje grijpen en laten duren – verbeelding stopt niet voor het verleden of de toekomst. En dat maakt me tegelijk vrolijk en triest.’ Deze tegenstrijdige gevoelens komen gedurende heel de tentoonstelling en bij het doornemen van de catalogus bij de bezoeker / lezer op. Het geheugen is alvast een geslaagd project om niet snel te vergeten. De catalogus is hierbij een handig hulpmiddel, waarmee je in gedachten nogmaals door de verschillende kabinetten kan dwalen. Het boek heeft de typische lay-out die voor catalogi van het Museum Dr. Guislain gebruikt wordt, bevat heel wat mooie afbeeldingen en geeft voldoende informatie over de auteurs. Bijkomende tip: Op donderdag 4 (te Kortrijk) & vrijdag 5 februari 2010 (te Gent) organiseren Museum Dr. Guislain & Katho-Ipsoc / Ipsoc-Bijscholing een tweedaags symposium over het geheugen. Verschillende eminente sprekers komen er hun kijk geven op dit boeiende thema.
|