| De rivier van Herakleitos |
|
|
|
Wie een geschiedenis van de wijsbegeerte wil schrijven, begeeft zich op uiterst glad ijs. Heel wat filosofen ontlenen hun professionele trots immers aan verontwaardigd verzet tegen elke vorm van samenvatting en ze kijken neer op de snelle vogelvlucht die een historisch overzicht onvermijdelijk met zich meebrengt. Van dergelijke verwaandheid hebben Etienne Vermeersch en Johan Braeckman echter geen last. Zij sluiten zich aan bij de visie van Bertrand Russell: filosofie moet in de eerste plaats gezien worden als een hardnekkig volgehouden poging om zo helder en redelijk mogelijk te denken. Vanuit dit perspectief wordt de wijsgerige traditie niet gezien als een bijna sacraal corpus van teksten dat ligt te wachten op minutieuze vivisectie door academische zieners. Neen, de vragen en antwoorden van de grote filosofen worden gewoon benaderd als oprechte en ernstige pogingen om vat te krijgen op de complexe, wonderlijke wereld die zich aan onze feilbare breinen openbaart. Deze insteek levert een robuust en verrassend inspirerend beeld op van de wijsgerige traditie en de huidige stand van zaken in de filosofie. De rivier van Herakleitos biedt een historisch overzicht van de wegen en dwaalwegen die de mens heeft afgelegd in zijn zoektocht naar helder denken. Het boek vloeit voort uit een inleidende cursus filosofie voor de studenten letteren en wijsbegeerte aan de Universiteit van Gent, thuisbasis van beide auteurs. Na een inleidend stuk over kennis, wetenschap en wijsbegeerte wordt in een tiental hoofdstukken een chronologisch pad bewandeld: van de pijlers van de westerse wijsbegeerte in de oudheid en de middeleeuwen, via het ontstaan van de natuurwetenschappen naar uiteindelijk een fundamenteel nieuw mens- en wereldbeeld, met geheel eigen maatschappelijke uitdagingen en kennistheoretische problemen. Toch schrikken de auteurs er niet voor terug om op verschillende plaatsen de geijkte chronologie te verlaten en Popper bijvoorbeeld al ter hoogte van Plato ten tonele te voeren. Omvattende overzichtswerken als deze zijn natuurlijk een tot falen gedoemde evenwichtsoefening tussen diepgang en exhaustiviteit. Toch zijn Braeckman en Vermeersch er in geslaagd om de vele namen die de revue passeren in grote mate recht te doen. Dwars door eventueel gedateerde formuleringen en het soms duistere jargon heen, leggen ze de kern bloot van het filosofische probleem waar een denker door gefascineerd was. Aansluitend bieden ze een zo eerlijk mogelijke evaluatie van de besproken opvattingen, al kunnen en willen ze ook hun persoonlijke appreciatie niet verbergen. Zo vatten ze de spijtige tragiek van een complex intellect als Hegel, wiens denkkracht bijna volledig verloren ging in wat een inert opzet bleek te zijn, en ze verheugen zich over de blijvend corrosieve kracht van een helder idee als dat van Darwin. Maar over wie ze het ook hebben, met de houding van Spinoza als voorbeeld zullen ze nooit ridiculiseren of verachten. Enkel met gewild obscurantisme hebben ze weinig geduld, en een auteur als Derrida komt er dan ook bekaaid van af. Als historisch overzicht van de wijsbegeerte vormt dit boek in elk geval een uitstekende kapstok die kan dienen als solide basis en referentiekader voor een levenslange exploratie van de namen en thema’s die erin behandeld worden. Maar De rivier van Herakleitos is veel meer dan dat. Tussen de regels door is het een heel sterk pleidooi voor helder denken, voor een relevante wijsbegeerte die gegrond is in de werkelijkheid. De titel maakt het al duidelijk: de filosofie is helemaal niet het moeras van zweverigheid, oeverloze speculatie en eeuwige stagnatie die het vakgebied voor nieuwkomers en buitenstaanders soms lijkt te zijn. Door de bril van Braeckman en Vermeersch wordt de wijsbegeerte een soms onverhoopt heldere rivier die – ondanks een draaikolkje links of een modderstroompje rechts – wel degelijk ergens heen vloeit. Doorheen de geschiedenis van de filosofie zijn er enkele heel waardevolle inzichten verworven en werden ons antwoorden aangereikt die oude problemen lijken te overstijgen. Maar het is een genuanceerd verhaal dat Braeckman en Vermeersch brengen. Ze beseffen dat de filosofie zich op een punt bevindt waarin naast oude en blijvende problemen ook nieuwe vragen en actuele urgenties aan de orde zijn. De rede heeft de mensheid tot een punt gebracht waarop het niet makkelijk balanceren is. Het tekent hen dat ze desondanks een groot vertrouwen in de menselijke rede behouden. Dat blijkt ook uit hun heldere argumentatie, die schijnbaar moeiteloos steeds de middenweg vindt tussen de ongenuanceerde paniekzaaierij enerzijds en het naïeve optimisme anderzijds waarmee de nieuwe dilemma’s nog al te vaak benaderd worden. Het boek van Braeckman en Vermeersch vormt op die manier een tegengif tegen cynisme, en men kan slechts hopen dat hun pleidooi voor helder denken en bedachtzame redelijkheid – en het voorzichtige optimisme dat er blijkbaar mee gepaard gaat – in brede kring navolging zal kennen. |


