| Waarom ik voel wat jij voelt |
|
|
|
Dit boek handelt over de inzichten die de ontdekking van spiegelneuronen (spiegelzenuwcellen of mirror neurons) heeft onthuld en over de daaruit voortvloeiende consequenties in relatie tot intuïtie. De auteur betoogt dat spiegelneuronen beroep doen op onze inventaris van ervaringen om ons via een soort innerlijke simulatie te laten ervaren wat andere mensen voelen. Hoewel intuïtie, empathie en sympathie een substantieel onderwerp van het manuscript vormen, laat de auteur na deze begrippen te definiëren. Spijtig, want deze gedragingen dekken verschillende ladingen en kunnen niet door elkaar gebruikt worden. Zoals vele andere auteurs, lijkt Bauer deze functies neurobiologisch gelijk te stellen met somatosensorische resonantie: als twee personen emotioneel met elkaar in resonantie gaan, ontwikkelen ze gedeelde emotionele betekenissen. Maar dit lijkt me nog niet voldoende voor empatisch begrip of simpathetisch gevoelen. Overigens worden ook de begrippen resonantie en spiegelen hier nogal eens door elkaar gebruikt. Waar men eigenlijk onder resonantie het medevuren van neuronen verstaat, speelt spiegelen zich af op gedragsniveau. Spiegeling strekt zich dus verder uit dan resonantie. Voor intermenselijke reacties legt de auteur de nadruk op een functionele uitgroei van een genetisch aangelegd spiegelneuronensysteem, waarmee hij impliciet ingaat tegen het determinisme. Hersenonderzoek naar empathie kan ongetwijfeld een belangrijke bijdrage leveren aan het begrip van verschillende sociale verschijnselen. Maar empathie kan ook in het nadeel spelen. Door het automatische spiegelproces zouden wij spontaan kunnen denken dat de andere net zo voelt als wijzelf, wat natuurlijk niet zo hoeft te zijn. Men mag zich dus niet steeds op sleeptouw laten nemen door zijn onbewust spiegelneuronensysteem. Men moet dit systeem ook weten beknotten, verstandelijk. Deze inhibitiefunctie komt niet goed tot uiting in dit boek. Empathie is niet alleen een evolutionaire aanpassing ten goede. Maar spiegelen kan even belangrijk zijn als overleven (survival of resonance), zo bekritiseert Bauer de evolutietheorie. De lezer krijgt meer dan de titel van het boek belooft. Bauer verbindt spiegelneuronen ook aan een hele reeks functies zoals taal, liefde en hartstocht, sociaal voelen. Autisme geldt dan als typevoorbeeld van een ontregeld spiegelneuronensysteem. De mogelijke rol van spiegelneuronen wordt zelfs uitgebreid tot situaties. Dit gaat duidelijk verder dan spiegelen. Het hoofdstuk over vrije wil is ontgoochelend door zijn gebrekkige onderbouw. Neurowetenschappers zullen op verschillende plaatsen op hun tong bijten als de auteur de gegevens van streng wetenschappelijk onderzoek naaldloos verweeft met minder gefundeerde interpretaties. Vaak zijn deze boeiend, soms prikkelend of inspirerend. Op zich is er natuurlijk niets mis met deze hypothesen, maar ze zouden ook als zodanig moeten worden voorgesteld en benoemd. Anders kan ten onrechte de indruk gewekt worden dat al deze inzichten al verworven zijn. Samenvattend, een vlot leesbaar en helder geschreven boek over de niet-motorische impact van spiegelneuronen. Spijtig dat er enkele verkeerde verwijzingen en onnauwkeurigheden in voor komen. De belangrijkste caveat ligt echter in de overgang van kennis naar hypothese die hier al te vloeiend verloopt. |


