| Het spiegelende brein |
|
|
|
De toevallige ontdekking van spiegelneuronen zo’n 20 jaar geleden door Rizzolatti, Gallese, Fogassi en Fadiga plaatst Marco Marco Iacoboni op gelijke voet met die van de beschrijving van de DNA-structuur door Watson en Crick in 1953. Het bestaan van spiegelneuronen werpt een nieuw licht op het sociale functioneren van de mens. De implicaties zijn verregaand. Zo durft hij zijn twijfels te uiten over de eigenheid van de mens en stelt hij de vrije wil – hoogste goed in onze samenleving – in vraag. Zijn we rationele wezens of worden wij bewogen door onze emoties. De sleutelwoorden bewegen en handelen zijn van belang want het bestaan van spiegelneuronen werd vastgesteld tijdens onderzoek naar de neurofysiologische mechanismen voor motorische controle bij makaken. Onderzoek dat tot doel had mensen met een hersenbeschadiging te kunnen helpen om hun motorische functies terug te krijgen. Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiegedrag en spiegelneuronen begint met de geschiedenis van de experimenten op makaken die hebben geleid naar de ontdekking in de hersenen van spiegelneuronen bij de mens. Verder beschrijft Marco Iacoboni de werkhypotheses en onderzoeksvragen die geleid hebben tot verder onderzoek. De laatste jaren werden de spiegelneuronen in kaart gebracht en is een heel nieuw paradigma ontstaan in het denken over de mens als sociaal, autonoom, lerend en talig wezen. Door de hersenen te bestuderen, leren we over het individu, over hoe de mens functioneert, over de mens als sociaal wezen. Neuronen in onze hersenen maken menselijk contact niet alleen mogelijk, ze bepalen eveneens onze sympathieën en antipathieën, onze voorkeuren en onze vatbaarheid voor externe invloeden. Zo zet kennis van spiegelneuronen de deur open voor manipulatie, waarvan de meest opvallende vorm reclame is. In de marge leidt de auteur ons binnen in de boeiende wereld van het laboratorium. We krijgen een blik achter de schermen. Hoe een fenomeen vragen oproept, die worden vertaald in onderzoeksvragen. Hoe toeval onderzoekers bijeenbrengt. De lange voorbereiding van het onderzoek. Het vinden van sponsors, financiële middelen. Het onderzoek zelf. Hij beklemtoont het belang van het zien van de juiste verbanden in de wetenschap en spreekt ook over de verschillen tussen experimenten op mensen en met dieren. Om ethische redenen wordt geen invasief onderzoek gedaan op mensapen en mensen (behalve in uitzonderlijke gevallen bij epilepsiepatiënten). Voor de mens zijn er ensembletechnieken (zoals fMRI) waarmee groepen cellen worden bekeken; voor dieren is er de mogelijkheid om met individuele cellen te werken. Toch slaagt men erin deze twee soorten onderzoek te combineren en zo zinvolle resultaten te boeken. De schrijver toont aan hoe wetenschap beoefend wordt vanuit de zorg voor de mens en de samenleving. Dat wetenschap niet los staat van het menselijke. In het laatste hoofdstuk doet hij een oproep het betere begrip van onze neurobiologische basis te benutten om een betere verstandhouding tussen mensen te realiseren en hij spreekt daarmee zijn hoop uit op een betere toekomst. Het boek telt elf hoofdstukken, is voorzien van een notenapparaat, bibliografische verwijzingen, een dankwoord en een index. Het onderzoek waarover Marco Iacoboni het heeft, is dat van vakgenoten, eigen onderzoek en dat van zijn echtgenote. Spiegelneuronen zijn een bijzonder type neuronen, die op een fysiologische manier verbanden leggen tussen twee belangrijke registers in de hersenen: dat van het eigen lichaam en dat van de ander. De onderzoekers proberen uit te vinden hoe deze speciale neuronen in onze hersenen ontstaan vanaf de geboorte. Zo imiteren de hersenen handelingen van de ander leven we ons in in het doel van de handelingen van de ander, begrijpen we emoties, leren en communiceren we. Observeren is daarbij een eerste stap. Experimenten met positronemissietomografie (PET), transcraniële magnetische stimulatie, magneto-encefalografie, functionele magnetische resonantie, maar ook gewone imitatiespelletjes leveren resultaten. Spiegelneuronen maken het ons mogelijk empathie te tonen en taal te gebruiken. Deze komt tot stand tijdens informatiestromen van minstens twee kanten, zoals bij interactie van ouder naar baby, leerkracht naar leerling én omgekeerd. Al die mimicry, dat imiteer- en kameleongedrag doen de vraag rijzen naar het ik. Wie ben ik nog, als de ander de keerzijde is van dezelfde medaille. Superspiegelneuronen helpen ons dit onderscheid te maken. Ze zijn als het ware controleneuronen, die ons een besef geven van niet de ander te zijn, maar onszelf. Wat dan als de spiegel breekt, zoals bij mensen met vormen van autisme het geval is, waarbij we zien dat de hapering in het spiegelneuronensysteem een hapering in de sociale vaardigheden veroorzaakt. Wat kunnen we doen om de spiegel te lijmen? Er zijn al aarzelende stappen gezet in de richting van een beter functioneren. Fundamenteel voor onze blik op de wereld is het concept van de vrije wil. Dat wordt op losse schroeven gezet. Gewelddadig gedrag en drugsmisbruik zijn voor een groot deel imitatiegedrag. Uit experimenten blijkt dat de keuzes die we maken niet rechtlijnig en ondubbelzinnig zijn. Wij blijken niet de autonome, rationele, handelende wezens te zijn die we denken te zijn, want net door ons sociaal zijn, is onze autonomie beperkt. Dat we zelfs blind zijn voor onze eigen keuzes, heeft onderzoek naar o.a. stemgedrag uitgewezen. Ook experimenten waarbij proefpersonen de keuze verdedigden die ze niet gemaakt hadden met hand en tand, bewijzen dit. Iacoboni besluit met een oproep: “Onze neurobiologie, met andere woorden onze spiegelneuronen, verbindt ons met de anderen. Spiegelneuronen belichamen de diepste manier waarop we met elkaar in relatie staan en elkaar begrijpen. Ze tonen aan dat we gemaakt zijn voor empathie, en dat zou ons moeten inspireren invloed uit te oefenen op onze samenleving en onze wereld te verbeteren”. Wie voor het eerst kennismaakt met spiegelneuronen vindt hier een boek van formaat. Het onderzoek is beschreven als een thriller. Elk hoofdstuk eindigt als het ware met een cliffhanger: nieuwe vragen en hypotheses die uit het onderzoek gerezen zijn. Wat als…? Heel spannend om telkens weer verder mee te kunnen binnendringen in het boeiende huis van de hersenen. Het boek leest vlot. Het pleidooi van Iacoboni is degelijk onderbouwd. De hypotheses zijn duidelijk geformuleerd en met sterke bewijzen uit de vele experimenten waarover hij het heeft, voert hij ons naar zijn conclusies. Voor de leek werkt de vakterminologie niet echt verlammend, maar een plattegrond van de hersenen, of een verwijzing naar een goed model zou best gekund hebben. Het boek is een prachtige episode in de zoektocht naar hoe ongemeen boeiend het leven is. |


