| Het geheim van langer leven |
|
|
|
‘Oud worden wil iedereen, oud zijn niet’, zegt het spreekwoord. Hoewel men ouderdom door de eeuwen heen probeerde uit te stellen door verjongingsrituelen, is verouderen een natuurlijk en existentieel proces. Echter, de moderne, rationele en autonome mens beschouwt ouderdom als een aftakeling, die gepaard gaat met ouderdomsziekten en gebreken. Bejaarde mensen zijn van alle eeuwen. Hoewel de levensverwachting in de oudheid veel lager lag dan nu, betekent dat niet dat er geen bejaarde mensen waren in de oudheid. Slaaf en gladiator werden vanzelfsprekend niet zo oud als een filosoof of een keizer. Het aantal ouderen lag toen procentueel veel lager dan vandaag en de leeftijdsopbouw viel uit in het voordeel van de jongeren. Tegenwoordig worden mensen niet alleen ouder, maar blijven ze ook langer leven. Een maatschappij met meer ouderen vergt een aantal aanpassingen, bijvoorbeeld in de leeftijdsindeling van oudere mensen. Zo worden in de medische literatuur ouderen gedefinieerd volgens leeftijdscategorieën. De 65 tot 75-jarigen zijn de jongste ouderen, de 75- tot 85-jarigen zijn oude ouderen en eenmaal boven de 85 jaar gekomen, valt men in de categorie oudste ouderen. Bij deze indeling wordt de kalenderleeftijd gehanteerd en wordt niet de fysiologische of psychologische leeftijd in acht genomen. Nu blijken er op aarde gebieden te zijn, Blauwe Zones genaamd, waar de groep van oudste ouderen ten opzichte van de totale populatie onevenredig groot is. Dan Buettner, journalist voor het tijdschrift ‘National Geographic’ heeft uit interesse voor deze gebieden onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaak van het langere leven dat sommige mensen binnen bepaalde bevolkingsgroepen kennen. Hij interviewde oudste ouderen en hun nazaten op Sardinië, Okinawa, Costa Rica en in de Amerikaanse blauwe zone, die wordt gevormd door de zevendedagsadventisten die wonen in het gebied rond Loma Linda in Californië. Alle zones zijn letterlijk of figuurlijk een eiland, waarin een bepaalde filosofie, leef- en eetgewoonten de kern van die samenleving blijken te bepalen. Het doel van zijn boek is volgens de schrijver de levenskwaliteit van de lezer te helpen optimaliseren aan de hand van de levenswijsheid van 100-plussers. Deze levenswijsheid ligt vervat in het uitgangspunt om het slechte te verwerpen en het goede te behouden: matigheid in gebruik van vlees, alcohol en inspanning, geen of zo weinig mogelijk stress, veel water drinken en goede lichaamsbeweging om de botten te sterken ter preventie van breuken op de oude dag, zijn heel belangrijk. Religie speelt bij al deze ouderen een belangrijke rol evenals sociale verbondenheid en het gevoel nuttig te zijn voor anderen. Bij religie hoeft het niet te gaan om de grote wereldgodsdiensten, ook natuurgodsdiensten en voorouderverering kunnen belangrijk zijn. Een mens moet een doel hebben in het leven, iets dat hem of haar op de been houdt en belangrijk maakt voor anderen. Op zich zijn deze levenswijsheden niet nieuw. De oude Grieken zochten al naar het goede leven en wisten dat matigheid een deugd is. Buettner doorspekt zijn boek met markante voorbeelden van krasse en bovenal gelukkige oudjes. Een bekende actieve bejaarde uit de gemeenschap van de zevendagsadventisten is John Harvey Kellogg. Samen met zijn broer werd hij de grondlegger van de legendarische Kellogg’s cornflakes. Vegetarisme, granen, fruit, veel water drinken en goede lichaamsbeweging waren volgens hen belangrijke bestanddelen voor een lang leven. John stierf op 91-jarige leeftijd en bevestigt hiermee zijn filosofie. Eerlijkheidshalve dient te worden vermeld, dat een waarborg voor een lang leven, ook een leven zonder gevaar betekent. Druk verkeer, oorlog, epidemieën of hongersnood doet de levensverwachting aanzienlijk verkorten. Deze negatieve externe factoren komen hoegenaamd in de levens van de bestudeerde oudsten niet voor. Iedereen weet dat gezond leven een voorwaarde is om een respectabele leeftijd te kunnen halen als je uit de buurt van gevaren blijft. Het laatste hoofdstuk is dan ook persoonlijk aan de lezer gericht. In negen stappen wordt uitgelegd hoe we nu de lessen van de Blauwe Zones kunnen toepassen op het eigen leven. Objectief gezien leren we niets nieuws. De negen stappen zijn een synthese van kennis die we allang hebben uit geneeskunde, filosofie, religie of biologie. Maar Buettner leert ons op subjectieve en populair wetenschappelijke wijze, door gezonde, actieve en bovenal extreem oude mensen ons als voorbeeld te stellen, dat een positieve geestelijke instelling en een lichamelijke matigheid onze levenskwaliteit kan verhogen. Of we er ook ouder van worden zal de tijd leren. |


