| Beweging en voeding |
|
|
|
Dit boek bundelt studies over aspecten van beweging en voeding van schoolgaande jeugd (van kleuter- tot secundair onderwijs). Het eerste deel, (pp. 21 tot 129) over beweging bij kleuters, bevat 5 bijdragen. Het zijn onderzoeksprojecten waarin aan de hand van meetinstrumenten zoals gestandaardiseerde testen, vragenlijsten, accelerometers en stappentellers de motorische vaardigheden, de evolutie van de motorische vaardigheden of de hoeveelheid aan beweging wordt onderzocht. Meestal neemt men als norm een aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie om de gevonden resultaten te toetsen aan het gewenste gedrag voor een goede gezondheid of ontwikkeling. Het tweede deel (pp.133-198) bevat 5 bijdragen over bewegings- en voedingsgewoonten bij kinderen op de lagere school. Wij krijgen o.a. een overzicht van onderzoeksmethodes en een levensstijlanalyse naar fysieke inactiviteit en voeding d.m.v. vragenlijsten. In dit deel wordt ook aandacht besteed aan de commercialisering van spelen en beweging en aan marketingstrategieën i.v.m. voeding voor de nieuw ontdekte groep consumenten: de schoolgaande jeugd. Een derde deel (pp.199-292) gaat over het gezondheidsbeleid dat gevoerd kan worden op school. Er is een rapport over het voedings- en bewegingsbeleid in Vlaamse scholen, de wijze waarop scholen een rol kunnen spelen in de gezondheidsbevordering en hoe een dergelijk beleid kan worden aangepakt door middel van een stappenplan binnen een uitgewerkt referentiekader. Tevens krijgt de lezer een overzicht van methodieken om bewegingsopvoeding in het curriculum te integreren. De laatste bijdrage heeft het over de zorg voor de personeelsleden in het gezondheidsbeleid. Dit deel bevat 6 artikels. Samen met de inleiding en de algemene conclusie vindt de lezer 18 bijdragen rond beweging en voeding van kinderen en adolescenten. De klemtoon ligt op de rol die de school kan spelen in het ondersteunen van een gezonde levensstijl. Het overgrote deel van de 24 auteurs zijn opgeleid in de lichamelijke opvoeding. Ook revalidatiewetenschappers, een communicatie-wetenschapper, een orthopedagoog, een psycholoog en een socioloog verleenden hun medewerking. Elke bijdrage wordt gevolgd door een bibliografie.
In het kader van “maakbaarheid” en hedendaagse ontwikkeling geven wij hierna wat meer aandacht aan een tweetal bijdragen. Er is het artikel van Kristine De Maertelaer: “De commercialisering van spelen en bewegen”. (pp.157-166) Enerzijds schetst deze auteur de evolutie van de spelmogelijkheden in de tweede helft van de twintigste eeuw, anderzijds waarschuwt zij voor de biomedische benadering van het spel. Een aantal factoren zorgde er voor dat spel en spelmogelijkheden, de laatste vijftig jaar grondig veranderden: de verstedelijking, het verdwijnen van natuurlijk spelruimte, het vervangen van avontuurlijke open ruimten door speeltuinen. In de thuisomgeving deed het elektronische spelmateriaal zijn intrede. Kinderen worden meer en meer uit de publieke ruimte gehouden omdat men angst heeft voor vreemden en omdat het drukke verkeer ernstig gevaar oplevert. Er ontstond een beweging van pedagogisering van de vrije tijd. Het kind krijgt zijn hoekje buiten de ruimte van de volwassenen, zodat een ruimtelijke segregatie ontstaat. Kinderen worden van de ene georganiseerde activiteit naar de andere gevoerd (muziekschool, sportclub) zodat een “vereilanding” ontstaat en men van het ene eiland naar het andere wordt gebracht. Bovenal zijn de kinderen door de commercie ontdekt als consument. Door deze commercialisering en de veranderde vrije ruimte dreigt een essentiële vorm van het spel op de achtergrond te geraken: de intrinsieke motivatie van beweging, het plezier dat ontstaat door het doen zelf. Tegen deze achtergrond waarschuwt de auteur ook de wetenschapper. Door de biomedische benadering van onze sedentaire levensstijl is het niet denkbeeldig dat beweging (en ook eten) als een instrumentele activiteit wordt beschouwd. Eten is een middel om calorieën op te nemen, bewegen heeft dan te maken met het verbruik van calorieën en het vermijden van gezondheidsrisico’s. Een commerciële aanpak verengt kinderen en hun opvoeders tot consumenten. Deze commerciële aanpak is gericht op het verstrekken van (betaald) advies, het aanleveren van toestellen en meettoestellen. Een pleidooi voor het aanbieden van voldoende tijd en ruimte voor natuurlijk spel maakt dan ook deel uit van de conclusie. Tevens plaatst dit artikel de andere bijdragen in dit boek in een nieuw daglicht en wordt kritisch gereflecteerd op de bijdragen in deze bundel en de wijze waarop dit onderwerp door wetenschappers wordt aangepakt. Over de commercialisering van de leefwereld van kinderen en de marketingstrategieën die hierin een rol spelen wordt gerapporteerd in een andere bijdrage. ( Van de Cruyce Nele, Segers Katia, Trappen van verleiding, Marketingcommunicatiestrategieën ten aanzien van kinderen en gezonde voeding, pp. 185 – 198)
Een tweede bijdrage over “Methodieken voor het gezondheidsthema beweging: losse flodders of hulp bij een spiraalcurriculum” van Jan Bertels, Inge Bogaert en Kristine De Martelaer ( pp.247 – 264) geef ik hier aandacht omwille van de praktische bruikbaarheid. Wie zelf aan de slag wil om vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen en eindtermen rond gezondheid en bewegen te realiseren vindt in deze bijdrage niet alleen de omschrijving van deze doelen maar ook een inventarisatie van een groot aantal bewegingsinitiatieven. De lezer wordt in dit hoofdstuk de weg gewezen naar talrijke websites. Het gaat over initiatieven waarin beweging wordt gestimuleerd of waar fysieke fitheid de doelstelling is of een belangrijk aandeel heeft. Voorbeelden hiervan zijn: websites rond “Bewegingstussendoortjes”, “Vlaamse Fietsweek voor scholen”,”Sportieve Speelplaats” en “Zet je Klas op de Fiets”. Er zijn ook verwijzingen naar websites over leerlingenvolgsystemen op gebied van motorische vaardigheden. Met deze hulpmiddelen kan een leerkracht aan de slag, zeker nu handboeken nog ontbreken. Het blijven voorlopig eerder losse flodders die de practicus kan aangrijpen om het curriculum aantrekkelijk te maken. De twee bijdragen illustreren hoe uiteenlopend de inhoud is van de werkstukken die in deze bundel verschenen. Naast rapporten van beperkte tot grootschalige onderzoeken bevat dit boek bijdragen die reflecteren over maatschappelijke evoluties met betrekking tot de beweging van schoolgaande kinderen maar ook een handreiking voor wie in zijn praktijk gebruik wil maken van het aanbod aan methoden en initiatieven te consulteren via de elektronische media. Een boek met zeer gevarieerde bijdragen, enkele rond het thema voeding, maar vooral over beweging bij schoolgaande kinderen en jongeren. |


