| Van oor tot oor |
|
|
|
In Van oor tot oor, een boek dat tot de cultuurfilosofie wordt gerekend, bespreekt Tallis elk onderdeel van het hoofd dat belangrijk is voor de alledaagse zaken die zich in het hoofd afspelen. Wie de achterflap leest, maakt zich klaar voor een reis door het hoofd dat zich boven een lange zuil, de romp, bevindt. Zo kunnen onze zintuigen, geconcentreerd in die uitkijktoren, ook ver buiten ons gewaarwordingen registreren. Om volop te genieten van een reis bereidt de reiziger zich best voor, zodat belangrijke bezienswaardigheden niet vergeten worden en niet onbegrijpelijk blijven. Zo werkt ook Tallis. Voor hij “de sociale geschiedenis van het blozen” uitwerkt, nadenkt over “de vreemde gewoonte van het kussen” of laat zien “waarom giechelbuien aanstekelijk werken” en zich afvraagt “hoe het hoofd in hemelsnaam over zichzelf kan nadenken”, geeft hij ons diepgaande informatie over de werking van alle betrokken lichaamsdelen; of moeten we in dit geval spreken over ‘hoofddelen’… In het boek probeert Tallis veel verborgen achtergronden van de banale activiteiten bloot te leggen die zich in dat belangrijk onderdeel – of bovendeel – van ons lichaam afspelen, het hoofd. Wie dit boek begint te lezen omdat critici het “een vermakelijke mix vinden van fascinerende feiten en observaties” en “een levendige en geestige reis langs onze zintuigen” komt enigszins bedrogen uit. Hij / zij verwacht vooral het luchtige en geestige dat hier vermeld wordt maar zal toch wel even schrikken van de gedetailleerde anatomische lessen over die zintuigen. Niet echt gemakkelijke lectuur voor iemand die gewoon iets meer wil weten over blozen en kussen. In een uitgebreid voorwoord, waarin Tallis duidelijk zijn onderwerp afbakent, formuleert hij het doel van zijn boek nl. “...ik wil het hoofd zichtbaarder maken voor de eigenaar, en dat doe ik deels door de wonderlijke relatie tot ons hoofd te benadrukken. Ik hoop dat die eigenaardigheid, van het feit dat we een hoofd hebben, in de hoofdstukken hierna duidelijk naar voren komt. Als de lezers zich aan het einde van dit boek voelen als verdwaasde toeristen die een deel van de wereld hebben bezocht dat nog het dichtst benadert wie en wat ze zelf zijn, dan ben ik tevreden. Het enige wat je erbij hoeft te houden is je eigen koppie, in redelijk geordende staat.” (blz. 16 - 17) En dat is wat je als lezer inderdaad moet doen. Tallis verrijkt zijn eigen ideeën met verwijzingen naar talloze dichters, schrijvers en filosofen. Misschien hier en daar een beetje veel voor de gewone, nieuwsgierige lezer. Wat wij waarnemen via onze zintuigen, zijn dingen die het hoofd binnenkomen. De sensaties van het kijken, ruiken, smaken en horen worden uitgebreid beschreven. Tallis wijst er ons op hoeveel gewaarwordingen wij moeten samenbrengen en hoe moeilijk het is die samenhang te ‘zien’ op langere termijn. Dingen waarnemen is niet passief, een mensenleven is actief: wij doen dingen. En heel veel dingen gebeuren tegelijkertijd en die moeten in ons hoofd geplaatst en geïnterpreteerd worden. En toch moeten we ook alles gescheiden houden. Dit is geen gemakkelijke klus. Als je er eventjes bij stilstaat en de uitleg van Tallis verwerkt, begrijp je niet dat er niet meer mis gaat in dat hoofd van ons. Naast die binnenkomende elementen zijn er ook dingen die door het hoofd worden afgescheiden. Bij nader inzien, iets waar we ons als lezer niet meteen aan verwachten. Zo praat Tallis over ‘het hoofd dat niet altijd aan onze kant staat’ wanneer de talgklieren voor acne zorgen of wanneer hoofdroos opduikt. Oorsmeer, speeksel, neusslijm en tranen worden besproken in geuren en kleuren. De manieren van braken en zweten komen aan bod, in theorie en praktijk. Hij gaat in op het ontstaan van de taal en geeft zelfs een uitgebreide bespreking van de Engelse “h”. Ontstaan en betekenis van ademen, hijgen, blozen, lachen, gapen, niezen, ... worden uitgelegd. De rol die de haartooi speelt wordt aanzien als een belangrijk element in de ontmoeting met de ander. Het gebruik van make-up, maskers en juwelen krijgt zijn plaatsje in het boek. Alles komt aan de beurt. Tallis is onmeedogend volledig. Het hoofd als uitkijktoren is bekend maar we leren het ook kennen als luisterpost, snuffelpaal, voorproever en denker. Al die ingewikkelde processen gebeuren in dat deel van ons lichaam zodat de hele persoonlijkheid – het ik – meestal met het hoofd geassocieerd wordt. Hier ligt de kern van ons zijn. En daar breken we in dit boek ons hoofd over. Naast de biologische kant van de fenomenen en de culturele betekenis ervan, geeft Tallis in vijf aparte hoofdstukken expliciet filosofische uitweidingen die de lezer stof tot nadenken geven. Enerzijds is de manier waarop Tallis deze uitgebreide informatie samenbrengt fascinerend; anderzijds rijst de vraag of hij net door die uitgebreidheid niet voorbijgaat aan welke doelgroep dan ook. De uitleg over tafellinnen, het eten met de pinkjes in de lucht, de opsomming van de toevalligheden die ervoor gezorgd hebben dat ons hoofd is wat het is.. Alles heeft zijn plaats in dit boek. De toevallige lezer die leuke info over zijn zintuigen wil, is niet voorbereid op de filosofie en de anatomie waarin toch vaak vakjargon wordt gebruikt. De lezer die enige vakkennis heeft, zal een aantal platitudes en vulgariserende uitdrukkingen niet erg kunnen smaken. Door te mikken op een breed publiek kan worden gevreesd of Tallis zijn doel wel bereikt bij zijn lezers. De lezer die oog heeft voor detail en oor heeft naar lange maar leerzame uitweidingen, zal naast een aantal evidente en gekende functies van het hoofd, veel nieuwe dingen ontdekken waaronder het feit dat ons hoofd, als ingewikkelde centrale, inderdaad de zetel is van onze persoonlijkheid. |


