| Fitter, harder & mooier |
|
|
|
De auteurs gaan op zoek naar de geschiedenis, maatschappelijke achtergronden, commercialisering, sociale aspecten, man / vrouwverschillen en motivaties die aan de basis liggen van de fitnesscultuur. Zij proberen m.a.w. het onderliggende sociaal-culturele ‘hoe en waarom’ bloot te leggen. Er is met die lichaamscultuur duidelijk veel meer aan de hand dan ‘Nikes aan en lopen maar’. In de tekst wordt een onderscheid gemaakt tussen sport en fitness waarbij sport eerder aan wedstrijden verbonden wordt en fitness meer te maken blijkt te hebben met esthetiek en gezondheid. Uiteraard zijn er overlappingen en velen zullen in het dagelijkse taalgebruik zeggen dat ze gaan sporten als ze naar de fitnessclub gaan. Veel aandacht wordt besteed aan wat je de sociologie en de psychologie van het fenomeen zou kunnen noemen. Het gaat om “de problematisering van het lichaam”. De medische en esthetische aspecten worden in hun maatschappelijke context geplaatst, waar vaak, bij het voldoen aan sociaal en commercieel opgelegde schoonheidsidealen, een narcisme om de hoek komt kijken. Gezond zijn en er goed uitzien worden stilaan tot een soort burgerplicht verheven. Waar komt vandaag al die zelfdiscipline en populariteit vandaan? We horen of lezen wel eens van een hedendaagse rage, maar het is duidelijk dat het fenomeen een lange en complexe voorgeschiedenis heeft die helder uit de doeken wordt gedaan. Zo kom je bizarre feiten tegen die op faits divers lijken maar toch iets zeggen over de toenmalige kijk op de zaak. Zo bv. de medische wetenschap(sic) die ronduit ziekmakende gezondheidsaanbevelingen in petto heeft en sigarettenreclame via de sport. Verder een sportieve dame die, niet in 1876, maar wel in 1976 !! manu militari uit een marathon werd gezet omdat ze de misdaad had begaan een vrouw te zijn of een andere dame die ruim voor het gros van de mannelijke deelnemers aan de meet kwam, maar vakkundig werd doodgezwegen door alle media. Zelfs de voorlopers van de hedendaagse technologie van de toestellen komen aan bod. Ook het zeer brede diversificatiespectrum met alle varianten van joggen via aerobics tot bodybuilding wordt uitgebreid belicht. Stokvis en Van Hilvoorde bekijken elk lemma vanuit verschillende perspectieven en hebben hun analytisch huiswerk grondig gedaan. In die mate dat we ons kunnen afvragen of de doorsnee liefhebber wel zit te wachten op die vracht ‘drie-cijfers-na-de-komma’informatie. Toch is het vlot leesbaar, niet belerend geschreven en zowel de professional als iedereen die de achtergrondkennis over zijn / haar hobby wil uitdiepen zal hier een stevige kluif aan hebben. Iemand die echter op zoek is naar een ‘how to”-handleiding met oefeningetjes behoort niet tot de doelgroep. |


