| Titel: |
Bewustzijn. Van filosofie naar hersenwetenschap |
| Auteur: |
Herman Kolk |
| Boekinformatie: |
UItgeverij Boom - ISBN 9789085063810 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Jan Matthys |
Het is een boeiende oefening om na te gaan hoe onze visie op en het onderzoek naar het bewustzijn evolueerde door de eeuwen heen. In dit vlot geschreven boek neemt Herman Kolk de lezer mee op een reis door de geschiedenis. De tocht vertrekt bij de nagenoeg zuiver filosofische beschouwingen over de menselijke geest, ontstaan in een periode waarin van een wetenschappelijk gefundeerde experimentele aanpak nog geen sprake was. Eindpunt is het multidisciplinaire, ik zou haast zeggen chaotische landschap van vandaag, waar diverse disciplines van de wetenschap zo veel invalshoeken toelaten en de bijhorende onderzoeksmiddelen ter beschikking hebben, dat het overzicht bewaren wel een héél grote uitdaging wordt. Het blijkt trouwens ook dat recente bevindingen het raadsel vaak alleen maar groter maken, en dat vragen en paradoxen waar Descartes en tijdgenoten mee zaten, er nog steeds staan. Het boek is opgebouwd in vier delen. We vertrekken dus vanuit de Filosofie, die vervolgens naadloos overgaat in de Bewustzijnspsychologie. Een korte uitstap naar de Gedragspsychologie heeft slechts een beperkte geschiedkundige waarde. En dan barst het vuurwerk los in het laatste deel, Cognitieve psychologie en cognitieve neurowetenschap. De "filosofische" periode reikt tot ver in de 20ste eeuw. Niet alleen Descartes, Spinoza en Leibnitz passeren de revue, maar ook de eerste stappen naar de lokalisatie van bepaalde geestelijke processen in het brein (Broca) en de Turing-machine. De hoofdstukken over empirisme en rationalisme gaan terug tot Aristoteles (zijn associatiebegrip lijkt actueler dan ooit) en Plato's metafoor van de grot. De associaties van Aristoteles vormen de basis van het structuralisme, het eerste hoofdstuk van het onderdeel Bewustzijnspsychologie. Kwantitatieve metingen doen hun intrede: Weber onderzoekt de "just noticeable difference" tussen ervaringen, Fechner meet de sterkte van sensaties, Ebbinghaus introduceert de vergeetcurve. Gestaltpsychologie ontstaat uit reactie tegen de associatiefilosofie: totaalbeelden komen namelijk zo snel dat er geen tijd is om associaties te activeren. Ook de Würzburgse school (Külpe) stelt vast dat de associatiefilosofie niet houdbaar is bij denkprocessen. In de woorden van Boring: "As far as consciousness goes, one does one's thinking before one knows what to think about". De Aktpsychologie van Brentano onderzoekt in welke mate "betrokkenheid" de denkprocessen beïnvloedt. De genetische epistemologie van Piaget biedt inzicht in de leerprocessen die we doorlopen tijdens onze ontwikkeling van baby tot volwassene. Het functionalisme van William James past darwiniaanse principes toe op het bewustzijnsdenken. Een kort intermezzo over gedragspsychologie leidt enkel tot de conclusie dat deze benadering een doodlopende piste was (weliswaar met grote en blijvende namen, zoals Pavlov). Zo komen we dan aan het laatste deel, Cognitieve psychologie / neurowetenschap. Het strekt de auteur tot eer dat hij deze uitdaging opneemt, al hij wordt toch enigszins ingehaald door de feiten; er is de laatste 50 jaar gewoon te veel gebeurd om in een kort bestek samen te vatten. Hij is dus genoodzaakt een selectie te maken, en zijn leidraad daarbij zijn de centrale vragen die sinds mensenheugenis de grootste denkers hebben beziggehouden. Een eerste hoofdstuk concentreert zich op de mens als symboolverwerkend systeem. Psycholinguïstiek en de finesses van visuele waarneming staan hierbij centraal. Vervolgens heeft de auteur het over intentionaliteit in het verlengde van Brentano. De zogenaamde ‘executieve controle’ zorgt ervoor dat we die respons selecteren die voor ons belangrijk is, ook al zijn er ‘sterkere’ alternatieven aanwezig. Wil, emotie en rationalisatie spelen hun rol bij de beslissingen die we nemen. Een merkwaardige conclusie van experimenten rond beslissingsprocessen is dat onze ‘bewuste’ beslissingen een meetbaar tijdsinterval blijken achter te lopen op wat onze hersenen reeds eerder buiten ons om beslist hebben – zijn we dan toch gepredestineerd? De bijdragen rond leren en ontwikkeling bevestigen mij in mijn overtuiging dat ons onderwijs door ongetwijfeld goedbedoelde, maar volkomen misplaatste beleidsopties naar de Filistijnen wordt geholpen. Ten slotte wordt de cirkel gesloten en keren we terug naar het lichaam-geest probleem waarmee alles begon. Samengevat, een zeer lezenswaardig boek over de essentie van ons mens-zijn. Dat er nog steeds meer vragen dan antwoorden zijn houdt ons nederig, en zorgt er anderzijds voor dat we de grenzen blijven verkennen.
|