| Titel: |
Woorden & daden. Een inleiding in de ethiek |
| Auteur: |
A. Van Melle en P. Van Zilfhout (red.) |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij BOOM & Open Universiteit Nederland - ISBN 9789085065265 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Jan Matthys |
Woorden & daden is opgezet als een handboek voor studenten van de Open Universiteit en wordt tegelijk ook aangebracht als een "uitstekende algemene inleiding in de ethiek", die "in heldere taal de theorie en de praktijk van de ethiek" bespreekt. Dit schept de verwachting dat wat hier voorligt allicht niet triviaal is en dat geïnteresseerde doorzetters aan het eind van de rit een behoorlijk overzicht zullen hebben gekregen van deze discipline en haar vele vertakkingen. Die verwachting werd wat mij betreft bijna, maar toch niet helemaal ingelost. En als "ideaal naslagwerk" voor iedereen die te maken heeft met vraagstukken van ethische aard schiet het hoe dan ook te kort. Met name de ethische vraagstukken die bij de Maakbare Mens bovenaan de agenda staan komen nauwelijks aan bod. Dit doet niets af van de kwaliteiten van het boek op zich, maar de positionering kon beter. Het is een boek van en voor academici, dat niet zozeer als een ‘algemene inleiding’ dan wel als een verzameling ‘selected topics’ kan worden omschreven. Ieder hoofdstuk werd trouwens verzorgd door een verschillende, terzake gespecialiseerde auteur. In het eerste, theoretische deel worden vier ethische tradities en hun voornaamste vertegenwoordiger(s) behandeld. Het gaat om ‘Aristoteles en de teleologische traditie, Kant en Rawls en de deontologische traditie, Mill en de utilistische traditie en Levinas en de metafysische traditie’. In een vijfde hoofdstuk wordt hiervan een synthese gemaakt waarbij Levinas al meteen in de eerste paragraaf opzij wordt geschoven als enigszins vreemde eend in de bijt, die dan gemakshalve in de lijn van Kant wordt geplaatst. Waarom dan toch dit uitgebreid hoofdstuk over Levinas? Akkoord, zou je dan kunnen zeggen, het is op zich een boeiend hoofdstuk – in dat opzicht valt er niets op aan te merken; en als dit de volledigheid ten goede komt, waarom niet? Maar volledigheid lijkt me nu net niet het hoofdobjectief van de samenstellers, aangezien de focus duidelijk ligt op de westerse tradities, met nauwelijks aandacht voor de oosterse scholen. Het vijfde hoofdstuk is niet alleen de samenvatting van het theoretisch gedeelte, het is ook de spil waarrond het tweede, toegepaste deel zich verder beweegt. Dat slechts een beperkt aantal toepassingsgebieden wordt behandeld mag niet verwonderen; de mogelijkheden zijn inderdaad eindeloos, en over elk van de gebieden kan probleemloos een boek van dezelfde omvang gevuld worden. De keuze is gevallen op ‘Milieu, Economie, Recht, Gezondheid en Multiculturaliteit’. Stuk voor stuk domeinen waarbinnen nog uitgebreid ruimte is voor de meest diverse accenten, en ook daarin is dus uiteraard een keuze gemaakt. Binnen de context van de Maakbare Mens zijn Milieu en Gezondheid de meest relevante toepassingen. ‘Ethiek en Milieu’ behandelt de evolutie van de "morele gemeenschap" door de eeuwen heen, en dan vooral de recente verschuiving van een zuiver mensgerichte benadering over dieren en planten tot een holistische ecocentrische ethiek. Als uitsmijter wordt stilgestaan bij het begrip ‘wildheid’ en zijn ethische implicaties, een debat waarin het laatste woord duidelijk nog niet is gevallen. ‘Ethiek en Gezondheid’ vertrekt van de eed van Hippocrates en schetst de evolutie van de gezondheidsethiek waarbij de (economische) grenzen van de zorg en de problematiek van het levenseinde centraal worden gesteld. In geen van beide wordt veel aandacht geschonken aan de ethische aspecten van "maakbaarheid", maar dat kan de samenstellers niet echt verweten worden. De gemaakte keuzes hebben hoe dan ook een grote maatschappelijke relevantie. Maar wie uitsluitend geïnteresseerd is in de ethische vragen rond genetica of transplantaties komt niet aan zijn trekken. Volledigheidshalve vermelden we nog dat het boek 18 tekstfragmenten bevat van de in het eerste deel behandelde auteurs, alsmede een uitgebreide bibliografie. Woorden & daden is een verdienstelijke poging om een uitgebreid en moeilijk vakgebied verteerbaar te maken. Daarbij werden onvermijdelijke keuzes gemaakt die globaal zeker te verdedigen zijn. Toch betreur ik dat de theorie zoals aangereikt in het eerste deel ook niet even gekaderd werd in een ruimer perspectief, waarin met name ook de oosterse tradities aan bod hadden kunnen komen.
|