| Titel: |
Rationele geneeskunde. Filosofische achtergrond van de geneeskunde |
| Auteur: |
A. Hijdra en M. Vermeulen |
| Boekinformatie: |
Elsevier Gezondheidszorg - ISBN 978-9035230163 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Geert Plas |
Hoe wetenschappelijk is de geneeskunde? En, hoort het vak wel thuis aan de universiteit? Met deze prangende en provocerende vragen opent het boek Rationele geneeskunde. De teneur van vragenstellen, probleemsetting, van aanzetten tot antwoorden, via historische en wetenschappelijke achtergrondduiding is typerend voor onderhavige publicatie en sluit goed aan bij het casuïstisch karakter van de geneeskunde. De geneeskunde richt zich van oudsher op genezen. Deze rol van de geneeskunde verandert echter snel. Door medisch-technologische ontwikkelingen komt de menselijke maakbaarheid snel in zicht. We willen ons nageslacht vrijwaren van erfelijke aandoeningen, we willen esthetische chirurgie, we willen langer en beter leven, en we willen slimmer en gelukkiger zijn. De verhoudingen tussen genezer (geneesheer, arts) en patiënt zijn revolutionair gewijzigd. Redenen genoeg dus voor een handboek over de filosofische achtergronden van de geneeskunde. Het boek is geschreven door twee praktiserende neurologen en richt zich tot medische studenten en artsen (zo vermeldt de achterflap). Zij zijn vertrokken van de idee dat concrete medische problemen soms om een filosofische reflectie vragen. Probleemgebieden die in het boek aan bod komen zijn: de aard van onze kennis, de relatie tussen geest en lichaam en de rechtvaardiging van normen en waarden. Elk van deze probleemgebieden kent een lange traditie van wijsgerige beschouwing en deze is, aldus de auteurs, van rationele aard. Daarom vinden zij het belangrijk dat (toekomstige) artsen enigszins van deze traditie op de hoogte zouden zijn. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel "Feiten en theorieën" worden enkele themata uit de wetenschapsfilosofie behandeld. De auteurs weerleggen vooreerst de algemeen verspreide opvatting volgens welke ziektes natuurlijke verschijnselen zijn. Ziektes zijn rationele constructies waarvan de empirische inhoud afhangt van de stand van onze (biomedische) kennis. Natuurlijk moeten diagnoses gesteld kunnen worden om de meest efficiënte behandelingen voor te schrijven. Maar hoe komen deze tot stand? Wanneer heeft een diagnostische test bij een specifieke patiënt zin? Aan welke criteria dienen zogenaamde klinische trials te voldoen? Wat is de eventuele toegevoegde waarde van alternatieve geneeswijzen (zoals acupunctuur en homeopathie)? Verder wordt het grote belang onderstreept van een volledig begrip van de patiënt via een grondige analyse door de arts van de biografische, psychologische, sociale en existentiële factoren en milieus. De levensgeschiedenis en levensomstandigheden van een patiënt dragen wezenlijk bij tot het begrip van zijn ziekte. Een belangrijk hoofdstuk wordt ook gewijd aan de interpretatie van onderzoeksresultaten en de constructie van een behandelingsvoorstel. Zeer bescheiden besluiten de auteurs het eerste deel als volgt: "De kennis op grond waarvan artsen beslissingen moeten nemen is intrinsiek onzeker..." In het tweede deel "Lichaam en geest" komen verschillende aspecten van de (complexe) relatie tussen lichaam en geest aan bod. Vertrekkende van de door Plato ingevoerde en door Descartes tot een hoogtepunt gebrachte dualiteit tussen ziel (geest) en lichaam geven de auteurs hun visie op dit lichaam-geestdebat dat lange tijd in de greep van het fysicalisme geweest is (en voor sommigen nog is). Volgens deze opvatting kunnen alle wetenschappelijke uitspraken herleid worden tot uitspraken in de taal van de fysica. Zij behandelen zo allerhande aspecten waarbij psychische processen de materiële wereld beïnvloeden: “Is vrije wil illusoir? Kunnen lichamelijke klachten verklaard worden uit psychische factoren? Wat moeten we nu verstaan onder "bewustzijn"? Wat kenmerkt een persoonlijke identiteit?” Hierbij wordt aangestipt dat voor het vaststellen van persoonlijke identiteit niet alleen lichamelijke, biologische en psychologische criteria gebruikt kunnen worden, doch tevens een sterk moreel aspect in aanmerking moet worden genomen. Terloops wordt zelfs een zijsprong gemaakt naar de mogelijkheid van artificiële intelligentie. Een overzicht van filosofische beschouwingen sluit dit tweede deel af. Na het lezen hiervan wordt het duidelijk dat de individuele opvatting van de arts over het lichaam-geestdebat een belangrijke rol zal spelen in zijn omgang met de patiënt. Het derde deel besteedt aandacht aan de ethiek. De geneeskunde is doortrokken met waarden en normen. De medische ethiek is ook nu nog altijd een van de meest gespecialiseerde menselijke praktijken met een sterk ontwikkelde en uitgesproken ethiek. Recht op informatie van de patiënt en toestemming voor diagnostische ingrepen en behandelingen zijn vandaag vanzelfsprekende elementen van de dagelijkse praktijk geworden. Gedwongen ingrepen en behandelingen vereisen een krachtige morele rechtvaardiging. De deelname van patiënten aan medisch onderzoek (naar de doelmatigheid van nieuwe medicamenten bv.) mag niet voetstoots verondersteld worden. Ook alle aspecten die verbonden zijn met de dood, het levenseinde komen in dit deel aan bod: zinloos medisch handelen, palliatieve geneeskunde, euthanasie, hulp bij overlijden. Een wat overbodig hoofdstuk over meta-ethiek dat onder andere een inzicht wil bieden in de verschillende ethische theorieën en daarom beter aan het begin was geplaatst, sluit dit derde deel af. De auteurs proberen op elk ogenblik zo objectief mogelijk de diversiteit van theorieën en behandelingswijzen te bespreken en een stand van zaken van de huidige kennis van de geneeskunde te verstrekken. Zij schrikken er niet voor terug om voorzichtig positie te kiezen (zoals bv. ten aanzien van homeopathie: "homeopathisch verdunde oplossingen waarin zich geen molecuul van de vermeende effectieve stof bevindt kunnen geen effect hebben"; of ten aanzien van de belangen van de patiënt die " altijd (moeten) prevaleren boven die van de wetenschap of maatschappij"). In dit boek maken we kennis met twee artsen die een menselijke praktijk van de geneeskunde voorstaan binnen een strikte professionele deontologie. Elk hoofdstuk gaat uit van een concreet klinisch probleem waaraan op het einde een persoonlijke oplossing wordt aangereikt op basis van de behandelde visies, opvattingen, theorieën en gebruiken. In menig geval laten de auteurs zien dat het probleem op verschillende wijzen kan worden aangepakt rekening houdende met de mogelijk uiteenlopende gezichtspunten. En soms weten zij het ook niet… en laten het antwoord over aan de lezer (“Wat zou u beslissen? Als zoon of dochter van een patiënt met een beginnende ziekte van Alzheimer; of als lid van een medisch-ethische toetsingscommissie?”). In verschillende "boxes", tabellen en figuren worden verhelderingen aangebracht over concepten, theorieën, personen of worden schematische voorstellingen van medische processen beschreven. Deze zijn meestal goed leesbaar (maar af en toe zeer technisch) en duidelijk gescheiden van de hoofdtekst door de roséachtergrond of het kader. Elk hoofdstuk sluit af met aanvullende aantekeningen en literatuur. In het voorliggende handboek wordt een gespecialiseerde erudiete taal gehanteerd: specifieke geneeskundige terminologie (pathologieën) wordt niet systematisch verklaard. Het niveau van de publicatie is dan ook zeker niet populariserend te noemen (maar dit was uitdrukkelijk niet de bedoeling van de schrijvers). De gecondenseerde stijl en het karig woordgebruik vereisen van de lezer voortdurende aandacht die toch geactiveerd blijft omdat steeds voeling wordt gehouden met de concrete en feitelijke werkelijkheid. Nergens wordt er vrijblijvend noch uitsluitend gespeculeerd. Het boek is bestemd voor de Nederlandse markt: waar er over wetgeving, maatschappelijke achtergronden of universitaire onderwijsmethoden wordt gesproken, is duidelijk de situatie in Nederland bedoeld. Wie de toestand in België (Vlaanderen) een beetje volgt, kan echter zonder moeite de nodige extrapolaties maken. Het boek verschaft ongetwijfeld heel wat interessant denkmateriaal over deze heel bijzondere tak van de medische wetenschap.
|