| Titel: |
Het succes van slechte seks |
| Auteur: |
Dirk Draulans |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij Meulenhoff/Manteau - ISBN 9789085421603 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Jurgen Boel |
Vlaanderens bekendste bioloog Dirk Draulans staat al langer dan vandaag bekend om zijn scherpe pen, soms bijtende humor en gedurfde uitspraken. In het bijzonder op televisie, onder andere in De Laatste Show, wist en weet Draulans te scoren door zijn uiteenzettingen over natuur en evolutie te doorspekken met gewaagde toespelingen. In Het succes van slechte seks met als ondertitel "Hoe de evolutietheorie op toepassing is op elk van ons,[ja, ook u]”wil hij aan de hand van korte hoofdstukjes of artikels zijn lezers wegwijs maken in de verschillende facetten van de evolutietheorie. Geheel conform zijn intermezzo’s op radio en televisie houdt hij het geheel luchtig zonder in simplismen te vervallen. Dat Draulans een getalenteerd schrijver is staat buiten kijf. In niet minder dan 31 hoofdstukken (+ een voorwoord en een naschrift) staat hij stil bij hoe de evolutietheorie op ons dagelijks leven inwerkt. Elk hoofdstukje staat op zichzelf maar volgt wonderwel op het vorige waardoor een kralenketting van essays ontstaat die voortbouwen op het vorige hoofdstuk. Nadat in de eerste hoofdstukken een aantal mythes rond de prehistorische mens ontkracht worden, is het tijd om even aandacht te besteden aan de vaders van de evolutietheorie: Charles Darwin en Alfred Russel Wallace. Draulans eert beide wetenschappers om hun inzichten en visie maar is niet te beroerd om net zo goed hun kleine kanten en dwalingen aan te stippen, al is hij dan een pak milder voor Darwin dan voor Wallace. Halverwege het boek wordt het tijd om seks in zijn verschillende evolutionaire/biologische aspecten aan te pakken. Ontrouw, het ontstaan van geslachten, partnerkeuze, … het komt allemaal aan bod. De laatste hoofdstukken tenslotte worden aan meer verheven thema’s als moraal en altruïsme maar ook racisme gewijd, al weet de oplettende lezer nog voor hij er mee van start gaat dat ook deze vaak geroemde en verguisde eigenschappen van de mens net zozeer een product zijn van evolutie. “Het succes van slechte seks” leest als een trein en toont op een verhelderende en duidelijke manier aan hoezeer ook de mens in al zijn facetten een product van de evolutie is. Met de nodige zwier en spot schopt Draulans tegen heilige huisjes en in steen gebeitelde waarheden (de mythe van de grote jager) waarbij hij de laatste wetenschappelijke bevindingen als massavernietigingswapen inzet. Gortdroge uiteenzettingen of abstracte theorieën komen er niet aan te pas, haast achteloos krijgt de lezer een (nieuw) inzicht in zijn ontstaan en natuur mee. Toch vallen er ook kanttekeningen bij het boek te zetten: zo bevat het geen index noch een bibliografie. Dat Draulans bewust zonder voetnotenapparaat werkt stoort niet, net zo min als het ontbreken van een ellenlange lijst van wetenschappelijke werken waar de geïnteresseerde leek weinig aan heeft. Een beknopte lijst van instapwerken rond evolutietheorie had evenwel welkom geweest. Dit boek richt zich immers duidelijk op hen die weliswaar geïnteresseerd zijn in de evolutietheorie maar hier nog lang niet in thuis zijn. Waarom worden Stephen Gould, Daniël Dennet, Richard Dawkins, … of in het eigen taalgebied Mark Nelissen en Bas Haring bijvoorbeeld niet vermeld? Tenslotte zijn dit net zo goed schrijvers die zich tot een niet-gespecialiseerd publiek richten en wiens werken een mooie aanvulling kunnen vormen op Draulans uiteenzetting. Een opsomming van namen en wetenschappelijke tijdschriften in een beschouwend nawoord volstaan niet. Vermoedelijk zal een eenvoudig mailtje met de vraag om extra literatuur wel mogelijk zijn, maar toch had dit gemakkelijk vermeden kunnen worden. Het enige echte euvel waar dit boek aan lijdt, is de onnodige en veelvuldig voorkomende drang van Draulans om andere mensen, in casu bekende Vlamingen, nodeloos te ridiculiseren. Zo kan hij het niet laten om onder meer de komiek Gunther Lamoot, politica Freya Van den Bossche of zijn oud-collega Marc Reynebeau door het slijk te halen. In hoeverre is het relevant om de kustechniek van Bart Somers aan te halen of tot tweemaal toe te moeten opmerken dat Herman Schuermans op zijn zachtst gezegd mens / vrouwonvriendelijk is? Deze zogenaamde plastische duidingen bij het verhaal getuigen van weinig smaak en verstoren bovendien consequent het boeiende betoog van Draulans. Halverwege het boek rijst zelfs de vraag in hoeverre het hier niet net zo goed om een afrekening met een aantal mensen gaat en waarom Draulans zich krampachtig moet afzetten tegen anderen. Op een kleinzerige manier haalt hij zo zijn eigen boek en betoog meermaals onderuit en dat is doodzonde want een bevlogen schrijver als Draulans heeft dergelijke achterklap en vuilspuiterij echt niet nodig om de aandacht van de lezer erbij te houden.
|