| Titel: |
Geloof als geneesmiddel |
| Auteur: |
Jos Vranckx |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij Davidsfons - ISBN 978-90-5826-566-1 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Roeland Termote |
Moet geloof een rol spelen in therapie, genezing en gezondheidszorg? Deze vraag beantwoorden binnen het bestek van één boek mag gerust een ambitieus project genoemd worden. Onderzoek naar medische doeltreffendheid van ritueel en gebed, de wenselijkheid van vernieuwde en toegenomen inmenging van godsdienst in de gezondheidszorg en de exacte modaliteiten van een religieuze dimensie in een therapeutische context zijn thema’s die om een uitgebreide reflectie en behandeling vragen. Het mag dan ook ietwat verbazen dat Jos Vranckx nog veel meer hooi op zijn vork neemt. Medicalisering, psychosomatiek, het voorkomen van depressie en existentiële crises, stress, spiritualiteit, atheïsme, mirakels, geluksstrategieën en ontspringende christelijke bewegingen. Het is slechts een greep uit de mozaïek aan onderwerpen die tegen het licht gehouden worden in Geloof als geneesmiddel. En veel is teveel in dit geval. In zijn poging om een kronkelend snoer van uiteenlopende gedachten bij elkaar te freewheelen, offert de auteur de coherentie en de diepgang van zijn werk op. Wetenschappelijk onderzoek, mythes en persoonlijke bedenkingen doorkruisen elkaar in een anekdotische opsomming die neurowetenschappers, ‘existentieel consulenten’ en slangenaanbidders zij aan zij plaatst. Zelden wordt er lang genoeg stilgestaan bij hypothesen of bewijsmateriaal om hen op hun waarde te kunnen schatten. Geloof als geneesmiddel is dan ook het soort boek waarvan de bibliografie het beste hoofdstuk is. Die veelheid aan losse gegevens en de vage articulatie van problemen én oplossingen, worden al gauw ergerlijk. Als we dan toch een algemene teneur kunnen ontwaren, dan is het de cultuurpessimistische analyse dat onze samenleving zich in een malaise bevindt. De gezondheidszorg lijkt te moeten dienen als prisma voor een diepere existentiële crisis, eigen aan onze tijd. Waaraan moeten we de lamlendige staat van de moderne mens wijten? Voornamelijk het verlaten van de oude zingevende overwelvingen van godsdiensten en een koud naturalistisch wereldbeeld. Nieuwe atheïsten als Dawkins, Dennett en Hitchens worden op een hoopje gegooid met postmodernisten, maar tevens afgeschilderd als doemdenkers, die alle menselijke hoop op levensvervulling verbrijzelen onder de hakken van het onverschillige sciëntisme. Niets nieuws onder de zon dus. Het geestelijke en emotionele onbehagen dat vooral jongeren schijnt te treffen, is een maatschappelijk pijnpunt dat alle aandacht verdient. En het overaanbod aan laagdrempelige pseudospiritualiteit vormt dan een bijzonder gebrekkig antwoord. Vranckx grijpt dit echter aan om het intellectuele zwaktebod van het godsgeloof terug naar binnen te smokkelen langs de achterdeur. Zijn vehikel is nu eens de geneeskunde, dan weer de psychiatrie of de sociale zorg. Geloven in God maakt je weerbaarder, bestendigt genezingsprocessen en kan verhelpen aan eenzaamheid. Net zoals geloven in jezelf, goede relaties of een bewuste omgang met de werkelijkheid? Eigenlijk wel, kunnen we tussen de regels lezen. Niets wijst er op dat godsdiensten een monopolie hebben op diepgang in de levensbeschouwing. Waarom wordt het blikveld dan vernauwd tot het concept van een (christelijke) God? Omdat we nood zouden hebben aan externe zingeving en "de meest fundamentele zelfaanvaarding geworteld is in het idee dat God je bemint": God als toeverlaat en lapmiddel voor een essentieel zinloos bestaan. In het slotargument reduceert de auteur godsdienst dus zelf tot een willekeurig instrument tegen psychische en sociale kwaaltjes en een stopmiddeltje voor het vervelende besef dat zin uit de mens voortkomt. Pfff.
|