|
Psychologe Dehue werkte in de jaren ‘70 van de vorige eeuw in een kinderpsychiatrische kliniek. Depressie was toen niet bekend bij kinderen en was enkel een ziekte bij volwassenen. Na een bijkomende studie in de wetenschapsfilosofie keerde Dehue, jaren later terug op het terrein van de psychische ziekten en constateerde dat depressie geen zeldzaamheid meer was en dat ook kinderen er blijkbaar aan konden lijden. Vanuit haar nieuwe inzichten besloot zij dit merkwaardige fenomeen te onderzoeken, wat resulteerde in De depressie-epidemie. Dit boek laat zich gemakkelijk lezen door de leek, maar is ook de moeite waard voor de medicus, die onafhankelijk van het eigen specialisme regelmatig in aanraking komt met patiënten die zouden lijden aan een depressie. Dehue’s boek is geënt op gegevens uit Nederland, maar de informatie en aandachtspunten zijn gemakkelijk te extrapoleren naar andere landen. Depressie houdt zich niet aan landsgrenzen en de farmaceutische industrie die erop inpikt om voor de behandeling te zorgen al helemaal niet. Of is het juist omgekeerd: firma’s ontwikkelen medicijnen en zoeken een ziekte die erbij past? Somberheid, melancholie en piekeren zijn emoties die eigen zijn aan een mens en iedereen wel eens overvallen. Men kent stress door externe druk in de woon- en werkomgeving. Niet iedereen kan daar even goed mee omgaan. Dat betekent niet dat die mensen een depressie hebben. Het is van groot belang het begrip ‘depressie’ goed te definiëren. Het woord depressie verscheen in het midden van de 19de eeuw in de psychiatrie en heeft nadien verschillende invullingen gekregen. Lang verwees het naar neerslachtigheid als gevolg van onverwerkte ervaringen, waarbij de aard en het verloop van het lijden verschillend konden zijn per individu. Pas vanaf 1980 maakt dit ‘psychodynamisch model’ plaats voor het ‘entiteitsmodel’ dat depressie als een op zichzelf staande ziekte ziet, die tussen individuen in sterkte varieert. Dit zogenaamde entiteitsmodel van depressie heeft zich verspreid via de derde versie van de internationaal gezaghebbende Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders ofwel de DSM-III, een handboek samengesteld door leden van de American Psychiatric Association. Inmiddels bestaat er een vierde editie. Hoewel het de bedoeling was van de samenstellers om te bepalen welke gedragspatronen als gestoord moeten worden beschouwd en deze een ziektelabel mee te geven, blijkt in de praktijk het omgekeerde. Het ziektelabel suggereert de oorzaak van de ziekte te zijn. De term ‘majeure depressieve stoornis’ is volgens de criteria van de DSM gerechtvaardigd als iemand gedurende tenminste twee weken aan minstens vijf criteria voldoet. De belangrijkste criteria zijn neerslachtigheid en gebrek aan belangstelling voor de dagelijkse bezigheden. De overige kenmerken liggen op het vlak van gebrek aan energie, besluiteloosheid, slecht concentratievermogen, overdreven gevoelens van schuld, vermageren of in gewicht bijkomen, te veel of te weinig slapen en doodsgedachten. Door deze variatie van kenmerken kon het begrip depressie een eigen leven gaan leiden en aan veel stemmingen worden gekoppeld, zodat de diagnose van depressie de laatste jaren is toegenomen. Bovendien moet het geld voor de behandeling van vrijwel iedere ziekte en dus ook voor depressie van de verzekeraars komen. Daardoor moeten iemands klachten worden gerelateerd aan een bestaande ziekte, waaraan dan weer een vaste therapie kan worden gekoppeld. Die therapie bestaat naast psychotherapie uit antidepressiva. Antidepressiva moeten evenals andere medicatie worden getest op mensen, eerst op gezonde en in een later stadium op zieke. Zieken moeten als testpopulatie dan allen aan dezelfde ziekte lijden. Zo ontstond een vicieuze cirkel. Ziekten vergen een behandeling en behandelingen hebben nood aan een afzetgebied: patiënten. Dehue wijst in haar boek regelmatig op de driehoeksverhouding zieke-ziekte-farmaceutische firma. Aangezien reclame voor medicatie niet is toegelaten, maken farmaceutische firma’s via media en artsenbezoekers reclame voor de ziekte. Depressie wordt maatschappelijk onaanvaardbaar geacht. Lijden aan een depressieve toestand mag niemand overkomen en moet te allen tijde worden bestreden door medicatie. Studies over antidepressiva worden soms vervalst en negatieve resultaten worden niet vrijgegeven. Niet alle bijwerkingen komen op de bijsluiter en de studiepopulatie kan worden gemanipuleerd. Op wetenschappelijke artikels wordt soms de naam van een gerenommeerde wetenschapper geplaatst om de studie meer aanzien te geven ook al heeft de zogenaamde auteur er niets aan bijgedragen (gastschrijvers). De macht van de farmaceutische industrie is ongekend groot. Dat geldt voor alle medische firma’s en allemaal zijn ze enigszins in hetzelfde bedje ziek, dat van commercialisering van een bepaald ziektebeeld. Echter, in veld van de psychiatrie geldt vrijwel altijd dat het label dat iemand krijgt opgeplakt bepalend is voor de verdere levensloop. Een psychiatrische diagnose blijft niet anoniem en raak je niet makkelijk kwijt. Inmiddels is bewezen dat het placebo-effect van antidepressiva belangrijker is dan de werking zelf. Al ervaren mensen verbetering van hun toestand en ook al zien veel therapeuten vooruitgang van de patiënt, onafhankelijk onderzoek zonder farmaceutische inmenging toont aan dat het enkel het placebo-effect is waardoor de patiënt zich beter voelt. De idee dat er iets wordt gedaan aan de problemen maakt dat iemand zich beter voelt. In haar boek wil Dehue inzicht verschaffen in het ontstaan van het begrip depressie en de reacties dat het heeft uitgelokt in de maatschappij, waardoor het ziektebeeld een vrije vlucht kon nemen. Er zullen altijd sombere momenten zijn in iemands leven en de één is neerslachtiger van aard dan de andere. Het is belangrijk het kaf van het koren te scheiden en het fenomeen depressie beter te benoemen om misdiagnoses aan banden te leggen en alleen echte depressies indien nodig, medicamenteus te behandelen als er geen andere oplossingen zijn. De moderne mens moet leren met de onzekerheden in het leven om te gaan en niet te leunen op de meestal dubieuze diagnose van depressie.
|