| Titel: |
De Brein Machine |
| Auteur: |
Mark Nelissen |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij Lannoo - ISBN 978-90-209-7622-9 |
| Verschijningsdatum: |
2008 |
| Recensent: |
Jurgen Boel |
Is er dan werkelijk niets meer heilig? Moet echt alles ontleed worden in koude labo’s? Waarom moeten mysteries zo nodig ontrafeld worden door klinische tests? De verzuchting dat emoties hun waarde zouden verliezen zodra we weten wat hen stuurt, is dan ook de belangrijkste kritiek waarmee elke wetenschapper die de mens als een biologisch wezen behandelt, te maken krijgt. De brein machine heeft als ondertitel De biologische wortels van emoties en gevoelens. Een darwinistische kijk. Een hele mondvol maar het zegt wel duidelijk waar het voor staat: in De brein machine wil gedragsbioloog Nelissen namelijk de biologische en evolutionaire wortels van onze emoties en gevoelens blootleggen. In zes onderscheiden hoofdstukken staat hij niet alleen stil bij de verschillende emoties en hun onderscheid in “lagere” en “hogere emoties” maar geeft hij ook de chemisch/biologische basis mee zonder zichzelf te verliezen in al te gedetailleerde wetenschappelijke feiten. Nelissen schrijft duidelijk voor een publiek dat weliswaar interesse heeft in biologie en evolutie maar hier zich nog niet voldoende in verdiept heeft. Lezers die al wat vaker populair-wetenschappelijke boeken rond evolutiebiologie en de mens gelezen hebben, zullen dan ook weinig nieuwe feiten rapen. Maar dat hoeft geen belemmering te zijn, een opfrissing kan nooit kwaad. Bovendien weet de auteur duidelijk hoe hij zijn publiek bij de les moet houden en hoe hij de soms abstracte en droge materie bevattelijk moet maken voor een groot publiek. Toch is het even doorbijten, zeker bij het eerste hoofdstuk lijkt het alsof de auteur te veel hooi op zijn vork wil nemen en zichzelf te veel verliest in bijgedachten en uitweidingen rond het evolutieproces. Anderzijds heeft een dergelijk inleidend hoofdstuk met wat provocerende uitspraken zeker zijn nut, tenslotte moeten enkele heilige huisjes omver gegooid worden vooraleer er met het echte werk van start gegaan kan worden in de volgende hoofdstukken. In het tweede en het derde hoofdstuk komen dan een ruim gamma aan emoties aan bod waarbij in het bijzonder verbazing en walging (hoofdstuk twee) en trots (hoofdstuk drie) interessant zijn omdat deze emoties in de literatuur veel minder aan bod komen dan pakweg vreugde, woede, schaamte of verdriet. Bij deze laatste is het ook veel eenvoudiger om de evolutionaire achtergrond te vatten en te bevroeden. Dat Nelissen er in slaagt een gevoel als walging toch op een plausibele manier te plaatsen binnen een biologisch kader, verleent aan het boek een extra cachet. Eens de basis gelegd is en de emoties behandeld, is het tijd om de hardware wat nader te bekijken in het vierde en vijfde hoofdstuk. Dat emoties en het menselijk gedrag in de eerste plaats in de hersenen zetelen, is sinds de opmars van onder andere prozac al meer aanvaard maar dat betekent nog niet dat het gros van de mensen weet wat daar dan allemaal gebeurt, laat staan hoe. Door eerst de hersenen en de verschillende gebieden die elk hun rol spelen aan bod te laten komen en dan pas over de rol van de hormonen en moleculen te spreken, blijft alles duidelijk, ook voor de leek. Nelissen laat bewust de (te) wetenschappelijke uitleg weg zonder ooit aan de essentie te raken. Met een minimum aan droge feiten over de anatomische en scheikundige werking van ons lichaam en de hersenen in het bijzonder wordt toch een fraai en helder beeld geschetst van de ingewikkelde machine die het menselijk brein is en hoe verschillende actoren hun rol spelen bij de besturing en het oproepen van emoties. In het laatste en zesde hoofdstuk wordt relatief kort stilgestaan bij het sociaal gedrag van mensen en hoe dit logischerwijze door emoties en de evolutie hiervan gekleurd is. Hoewel een dergelijk thema al op een boek op zichzelf rechtvaardigt, krijgt de lezer toch het gevoel dat hier meer dan een tipje van de sluier opgelicht werd. Uiteraard volstaan een slordige twintig pagina’s niet maar nergens worden zaken op een drafje afgehandeld. Het hoofdstuk is misschien wat kort maar nergens slordig of simplistisch. De brein machine is een aangename en vlot geschreven inleiding in de biologie van emoties die dankzij de vele (en handig geplaatste) literatuurverwijzingen onmiddellijk de weg opent naar meer gespecialiseerd werk. In ons taalgebied heeft Mark Nelissen zich gaandeweg weten opwerken tot een waardevol auteur van populair-wetenschappelijke werken rond evolutiebiologie. Vulgariserend maar nooit simplistisch of frappant onjuist, bieden zijn werken en De brein machine in het bijzonder een aan te raden inleiding in deze materie. |
|