|
Neurobiologische verkenningen naar menselijk gedrag |
|
|
|
| Titel: |
Neurobiologische verkenningen naar menselijk gedrag |
| Auteur: |
Luc Crevits |
| Boekinformatie: |
Uitgeverij Academia Press - ISBN 9789038211794 |
| Verschijningsdatum: |
2007 |
| Recensent: |
Karin Janssen van Doorn |
|
Neuroloog Luc Crevits probeert in zijn boek Mijn geest, van vlees en bloed inzicht te geven in ons brein. De hersenen zijn een zeer complex orgaan en neurologie, de wetenschap van de hersenen, raakt aan veel andere wetenschappelijke gebieden zoals anatomie, psychologie, psychiatrie en filosofie. Het is bijna onmogelijk om zo’n groot terrein afdoende te ontginnen. Crevits gaat de uitdaging aan en behandelt de thema’s kennis, emotie en bewustzijn. Hij sluit zijn boek af met een zeer welkome en verduidelijkende woordenlijst. Echter, hij was beter begonnen met het laatste hoofdstuk waarin hij de anatomie en neurofysiologische werking van de hersenen uiteenzet. Volgens de schrijver kan een ingewijde lezer dit hoofdstuk overslaan, maar voor de niet-ingewijde lezer, voor wie dit boek hoofdzakelijk is bedoeld, is het mosterd na de maaltijd om pas aan het einde van dit compact geschreven boek kennis te maken met de basisprincipes van de neurologie. Crevits gaat ervan uit dat alle gedrag een materiële grondslag heeft en dat er geen bovennatuurlijke verklaringen voor zijn. Om zijn uitgangspunt te staven begint hij met een hoofdstukje over het evolutionair-neurobiologisch perspectief op gedrag. Volgens dit Darwinistische principe zijn menselijk en dierlijk gedrag het gevolg van dezelfde selectiewetmatigheden. Selectie speelt een belangrijke rol in de overlevingskansen van een organisme. Inmiddels is het bekend dat genetische factoren ook een rol spelen in gedrag. Ook het nature-nurture debat naar de verhouding aangeboren-aangeleerd is een belangrijke onderzoeksoptie. Gedrag is een factor waarvan de meeste mensen zich een concreet idee kunnen vormen. Waarnemen, leren en geheugen zijn moeilijker te vatten onderwerpen in de neurologie. De lezer krijgt in een flits veel informatie aangereikt. Voorbeelden uit het dagelijks leven of de medische wereld moeten de begrijpelijkheid bevorderen, maar duidelijke referenties om het allemaal nog eens na te lezen ontbreken. Het onderwerp taal daarentegen, is duidelijker van opzet. Taal is het middel om te communiceren en te denken. Door te denken kunnen we tot de oplossing van een probleem komen. Taal is het aspect dat ons het meest aanspreekt van de verschillende onderwerpen in het neurologisch veld. Een ouder is trots als een kind zijn eerste woordje spreekt. Men is verveelt als hij woordvindingsmoeilijkheden heeft. Taal kunnen we vatten. Dieren hebben ook een taal, maar denken er niet bij. Ze communiceren omdat ze instinctief aanvoelen dat er gevaar dreigt of om de kudde bijeen te houden. Dat de mens kan denken wat hij wil gaan zeggen maakt hem bijzonder. Dat geldt ook voor emoties. Dieren worden verondersteld geen emoties te hebben. Studies hebben nog geen uitsluitsel gegeven over de aanwezigheid van emoties bij dieren, maar Crevits voelt zich aangetrokken tot het gradualisme. Dieren kunnen waarschijnlijk wel bepaalde emoties ondervinden en hoe dichter ze evolutionair bij de mens staan, hoe meer hun emoties op die van een mens kunnen lijken. Hij staaft zijn idee aan de evolutietheorie. Volgens hem zou het vreemd zijn als de homo sapiens unieke kenmerken zou vertonen waarin van geen enkel ander soort een spoor is terug te vinden. Het begrip gradualisme geeft de evolutionaire weg omhoog naar meer ontwikkelde organismen. Hoewel het ervan uitgaat dat de mens niet het eindpunt van de evolutie hoeft te zijn, is het niet duidelijk of het begrip gradualisme ook voor neurologische aspecten kan worden gebruikt. De auteur maakt regelmatig snelle associaties tussen begrippen en voorbeelden. Dat maakt het boek weinig transparant. De voorbeelden zijn niet altijd duidelijk uitgewerkt. In het intermezzo hypnose bijvoorbeeld zegt de schrijver dat ‘het niet onmogelijk is dat de hypnotische toestand bij de mens overeenkomsten vertoont met bewustzijnstoestanden van andere diersoorten, denk maar aan het uniforme zwenken van een troep meeuwen.’ Het is aan de lezer om het verband te leggen. Dit boek biedt de lezer veel informatie, maakt nieuwsgierig en nodigt uit tot verder lezen. De boekenlijst achterin wijst de weg.
|
|