| De Geboren Aanpasser |
|
|
|
De achterflap van De Geboren Aanpasser leert ons dat Theo Mulder neuropsycholoog is, directeur ‘Onderzoek en Instituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)’ en hoogleraar ‘Bewegingswetenschappen’ aan de Rijksuniversiteit te Groningen. We lezen ook dat de relatie tussen hersenen en gedrag een centrale plaats in zijn werk inneemt. Deze korte inleiding geeft meteen de toon aan van het boek, met name hoe de hersenen ons laten bewegen. Hoewel het boek zeer toegankelijk is, komen enkele neuropsychologische termen aan bod die het geheel wat moeilijker maken om te begrijpen. Zoals de titel aangeeft, staat aanpassing centraal, en dan vooral hoe de mens, individueel en als ras, hiermee omgaat. Theo Mulder begint zijn boek met een geschiedenisles die de evolutie schetst van de wereld en de plaats die de mens daarin heeft. Een van de grote theorieën die hier aan bod komen is de theorie van natuurlijke selectie. De theorie van Darwin ging in tegen het toen gangbare beeld dat de mens en de aarde centraal stonden. Alsof de mens moest ontstaan uit het evolutionaire proces. Mulder toont echter aan dat de theorie van Darwin niet alles kan verklaren, zoals bijvoorbeeld het ontstaan van nieuwe soorten of eigenschappen. Later zal dit door vooruitgang in de genetica worden verklaard als mutaties in het DNA. Tijdens deze schets van de menselijke evolutie laat Mulder zien dat de mens dankzij zijn unieke (fysiologische) karakteristieken relatief eenvoudig met verandering om kan gaan. Deze eigenschappen bestaan o.a. uit de oog-handcoördinatie die het gebruik van werktuigen mogelijk maakt, en een brein dat de overgang van kennis toelaat en ons in staat stelt om te leren. Hierdoor was het mogelijk voor de mens om zich te wapenen tegen de elementen, moeilijk terrein te overbruggen; kortom, om zijn omgeving naar zijn hand te zetten. Het grote verschil tussen mens en dier zijn de hersenen. Mulder wil dan ook graag weten hoe deze functioneren en hoe ze ons gedrag beïnvloeden. We weten dat bepaalde processen ervoor zorgen dat we bewegen, en dat bepaalde delen van de hersenen instaan voor de werking van een bepaalde functie. Deze gebieden blijken verre van specifiek. Zo zullen de hersenen na een trauma zich herschikken zodat een bepaalde functie, gelinkt aan een bepaald deel van de hersenen, wordt overgenomen door andere delen. Het mysterie hoe de hersenen ons maken tot wie we zijn blijft echter nog steeds bestaan. Bij de opkomst van de psychologie zijn er een veelvoud aan theorieën ontwikkeld die de werking van de hersenen trachten te verklaren. Mulder geeft vervolgens een overzicht van de grootste psychologische theorieën (vb. Behaviorisme) en laat enkele grote namen uit de psychologie (Thorndike, Skinner, Pavlov, enz.) aan het woord. Hij stelt zich hier wel enkele scherpe vragen bij de uitgangspunten van deze theorieën. De grote lijn hier is dat bepaalde theorieën de hersenen voorop stellen en deze zien als de essentie van het mens zijn. Hierbij sturen de hersenen elke beweging en is er geen terugkoppeling tussen de omgeving en het individu. Men spreekt hier over het mannetje in de hersenen ofwel de homunculus. Andere theorieën leggen de nadruk dan weer te sterk op de interactie tussen lichaam en wereld, waardoor het lijkt of de mens louter gestuurd wordt door impulsen van buitenaf. Dit theoretisch overzicht voelde nogal geforceerd aan en leest minder vlot dan de delen waarin Mulder uit eigen ervaring spreekt. Wel was het interessant om op te merken hoe de ene theorie zich altijd afzet tegen de voorgaande, en er een constante afwisseling ontstaat in dominantie. Een ander probleem met dit omvangrijk overzicht is dat alle theorieën op elkaar beginnen te lijken. Ze verschillen enkel nog door de specifieke termen die ze gebruiken, wat het geheel onoverzichtelijk kan maken. Na deze wat theoretische hoofdstukken komt Mulder tot de essentie van zijn betoog, namelijk kunnen we met de huidige kennis die we bezitten over de hersenen en beweging mensen helpen? Volgens Mulder is dit zeker het geval. Zo beschrijft hij een oude vrouw die na een ongeluk lange tijd revalidatietherapie moest volgen. Deze vrouw was vroeger danseres en aan de hand van muziek leerde ze terug ritmisch bewegen en zo ook weer te stappen. Dit voorbeeld is meteen ook de kern van Mulders betoog, namelijk dat we volgens hem minder conventioneel naar beweging en revalidatie moeten kijken. Er zijn namelijk veel meer aspecten verbonden aan beweging dan wordt gedacht. Of om Mulder zelf te parafraseren: ”De hier beschreven experimenten onderstrepen een van de belangrijkste thema’s van het boek, namelijk dat beweging niet een puur motorisch proces is, maar het resultaat van een permanente interactie tussen motorische, perceptuele en cognitieve processen.” |


