| Zorg aan zet. Ethisch omgaan met ouderen |
|
|
|
De ondertitel van Zorg aan zet maakt duidelijk waar het boek over gaat: ethisch omgaan met ouderen. Een blik op de achterflap leert de lezer dat het begrip 'waardigheid' centraal staat. Waardigheid is cruciaal voor goede zorg, maar de invulling van dit begrip is niet zo eenvoudig. De auteurs beloven een boek dat dieper ingaat op de vraag hoe de waardigheid van zowel zorgvrager als zorgontvanger concreet kan worden ingevuld in de zorgpraktijk. Omdat de ethische vragen die hiermee verband houden relevant zijn voor hulpverleners, hulpvragers en mantelzorgers, is het boek naar hen allen gericht. Linus Vanlaere is ethicus binnen de Groepering van Voorzieningen voor Ouderenzorg en wetenschappelijk medewerker van het zorg-ethisch lab sTimul, dat in het boek ook kort aan bod komt. Chris Gastmans is ethisch adviseur van Zorgnet Vlaanderen. De auteurs schreven ook het boek 'Cirkels van zorg', waarvan 'Zorg aan zet' de opvolger is. Het eerste deel van het boek stipt het belang van waardigheid aan binnen verschillende situaties. Aan de hand van het voorbeeld van ouderen die bedplassen, gaan de auteurs eerst dieper in op de begrippen 'ontwaarding', 'verontwaardiging' en 'verwaardigen'. Ook het hoofdstuk over 'de ethiek van het wassen' onderzoekt wat waardigheid betekent en hoe die, in een handeling die op het eerste gezicht zo banaal lijkt, aangetast of net versterkt kan worden. Concrete cases en getuigenissen van zowel zorgbehoevende ouderen als hulpverleners, maken dit stuk erg bevattelijk. Het hoofdstuk over seksualiteit en verliefdheid verduidelijkt, opnieuw aan de hand van cases, dat ook ouderen met dementie wel degelijk seksualiteit (kunnen) beleven. Er wordt stilgestaan bij de grens tussen 'gezonde' seksualiteit en een ontremde seksualiteit of hyperseksualiteit. Wat moeten hulpverleners vertellen aan de partner van een dementerende man die intimiteit zoekt bij een vrouw die in het zorgcentrum verblijft? Hoe kunnen hulpverleners seksualiteit bespreekbaar maken in hun team, wanneer zijzelf schaamte of ongemak voelen als ouderen blijk geven van seksuele gevoelens, bijvoorbeeld tijdens het intiem toilet? De laatste twee hoofdstukken van het eerste deel gaan over het levenseinde. De auteurs proberen inzicht te geven in de beslissingen die te maken hebben met het al dan niet kunstmatig toedienen van vocht en voedsel. Bij een niet-behandelbeslissing moeten nuttigheid (doeltreffendheid) en zinvolheid tegen elkaar worden afgewogen. Bij dementerenden voor wie de dood nabij is, is dit onderscheid vaak makkelijker te maken dan in de situatie van een dementerende oudere die nog lang niet in de terminale fase verkeert. Het boek licht de ervaringen van Vlaamse artsen en verpleegkundigen met niet-behandelbeslissingen toe. Aan de hand van voorbeelden wordt duidelijk dat een goede samenwerking tussen beiden én een grondig overleg met de naasten van de oudere, cruciaal zijn. Vanaf hier worden de hoofdstukken specifieker opgevat als een soort handleiding voor wie professioneel met zorg bezig is. De auteurs trachten tips en richtlijnen te geven over ethisch handelen in een team en vooral over de organisatie van overleg over zorg. Het laatste hoofdstuk van het eerste deel stelt de vraag naar de wenselijkheid en de mogelijkheid van euthanasie bij dementerende ouderen. De Belgische wetgeving laat dit niet toe, in tegenstelling tot de Nederlandse situatie, waar het op basis van een voorafgaande wilsverklaring met euthanasieverzoek, wel kan, al leidt de praktijk daar vaak tot discussie. Deze discussie wordt helder toegelicht. De auteurs staan bijvoorbeeld stil bij het gevaar dat angst, schaamte en schuld motieven kunnen zijn voor de oudere persoon om euthanasie te wensen. Het boek wijdt ook uit over de onherroepelijkheid van het verzoek: "Hoe dient de arts te handelen ten opzichte van de dementerende patiënt die zijn kinderen niet meer herkent, die kwijlt en incontinent is, die een medepatiënte aanziet voor zijn overleden echtgenote, maar die desondanks met opgeruimd gemoed en zichtbaar plezier deelneemt aan de activiteiten in het verpleeghuis, terwijl hij ooit - in een verleden waartoe hij zelf geen toegang meer heeft- juist deze omstandigheden heeft omschreven als grond voor euthanasie?" De auteurs betogen dat een afwijzing van euthanasie bij vergevorderde dementen een kans is voor de maatschappij om meer te investeren in betere zorgfaciliteiten voor zwaar dementerenden en hun naasten. Het tweede deel van het boek, 'Voorbij zwart-wit', tekent een strategie uit voor een gefundeerd ethisch overleg. Dit tweede deel is heel wat abstracter en veel minder toegankelijk voor wie niet professioneel met zorg en meer bepaald met de hierboven besproken thema's bezig is. De auteurs doen de kenmerken van zorgethiek uit de doeken en benadrukken het belang van een waardengeladen mensvisie. Het 'Leuvense personalisme' vormt de leidraad en gaat uit van concepten als onder andere: 'de persoon is een subject', 'de persoon is een lichaam' en ' de persoon maakt deel uit van een sociaal geheel'. Verder wordt stilgestaan bij de normatieve basis voor zorg en tenslotte beschrijft het boek het belang van een overlegmethode voor ethiek in praktijk, een hoofdstuk dat weer specifiek gericht is naar professionelen. Zorg aan zet is een begrijpbaar, uitgebreid en diepgaand werk over een thema dat niet alleen door de vergrijzing van onze samenleving actueel is, maar dat iedereen aangaat, al was het maar omdat we allemaal oudere naasten kennen en zelf ook ouder worden. Het eerste deel van het boek is zeer toegankelijk voor een breed lezerspubliek. Het blijft ook naar het einde toe begrijpbaar, maar wordt dan toch eerder bruikbaar voor professionele zorgverleners of professionelen die op een andere wijze bij het zorgproces van ouderen betrokken zijn. |


