| Het ondiepe. Hoe onze hersenen omgaan met nieuwe media |
|
|
|
Ik ben een verwoede fan van Google. Eigenlijk betrap ik mezelf erop dat ik continu naar de pc loop om onderwerpen te googelen. Een liedje op de radio, een onbekende naam, de vrouwen van Hendrik VIII terwijl ik naar de serie kijk... Het maakt me onrustig en soms verward. Ook het voortdurend checken van mails wordt onweerstaanbaar. De verschillende geluidjes hebben een Pavlov-effect, ik moet er met heel mijn brein tegenin gaan en luidop tegen mijzelf zeggen dat ik even goed binnen een uurtje de binnengekomen mails kan lezen. Mijn partner en ik hadden besloten telkens op zaterdag een mailvrije dag in te lassen. Dit lukte wonderwel goed...tot we nu onze mails opvragen via onze iPhone. Maar dankzij Google vind ik ook onmiddellijk alle informatie die ik nodig heb voor mijn werk, mijn vrije tijd, mijn vakanties.Daarom wou ik het boek Het ondiepe. Hoe onze hersenen omgaan met nieuwe media lezen of... wat doet het internet met het brein? De auteur Nicolas Carr, heeft eerder al een essay gepubliceerd over Google namelijk Is Google making us stupid? en buigt zich nu in dit nieuwe boek over de langetermijneffecten van het internet. Iedere nieuwe technologie, de klok, het boek...brengt nieuwe manieren van denken en handelen met zich mee. De voornaamste kritiek van Carr op de invloed van het internet op ons brein, is de vluchtige manier van denken. Vluchtig en oppervlakkig, dus ondiep. Als we iets lezen op het internet verloopt dit helemaal anders dan het lezen van een boek. Volgens Carr laat de structuur van bijvoorbeeld een website niet toe om je langdurig te concentreren op een tekst. De tekst wordt regelmatig onderbroken door hyperlinks, die je brein uitdagen om te switchen van onderwerp en te multitasken. Carr zelf is absoluut geen tegenstander van het net. Hij vindt het gebruiksvriendelijk, het levert een schat aan informatie en plezier, het is gewoonweg heel spannend. De vele details die hij bespreekt wijzen ook op zijn veelvuldig gebruik. Maar hij denkt dat ons brein continu overbelast wordt door de veelheid aan informatie die ons wordt aangeboden en waar wij gretig op ingaan: links aanklikken, lezen in verschillende vensters, filmpjes bekijken, even op Facebook, een mail versturen enz. Hierdoor graven we nooit in de diepte, dus ons brein evolueert naar een soort scanner. Een heel goed voorbeeld hiervan: je leest dezelfde krant op papier op een totaal andere manier dan online. Carr vreest dat op deze manier de grondigheid van het denken verloren gaat. Maar ook dit idee heeft al een lange geschiedenis achter de rug. Socrates was al bezorgd dat schrijven het geheugen zou verzwakken. Umberto Eco noemde het een uiting van eeuwige angst: de angst dat een nieuwe technologische prestatie iets zou vernietigen wat ons dierbaar was, iets wat voor ons een spirituele, intrinsieke waarde heeft. Het net is van nature een systeem dat onderbreekt, een apparaat dat toegespitst is op het verdelen van aandacht. Het navigeren op het web vereist een bijzonder intensieve vorm van mentale multitasking. Ons brein moet voortdurend omschakelen, en ook dit werd getest met proefpersonen die gekleurde figuurtjes moesten bekijken met een koptelefoon op het hoofd die continu een reeks piepjes liet weerklinken. De conclusie kun je terugvinden in het boek. Het ondiepe bevat ook heel veel korte verhalen en informatie uit de geschiedenis. Deze stukjes maken het boek aangenamer om lezen, je kan een keuze maken uit bijvoorbeeld de geschiedenis van het ontstaan van Google, de evolutie van de e-reader, het leven van Gutenberg met de geboorte van de boekdrukkunst, bemerkingen van Socrates, Plato, Freud of Nietzsche. Uiteindelijk niets anders dan een heleboel hyperlinks in gedrukte vorm en met meer dan voldoende details. Soms heb je de neiging om een stukje over te slaan. Een hoofdstuk later bedankt Carr je trouwens dat je tijdens deze lange reis door ruimte en tijd nog niet bent afgehaakt. Tenslotte prijst hij ook de nieuwe mogelijkheden die ontstaan zijn in ons brein met name een heel grote flexibiliteit en het gevoel verbonden te zijn met de hele wereld. Jongeren zijn inderdaad in staat om informatie helemaal anders te verwerken dan pakweg hun grootouders. We zijn niet slimmer dan onze ouders of grootouders, we zijn alleen slim op andere manieren. Het boek lijkt mij vooral interessant vanwege de historische kennis die je ermee opdoet, waardoor je veel gegevens kan plaatsen en ook omdat Carr een genuanceerde kijk geeft op de invloeden van het web. Veel critici hebben dit item gebruikt om Carr af te schilderen als een doemdenker, maar wie het boek grondig doorleest, zal merken dat dit niet het geval is. http://www.youtube.com/watch?v=YhcPX1wVp38 |


