|
|
|
Op het eerste gezicht ziet dit boek er uit als een ‘to-do boek’ over hoe je best een vermageringsdieet kan aanpakken; het hield een verrassing in petto want Tegenwicht gaat ècht over feiten en fabels over overgewicht. Auteur is Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit en het VU medisch centrum in Amsterdam, is tevens een internationaal gerenommeerd onderzoeker op het gebied van oorzaken en gevolgen van overgewicht en obesitas. Jutha Halberstraat is psycholoog en doet eveneens onderzoek naar obesitas aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Tegenwicht start bij de oorsprong van obesitas, namelijk met verschillende antropometrische metingen en onderzoeken. ‘Meten is weten’ maar deze keer wordt het verteld met zoveel passie voor het werken met deze problematiek dat ik er echt van kon genieten. Dit deel eindigt met de conclusie dat wij vandaag veel meer te maken hebben met obesitas dan vroeger, een feit dat ik alleen maar kan beamen. Het boek is een interessant wetenschappelijk verslag met een duidelijke toelichting van de gebruikelijke terminologie, een aantal relevante onderzoeken gevolgd door een vlotte bespreking van de resultaten. Het probleem wordt vanuit een realistisch standpunt belicht. Wat mooi is, is dat de lezer zich niet aangevallen voelt maar wel duidelijke informatie krijgt waarom het zo moeilijk en complex is om vandaag een gezond gewicht te beheren in ons ‘Luilekkerland’. Het belang van vetweefsel voor de verschillende leeftijden wordt overigens ook besproken. Quick-fix (pillen, alternatieve therapieën, voedingsindustrieën, afslankgoeroes) worden aangehaald maar niet aangeraden. Afslanken is kiezen voor een gezonde levensstijl door gedragsverandering. Het boek heeft het ook over de rol van individuele voedings- en bewegingstherapie en hun belang voor obesitaspatiënten als steun in hun zoektocht naar een gezonde levensstijl. Er worden ook allerlei initiatieven voorgesteld die de overheid zou kunnen nemen om preventief ‘goede levensstijl keuzes’ te stimuleren. De aanpak van de Nederlandse overheid en de EPODE-methode uit Frankrijk komen aan bod. Het boek houdt geen rekening met de situatie in België maar het is ook interessant om te weten hoe andere landen het obesitasprobleem aanpakken. Obesitaspatiënten krijgen in België hoe dan ook zeer weinig steun als ze kiezen voor een professionele voedingsbegeleiding door een erkend diëtist, al dan niet in een multidisciplinair centrum. Het maatschappelijk kostenplaatje voor de Belgische RIZIV wordt in dit boek dus niet uitgeklaard. Op termijn zou het de RIZIV bijvoorbeeld veel meer kosten indien deze patiënten helemaal niets zouden ondernemen. ‘Obesitas: een zorg voor ons allemaal’ vormt de afsluiter met een krachtige boodschap. Obesitas is wel degelijk een chronische ziekte. Vooroordelen rond obesitas worden besproken met extra aandacht voor de rol van (para)medici. Onderzoeken en resultaten van voedingsbegeleiding bij een diëtist worden in de verf gezet, gevolgd door belangrijke tips waarmee ik het helemaal eens kan zijn. Het belang van realistische doelstellingen op lange termijn en 5 tot 10 % gewichtsverlies van het oorspronkelijk gewicht leveren trouwens al het grootste deel van de te behalen gezondheidswinst op. De bariatrische chirurgie wordt hier voorgesteld als het laatste redmiddel. Mits de juiste opvolging en levensstijlaanpassingen kan ik bevestigen dat een gastric-bypass nieuwe levensverwachtingen creëert voor patiënten met morbide obesitas. Tegenwicht is een aanrader voor (para)medici die dagelijks met obesitaspatiënten werken omdat het een prima samenvatting is, gebaseerd op wetenschappelijk informatie. Het is geschreven in begrijpelijke taal en alles wordt uitgelegd en gekaderd in de huidige maatschappelijke context. Ik geef een bonuspunt voor de passie voor onderzoek en ontwikkeling en voor betrokkenheid met de mensheid in het algemeen.
|


