|
|
|
David J.Linden is hoogleraar neurowetenschappen aan de Johns Hopkins University in Baltimore. Daarnaast is hij hoofdredacteur van The Journal of Neurophysiology. In Genot als Kompas wil Linden aantonen dat ‘genot’ de belangrijkste drijfveer is van de mens. Gedrag wordt grotendeels bepaald door de mate waarin het genotscircuit in onze mediale voorhersenen wordt geactiveerd. Het werkingsprincipe kunnen we als volgt samenvatten: bepaalde ervaringen activeren dopamine-neuronen van het ventraal tegmentaal gebied waardoor er dopamine wordt vrijgemaakt in de bestemmingen van deze neuronen (de nucleus accumbens, de prefrontale cortex, het dorsale striatum en de amygdala); deze ervaringen worden als genotsvol ervaren; de sensorische signalen en handelingen die eraan vooraf gingen of ermee samenvielen zullen worden onthouden en verbonden met positieve gevoelens (p. 26). Dit genotsmechanisme heeft zich doorheen honderden miljoenen jaren van evolutie geleidelijk aan ontwikkeld. Ook bij rondwormen kan men spreken van een primitief genotscircuit dat gedrag stuurt. Bij meer ontwikkelde wezens is dit circuit echter veel complexer omdat het verweven is met hersencentra die een rol spelen bij besluitvorming, planning, emotie en de opslag van herinneringen (p. 32). In het boek worden een aantal menselijke gedragingen onder de loep genomen die het genotscircuit activeren. Zo komen roesgevende middelen aan bod, sporten, de invloed van vet voedsel, seksualiteit en liefde, kansspelen en games. Zo zien we enerzijds bijvoorbeeld zowel bij drugs- als bij gokverslavingen dat mensen last kunnen hebben van craving, een hevig verlangen dat gepaard gaat met lichamelijke sensaties. Anderzijds getuigt een ex-middelenverslaafde hoe hij op latere leeftijd zijn lichaam in de vernieling sport (p.153). Deze excessen van het menselijk gedrag doen vermoeden dat het verschil tussen sporten en druggebruik misschien minder groot is dan dat men op het eerste gezicht zou vermoeden. De kennis van de werking van het genotscircuit zorgt ervoor dat nieuwe geneesmiddelen kunnen worden ontwikkeld ter bestrijding van obesitas en verslavingen. In het boek komt naar voren dat breinonderzoek uitwijst dat bepaalde mensen meer aanleg hebben voor bijvoorbeeld verslaving of obesitas. Zo blijkt een gedeelte van de mensen met obesitas over een zwak functionerend genotscircuit te beschikken. Zij moeten het genotscircuit meer stimuleren om hetzelfde effect te bekomen (p. 87). Als we daarbij in beschouwing nemen dat het menselijk lichaam via een ingenieus systeem het persoonlijke lichaamsgewicht zoveel als mogelijk in stand tracht te houden, ook wanneer mensen proberen te vermageren, dan wordt het moeilijk om obesitas enkel toe te schrijven aan het zwakke karakter van het individu (p.75). Bij mensen met Parkinson is er dan weer sprake van een verminderd aantal hersencellen die dopamine bevatten (p. 28). Na het lezen van dit boek kan je tal van voorbeelden opsommen waaruit blijkt dat ons gedrag meer gedetermineerd is door onze genen dan algemeen wordt voorgesteld. Linden richt op het einde van het boek zijn blik naar de toekomst. De technieken om neuronen in de hersenen los van elkaar te kunnen stimuleren, inactiveren of registreren liggen nog niet in ons bereik. Ook is het nog lang niet mogelijk om een brein up te loaden naar een computer. Er is nog een lange weg af te leggen met veel obstakels om deze doelstellingen te bereiken, maar een interessante periode meldt zich aan. Genot als kompas is een absolute aanrader, zowel voor mensen die enkel geïnteresseerd zijn in het grote verhaal, als voor diegenen die houden van de wetenschappelijke details en van de experimenten die worden besproken. Heel wat inzichten die in het boek naar voren worden gebracht, voelen vertrouwd aan; nu wordt duidelijk waarom.
|


