|
|
|
Luc Bonneux is arts en epidemioloog verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en auteur van tal van boeken en studies. Zijn nieuwe boek En ze leefden nog lang en gelukkig. Hoe gezondheid een industrie werd omvat twee delen. Het eerste deel omschrijft hoe onze gewonnen gezondheid mede te danken is aan evolutie en natuurlijke selectie. Het beschrijft de ontwikkeling van de mens die zich genetisch aanpast aan zijn omgeving. Een geweldige toename in levensverwachting geschiedde in de tweede helft van de negentiende eeuw, wat de auteur de gezondheidsrevolutie noemt. Een coalitie tussen wetenschap, verlichte ondernemers, bevlogen artsen en de zich emanciperende massa. Tussen 1850 en 1950 hebben we een verdubbeling van de levensverwachting van 35 naar 70 jaar. De pokken worden verslagen door vaccinatie. Een sterk verbeterde hygiëne houdt in de steden epidemieën zoals bijvoorbeeld cholera, tegen. Na de Tweede Wereldoorlog boekt de geneeskunde successen in de behandeling en preventie van hart- en vaatziekten. Absolute armoede verdwijnt. Machines nemen het zware werk over, de moderne geneeskunde werkt beter. De levensverwachting die toegenomen was na de Tweede Wereldoorlog zou nog sterker zijn zonder het gebruik van het genotsmiddel tabak. Het tweede deel van het boek beschrijft wat de auteur ‘onze verloren gezondheid’ noemt: de commercialisering van onze geneeskunde, de bewerking van de media door de wetenschap industrie, de angst die constant gecreëerd wordt over mogelijke gezondheidsrisico's. In een van de lijvige hoofdstukken kaart de auteur de screeningmethodes aan van verschillende kankers. Hij pleit dat heel wat screenings globaal niet efficiënt zijn en heel weinig verschil uitmaken op onze algemene levensverwachting. Bij heel wat screenings zijn er vals positieve en vals negatieve resultaten. Er is geen verschil in daling in borstkankersterfte tussen gescreende en niet-gescreende bevolkingen. De borstkankersterftedaling bij de Nederlandse bevolking is mede veroorzaakt door een verbeterde behandeling, een verbetering die identiek is in niet-gescreende bevolkingen. Veel gescreende kankers zouden nooit op lange termijn overlijden veroorzaakt hebben. Het grootste gevaar van kankerscreening is overbehandeling van in aanleg kleine en goedaardige kankers. De auteur is bijzonder kritisch over prostaatkankerscreening. De schade is veel groter dan de baten. Prostaatkanker is een zeer traag ontwikkelende kanker. Meer mannen sterven met prostaatkanker dan dat ze er door sterven. Zelfs na een positieve PSA-screening geeft de biopsie geen uitsluitsel. Tien procent is vals negatief en een positieve uitslag betekent helemaal niet dat de patiënt een fatale prostaatkanker heeft. De schade door deze screening is enorm aangezien heel wat mannen een prostaatamputatie ondergaan met incontinentie en impotentie als mogelijk gevolg zonder dat ze een fatale prostaatkanker hadden. Ook screenings zoals dikke darmscreening en huidkankerscreening komen aan bod in het boek. Het laatste hoofdstuk discussieert over het al dan niet heilzame effect van cholesterolverlagende medicijnen die ook binnen de medische wetenschap voor controverse zorgt. Niets is winstgevender dan een gezonde, zij een wat overvoede welvarende en vooral bange consument. En ze leefden nog lang en gelukkig leest heel vlot. Vooral het eerste deel is een boeiend overzicht van onze evolutie. Het tweede deel is wat technischer met heel wat tabellen en grafieken waarmee de auteur zijn stellingen wil staven - wat ook niet anders kan dan met empirisch bewijsmateriaal. Luc Bonneux is geen kwakzalver. Met logische redevoering en empirisch onderzoek komt hij tot rationele besluitvorming. Sommige van zijn uitspraken zullen ongetwijfeld voor controverse zorgen. Je zult maar die ene persoon zijn die door die ene screening gered wordt maar op de statistische levensverwachting van de bevolking een insignificante vooruitgang blijkt. Tegen die ene persoon staan een reeks anderen die zich nutteloos hebben gescreend en/of behandeld. |


