|
|
|
Overgewicht is een gekend probleem in onze maatschappij en als de huidige trend zich voortzet dan leeft de volgende generatie voor het eerst in 200 jaar misschien minder lang dan de vorige. Met dit gegeven begint Patrick Mullie zijn nieuwste boek Is dik in orde? In 12 hoofdstukken wordt de obesitasproblematiek vanuit verschillende oogpunten besproken. Elk hoofdstuk kent dezelfde opbouw: een korte inleiding, enkele casussen, extra woordjes uitleg bij de teksten, een korte samenvatting, bespreking van de casussen en een tip waar de lezer nog extra informatie kan vinden. In het eerste hoofdstuk staat de schrijver stil bij ‘de maatschappij’. De vraag wordt gesteld of er politieke regelingen kunnen, mogen of moeten genomen worden om de epidemie in te dijken. Deze vraag wordt negatief beantwoord door de voedingsindustrie met de stelling dat zich voeden een individuele vrijheid is. Ja, zeggen anderen want overgewicht en obesitas zorgen voor maatschappelijke problemen.Bij ‘voedingsvoorlichting’ wordt nagegaan of de voorlichtingsmodellen efficiënte middelen zijn in de strijd. Enkele negatieve kritieken op de actieve voedingsdriehoek worden besproken en “De piramide van Willet” wordt als alternatief voorgesteld. Het derde hoofdstuk is voor ‘de voedingsindustrie’. Om de problematiek te behandelen dient er minder geconsumeerd te worden maar het doel van de voedingsindustrie is winst maken en niet het verbeteren van de publieke gezondheid. De voedingsindustrie zal enkel en alleen reageren op antiobesitas maatregelen indien het de verkoopcijfers niet nadelig beïnvloedt.Bij de besprekingen van de ‘softdrinks’ en ‘fast food’ wordt duidelijk gemaakt dat er in een gezonde voeding geen plaats is voor softdrinks en fastfood ondanks de sluwe marketingstrategieën van de verkopers. Hoofdstuk 6 gaat in op een eventuele ‘belasting op ongezonde voeding’. Het idee van accijns op ongezonde voeding is niet nieuw, deze belasting is te vergelijken met het belasten van alcohol en tabak. Een kritiek hierop is dat dit sociaaleconomisch onrechtvaardig is maar er wordt vergeten dat deze onrechtvaardigheid nu nog erger is omdat gezonde voeding duurder is dan ongezonde voeding.Daar de ‘werkvloer’ ook negatieve gevolgen ondervindt van werknemers met overgewicht en een ideale plaats is om veel mensen te bereiken kunnen maatregelen van de werkgever helpen om iets te doen aan de epidemie mits het nodige respect voor het individu. In hoofdstuk 8 worden ‘kinderen’ gezien als zwakkere consumenten die beschermd moeten worden tegen de agressiviteit van de voedingsindustrie. Hoofdstuk 9 geeft duidelijke informatie i.v.m. ‘pillen en tabletten’ en hoofdstuk 10 over ‘vermageringsdiëten’.Het volgende deel geeft een duidelijke definitie van het concept ‘functionele voedingsmiddel’en in het laatste hoofdstuk komen ‘veel gestelde vragen over afvallen’ aan bod. Als algemeen besluit kunnen we stellen dat in de strijd tegen de obesitasepidemie niet enkel de zwaarlijvige of obese persoon maar ook de maatschappij en de agressieve marketingcampagnes in vraag moeten worden gesteld. Echter zijn en blijven de basisraadgevingen tegen de extra kilo’s eenvoudig ; we moeten meer bewegen, meer fruit en groenten eten en softdrinks en fastfood vermijden. Uiteindelijk is preventie de beste oplossing want obesitas is beter/makkelijker te voorkomen dan te genezen!
Het boek Is dik in orde? leest vlot, geeft zeer duidelijke informatie over het probleem en is niet het zoveelste boek in de lange rij die enkel de persoon met obesitas de vinger wijst maar ook de maatschappij en de bijbehorende marketing in vraag stelt. Aan te raden lectuur voor specialisten in dit gebied maar niet voor wie een oplossing zoekt voor zijn overtollige kilo’s. |


