|
|
|
In het rijke aanbod van Veen Magazines, een wetenschappelijke uitgeverij, verschijnt dit jaar een tweede druk (eerste in 2010) van Hét breinboek, een prachtig lees- en vooral kijkboek over de bouw en de functies van het menselijke brein. De kleurrijke scans en de talrijke opengewerkte elementen trekken meteen de aandacht en tonen bladzijde na bladzijde de immense pracht van het menselijke lichaam, meer specifiek dat van de hersenen. Met een gevoel van uitgelatenheid heb ik het boek een eerste keer doorgebladerd. Het eerste deel van deze korte bespreking schreef ik met de hand. Voor de rest van de tekst gebruikte ik een elektronische tekstverwerker en daarna heb ik het geheel opgeslagen op de vaste schijf van mijn computer. Met een computer leren werken heeft mij weinig moeite gekost. Zoals altijd maakte ik een kopie van mijn werk, want zoals iedereen herinner ik mij de keren dat ik dit, tot mijn grote frustratie vergat te doen. Een tekst schrijven op zich is niet zo’n prestatie, maar intussen bleef ik zitten op mijn stoel, dronk ik een kop koffie – ik liet die niet koud worden. Ik wist de hele tijd waar ik mij bevond. Tegelijkertijd ademde ik ongemerkt in en uit, bleef mijn hart kloppen, bleven mijn klieren producten afscheiden. Mijn lichaamstemperatuur werd gecontroleerd en op peil gehouden. Achtergrondgeluiden filterde ik weg. Af en toe gingen mijn gedachten – in een flits – naar wat ik nog moest doen die dag en naar mijn kleindochter die buiten speelde. Al deze processen tegelijkertijd of in een kort tijdsbestek regelen, onderhouden, sturen, een aantal bewuste en onbewuste lichaamsprocessen gaande houden, doet ons brein. We kunnen denken, ademen, herinneringen ophalen, voelen, leren, onthouden, vergeten, dromen, scheppen… Elke dag weer ervaar ik in opperste verwondering de genoegens van het mens-zijn. Wie ik ben, wat ik doe, hoe ik ben, denk, voel, dit alles heeft te maken met het menselijke brein. De explosieve groei van de kennis over de hersenen kwam er pas vanaf de 20ste eeuw, toen gespecialiseerde meet- en scantechnieken tot ontwikkeling kwamen en beeldvorming bij de levende mens mogelijk werd zonder fysisch in te grijpen. Hét breinboek brengt een snapshot van wat we al – en nog maar – weten. De neurowetenschap is immers een werk in uitvoering. We krijgen een methodische opsomming van de bevindingen van de wetenschap in een strakke structuur. Elk deelonderwerp beslaat twee tot maximaal vier bladzijden. Uitzonderingen hierop vormen ‘de reis door de hersenen’ in het begin en een ‘overzicht van mogelijke ziekten en stoornissen’ op het einde. Na een korte inleiding over hersenonderzoek, de geschiedenis van de neurowetenschap en de huidige mogelijkheden tot beeldvorming wordt de bezoeker via twintig verticale scans door het hoofd gegidst en krijgt deze een eerste keer uitleg en terminologie, onderdelen en functies aangeboden. Vertrekkend van deze eerder ruwe schets leidt de gids ons doorheen de hersenkronkels, als het ware van het grote geheel naar het detail. Van de concrete opbouw van het brein tot wat we als meer abstract ervaren: denken, bewustzijn, zelfs bewustzijnsverandering en verruiming. Allemaal te herleiden tot fysische en chemische reacties, of toch niet? Het boek bevat dertien hoofdstukken beginnend met de plaats van het brein en het zenuwstelsel in het lichaam, de werking, het energieverbruik en hoe dit kwetsbare lichaamsdeel beschermd wordt en de evolutie van het brein van de gewervelden. Vervolgens komen de anatomie met opengewerkte tekeningen, de indeling en organisatie van de hersenen aan bod: grote hersenen, hersenkernen, de thalamus, hypothalamus, hypofyse, de hersenstam en de kleine hersenen, lymbisch systeem en de cerebrale cortex. Om af te sluiten de zenuwcel en de zenuwprikkel, met de definitie, de ‘anatomie’ van de prikkel, de synaps en de neurotransmitters. Logisch vervolg is de waarneming en de bespreking van de verschillende zintuigen en de weg die een prikkel aflegt. Hoe reageren we op prikkels: zien, horen, ruiken, proeven, voelen en het ‘zesde zintuig’, de proprioceptie: hoe we de positie, de beweging en de houding van het lichaam waarnemen. De anatomie van ogen, oren, neus, mond, aanrakingsreceptoren waarbij de huid ons voornaamste tastorgaan is, dat zowel aangename als pijnlijke prikkels waarneemt. Wat is bijvoorbeeld fantoompijn? De hersenwerking is een groot mysterie. Hoe zintuigen geprikkeld worden en werken, kunnen we nog achterhalen en begrijpen. Het vierde hoofdstuk gaat over de reguleringsmechanismen, die het lichaam sturen zonder dat we ons daarvan bewust zijn: bewegingen zoals de ademhaling, de hartslag, de warmtehuishouding, honger, dorst, slapen en waken. Onbewuste beweging zoals wandelen, of bewust zoals een golfbal in de juiste richting over de juiste afstand mikken. Imitatiegedrag dat aangevuurd wordt door spiegelneuronen, die in leer- en communicatieprocessen een belangrijke rol spelen. Een volgend onderwerp zijn de emoties en gevoelens: lichamelijke veranderingen die activerend werken. Wat behagen of onbehagen oproept, speelt een belangrijke rol in hoe de mens overleeft en leven doorgeeft. Dan is er het sociale brein. Zonder fysische bescherming bij de geboorte, zou de wereld en de mens er anders uitzien. We zijn bijzonder gevoelig voor het gedrag van anderen. Eerst moeten we onszelf goed kennen, wie zijn we? En dan moeten we de ander leren kennen. Ons brein beschikt over een groot aantal functies die ons in staat stellen de ander als iemand anders te zien en onze positie ten opzichte van die ander te bepalen. Onze hersenen beslissen over goed en kwaad. We beschikken over een moreel brein. Het volgende hoofdstuk breit verder op communicatie: lichaamstaal, gebaren, de oorsprong van de taal, de taalgebieden in de hersenen en taalproblemen als stotteren en afasie. Het voeren van een gesprek wordt uit de doeken gedaan, hoe we lezen en schrijven en meer uitleg over de ‘nieuwe’ problemen dyslexie en hyperlexie. Dan is er veel wat we vergeten. De meeste van onze ervaringen slaan we onbewust op. Een deel ervan blijven we ons herinneren en kunnen we reactiveren. We onthouden meestal die ervaringen die ons later van nut kunnen zijn. Het denkvermogen is waartoe de hersenen ons in staat stellen en ons onderscheidt van de andere dieren. Wat onze intelligentie bepaalt, werd in kaart gebracht. Verschillende factoren dragen bij tot intelligentie: de genen, de hersenomvang, efficiënt communiceren, de omgeving. De hersenen zijn tevens de zetel van de creativiteit en de humor, ze herbergen het vermogen om te geloven en om illusies te ontrafelen. Een volgend hoofdstuk handelt over bewustzijn. Hoe zijn we ons van onszelf bewust? Er is bewustzijn in soorten en maten, maar waar bevindt zich dat? Hoe richten we onze aandacht, wat is bewustzijnsverandering, en hoe kunnen we het uitschakelen bij meditatie, bij de slaap. Wat is dromen? Het voorlaatste hoofdstuk biedt inzicht in de ontwikkeling van het individuele brein. Onze omgeving maakt ons tot unieke wezens, zelfs al zijn we een deel van een tweeling. Ons geslacht bepaalt wie we zijn. Dat alles maakt ons tot persoonlijkheden. Ook het abnormale – gestoorde brein wordt aangehaald. Ten slotte wordt de evolutie van jong naar oud nog eens onder de loep genomen. Het netwerk in een babybrein is veel minder dicht dan bij een volwassene. We verouderen met de degeneratie van het brein tot gevolg. Een laatste artikel gaat over het brein van de toekomst, over de stand van zaken bij kunstmatige intelligentie, de robot. Het slothoofdstuk is een opsomming van de ziekten en stoornissen in de hersenen. Wat de verschillende culturen als normaal ervaren, beïnvloedt sterk de manier van denken over stoornissen. Net zoals de kennis van het brein met reuzenschreden vooruitgaat, is dat ook zo op het gebied van ziekten en stoornissen. We krijgen een omschrijving van wat een hersenziekte, een psychische stoornis is met mogelijke oorzaken. Hoofdpijn, migraine, vermoeidheid, epilepsie, beroerte, ziekte van Alzheimer, ziekte van Parkinson, hydrocefalus (waterhoofd), depressiviteit, persoonlijkheidsstoornis en autismespectrumstoornis zijn maar enkele van de vele ziektebeelden. De ene stoornis lijkt ons al meer fysische oorzaken te hebben dan de andere, maar alle hebben hun plaatsje binnen de neurowetenschap. De verklarende woordenlijst bevat korte uitleg en definities van de belangrijkste termen in het boek. Een goed uitgewerkt en uitgebreid register maakt opzoeken gemakkelijk. Het boek sluit af met een verantwoording van de illustraties en korte gegevens over wie de auteurs zijn. Jammer genoeg zonder literatuurlijst, een begrijpelijke keuze. Hét breinboek van Rita Carter en haar medewerkers is een geweldig mooi boek in het populairwetenschappelijke medische genre. Twee à vier bladzijden kunnen slechts summier weergeven wat er in onze hersenen gebeurt, maar voor de geïnteresseerde leek is dat ruimschoots voldoende. Door het brede pallet en het gedetailleerde beeld is er toch een zekere diepgang. We zien echt alle hoekjes en kantjes van het hoofd. Misschien wat te veel cijfers en weetjes per vierkante centimeter maar toch uitstekende aanzetten voor de nieuwsgierige lezer die aan de grafische voorstellingen, de foto’s, de scans, de vele wetenschappelijke benamingen en inzichten zijn hartje kan ophalen. Het boek is een onontbeerlijk naslagwerk voor wie met dit onderwerp bezig is. Een must, een subliem boek dat in elke wetenschappelijke (school)bibliotheek naast de atlas anatomie moet prijken. |


