Recensie ‘De glazen kooi. Wat automatisering met ons doet’

Door Karel D’Huyvetters

glazen kooi

Vooreerst wil ik de vertaler van De glazen kooi een pluimpje geven dat hij trots op zijn hoed mag zetten: dit is een uiterst zorgvuldige, idiomatische en soepele vertaling, waar het ‘Amerikaans’ slechts heel af en toe om het hoekje komt loeren. Het boek leest alsof het in het Nederlands geschreven is, en dat maken we maar zelden mee met een vertaling. Chapeau!

Over de inhoud kan ik helaas niet even positief zijn. Het onderwerp is belangrijk genoeg: wat doet automatisering, en dan vooral de enorme versnelling van de recente technologische revolutie met een mens, en met de mensheid? Het is goed, zelfs noodzakelijk dat we ons daarover bezinnen. Het is ook goed en even noodzakelijk dat we die bezinning niet overlaten aan de ontwerpers van die automatisering, zowel van de hardware als van de software, noch aan de bedrijven die ze produceren en verkopen. Wij moeten ons niet willoos onderwerpen aan de technologische tsunami die over ons heen raast, maar zorgvuldig nagaan wat er precies gebeurt, en of dat een goede zaak is. Alle lof dus voor auteurs die ons vragen om even stil te staan en ons te bezinnen over wat er met ons gebeurt.
Maar dan mag men wel verwachten dat zo iemand de zaken toch min of meer objectief benadert en de beide kanten van de medaille laat zien. Dat is in dit boek nadrukkelijk niet het geval. De auteur bekijkt de automatisering en de technologische vooruitgang op verschillende gebieden, bijvoorbeeld het vliegverkeer en de financiële markten en de economische productie. Hij beschrijft vrij accuraat hoe die spectaculair veranderd zijn door de invoering van automatische systemen, zeg maar de computer in al zijn vormen. Maar nadat hij heeft aangegeven hoe die domeinen ingrijpend anders, en vooral toegenomen zijn in hun omvang, legt hij de vinger op vermeende wonden en waarschuwt ons dat die veranderingen gevaren inhouden. Het gaat dan niet om verwaarloosbare licht hinderlijke neveneffecten die men er nu eenmaal moet en wil bijnemen, nee: volgens onze auteur staat de menselijke waardigheid en autonomie op het spel en wordt de mensheid wel degelijk in haar voortbestaan bedreigd.

De automatisering schakelt de mens uit in tal van processen, ze wordt autonoom en dominant, de wereld wordt overgenomen door de robotten en machines die de mens zelf creëert. Daardoor wordt de mens dommer en minder handig, aangezien hij noch zijn verstand noch zijn handigheid moet gebruiken: de machines zijn zelfsturend, de mens zit erbij en kijkt ernaar, zoals een piloot bij de automatische piloot. En als het dan verkeerd gaat, zoals (volgens de auteur) onvermijdelijk en herhaaldelijk moet gebeuren bij machines, is de mens niet meer in staat om over te nemen, omdat hij niet meer geoefend is in het zelfstandig besturen van een machine zoals een vliegtuig, of een schip, of straks een auto.
De auteur is gaan praten met een aantal betrokkenen, ontwerpers, producenten, gebruikers, belangengroepen, filosofen, sociologen en arbeidsanalisten. Maar het is een eenzijdig gesprek geworden: al zijn gesprekspartners zijn het erover eens dat het de slechte kant uitgaat, dat automatisering inderdaad een bedreiging vormt voor de mensheid, dat we er dringend iets moeten aan doen voor het te laat is, enzovoort.

Na honderd bladzijden begint dat tegen te steken. Valt er dan niets goeds te vertellen over de automatisering, is het allemaal kommer en kwel? Zijn de gevaren reëel, en de risico’s groter geworden dan vroeger? Is er geen vooruitgang gemaakt, bijvoorbeeld op het punt van de veiligheid of het energieverbruik of de vervuiling? Kijk eens, de wereld is de laatste honderd jaar spectaculair veranderd, in steeds toenemende mate. Mede daardoor is de bevolking toegenomen tot zeven miljard mensen. Die wereld kan alleen blijven functioneren dank zij de technologische vooruitgang, die er tevens voor gezorgd heeft dat de levensstandaard van omzeggens alle mensen er op een ongelooflijke manier is op vooruitgegaan. Vergeleken met de 19de eeuw leven we nu in een paradijs, en niemand wil terug naar toen, niemand die bij zijn verstand is.
Neem nu het luchtverkeer, een van de stokpaardjes van de auteur. Er vliegen nu onnoemelijk veel meer vliegtuigen rond en ze vervoeren dagelijks miljoenen mensen over enorme afstanden. En toch sterven er minder, veel minder mensen bij vliegtuigongevallen dan vroeger ooit het geval is geweest, toen er amper vliegtuigen waren. En zo kunnen we doorgaan voor elk van de domeinen die de auteur bespreekt. Maar hij lijkt wel blind voor de (r)evoluties die we hebben meegemaakt en die we dagelijks beleven.
Ik behoor tot een generatie die de intrede van de computer in de werksfeer en in het persoonlijk leven heeft meegemaakt, en hoewel ik af en toe geaarzeld heb, ben ik enthousiast meegegaan op die weg, omdat ik de enorme voordelen van de nieuwe mogelijkheden inzag en aan den lijve ondervond. De administratie van een organisatie of een bedrijf wordt met de nieuwe technologieën niet alleen veel sneller en meer nauwkeurig, maar ook veel efficiënter, omdat men nu moeiteloos dingen kan doen die vroeger onmogelijk waren, door te meten, te controleren, te vergelijken, te simuleren enz. Waar je vroeger jaren voor nodig had, kan nu soms op minder dan een seconde. En zo is het voor ontelbaar veel zaken in onze wereld. De automatisering laat niet alleen toe wat we vroeger ook al deden nu sneller te doen, maar ook beter, en uitgebreider, en geeft ons de tijd en de mogelijkheden om nog veel meer te doen, dat vroeger wel wenselijk en misschien wel noodzakelijk was, maar niet haalbaar. Zonder computers kan je misschien ook naar de maan, maar wanneer we daarin geslaagd zouden zijn, dat is een andere kwestie.

Dat is wat we aan de auteur van De glazen kooi moeten verwijten: hij is blind voor de werkelijke vooruitgang die onze beschaving gemaakt heeft, voor de weldaden van de automatisering, en voor het feit dat er niet alleen geen weg terug is, maar dat ook niemand die weg terug wil gaan. Integendeel: wij verdringen ons op de snelweg naar verdere en betere automatisering, omdat wij, in tegenstelling met de auteur, ervan overtuigd zijn dat de machines het niet overnemen van de mens.
Geautomatiseerde machines zijn nog steeds machines, werktuigen die de mens ontwerpt met een bepaald doel en die dan beschikbaar worden voor de hele mensheid. Door het ontwerpen van vergevorderde machines ontplooit de mens zijn mogelijkheden op uitzonderlijke wijze, veel verder en dieper dan vroeger ooit het geval is geweest. Er is dus geen sprake van enige verdwazing van de mens, integendeel. Ook de gebruikers worden niet dommer omdat ze geautomatiseerde apparaten gebruiken, zoals computers, maar juist veel slimmer: om een computer te gebruiken moet je nu eenmaal knapper zijn dan om met een hamer om te gaan, of een vulpen. Dat ziet de auteur echt niet: hij ziet enkel de arbeider die versuft naast een zelfstandig werkende machine zit. Dat is echter vrijwel nergens het geval, integendeel: hoog opgeleide mensen gebruiken ingewikkelde machines om moeilijke dingen te doen die vroeger totaal onmogelijk waren. De auteur heeft waarschijnlijk nog nooit een gamer aan de slag gezien, of een operator in een hoogtechnologisch bedrijf. Hij ziet automatisering nog altijd als het verrichten door machines van taken die de mens vroeger deed zonder machines. Dat is slechts een zeer klein gedeelte van wat automatisering is. Er is een geweldige schaalvergroting, een ‘superbe’ snelheid en accuratesse enzovoort die maakt dat wij nu heel andere dingen doen dan vroeger, en veel meer, oneindig veel meer.
Het doemdenken van deze auteur wordt uiteindelijk pijnlijk teleurstellend en volkomen ongeloofwaardig. Het beeld dat hij schept van de maatschappij klopt niet met de werkelijkheid die wij om ons heen zien. Bovendien reikt hij geen remedies aan voor het euvel dat hij bespeurt. Hij lijkt op de idioten die in cartoons rondlopen met een plakkaat waarop te lezen staat: het einde van de wereld is nabij! Bekeer u voor het te laat is!

Dat wij ons bezinnen over onze technologische toekomst is een noodzaak, zoveel is zeker. De glazen kooi lijkt me echter wegens de onbegrijpelijke vooringenomenheid van de auteur geen goede stap in die richting.

Titel: De glazen kooi. Wat automatisering met ons doet
Auteur: Nicolas Carr
Boekinformatie: Maven Publishing
ISBN 978-94-9184-534-5
Verschijningsdatum: 2014
Recensent: Karel D’huyvetters
Beoordeling: 

Gepubliceerd op 23-12-2015

Bekijk ook even dit:

Onze boekbesprekingen

Je winkelmand is leeg.