Recensie ‘Eerlijke wetenschap’

Door Frank Schweitser

eerlijkewetenschap

Prof. dr. Gustaaf C. Cornelis is hoofddocent wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen.
Eerlijke wetenschap, een wetenschapsfilosofisch essay van zijn hand over wetenschap en ethiek, kwam tot stand als reactie op gevallen van wetenschapsfraude die de laatste tijd aan het licht kwamen en veel media-aandacht kregen.

Het vertrouwen in het wetenschappelijk wereldbeeld dreigt een flinke deuk te krijgen, niet alleen bij het brede publiek maar ook binnen het academisch milieu.
Cornelis beschrijft in zijn boek waarom academici zich laten verleiden tot het plegen van fraude en hoe we een beleid moeten ontwikkelen dat fraude tegengaat. Al snel blijkt dat ‘het systeem’ medeverantwoordelijk is voor mistoestanden.
De vraag of ethiek belangrijk is binnen het domein van de wetenschap lijkt mij alvast een overbodige vraag. Onderzoekers moeten op een menswaardige manier behandeld worden, ze werken met en tussen andere mensen die eveneens met respect behandeld moeten worden (collega’s, proefpersonen), werken bovendien met schaarse middelen en kunnen tot slot de maatschappij op allerlei manieren beïnvloeden. Een minimum dat we mogen verwachten is dat er op een ethische manier aan onderzoek wordt gedaan. Hiermee is de bestaansreden voor dit boekje gegeven.

De wanstaltigheid die Cornelis waarneemt kent vele gezichten. Zo omhelst het onethisch gedrag binnen het wetenschappelijk domein meer dan enkel de juridische inbreuken die gepleegd worden. Enkele voorbeelden die in het boek aan bod komen zijn onder andere opportunisme (de onderzoeker is enkel uit op persoonlijk voordeel), datafraude (de onderzoeksgegevens worden uitgevonden of gemanipuleerd) en plagiaat (eerder gepubliceerd werk wordt voorgesteld als oorspronkelijk werk). Doorheen de geschiedenis van de wetenschap kunnen tal van fraudegevallen teruggevonden worden, zelfs bij enkele gerenommeerde namen. Het is dus een fenomeen van alle tijden.

De impact van fraude is velerlei. Fraude kan een academische carrière verbeuren, het tekent de entourage van een onderzoeker en kan een negatieve invloed hebben op de maatschappij, denk bijvoorbeeld aan wetenschappers die bezig zijn met volksgezondheid.

De middelen die worden vrijgemaakt voor onderzoek (vanuit overheid en privé) worden gekoppeld aan uitstroom en rendement. De overheid wil rendement, de industrie resultaten, de academische overheid sanering, studenten verhoogde slaagkansen en de onderzoekers fondsen (p. 62). Deze cocktail van belangen maakt dat de druk op de verschillende actoren zeer groot is geworden en dat keuzes gemaakt worden aan de hand van bedenkelijke motieven.

Er kunnen volgens Cornelis verschillende redenen opgesomd worden waarom wetenschappelijk wangedrag plaatsvindt. Het is niet door middel van repressie alleen dat er een antwoord geboden kan worden tegen fraude. We moeten volgens Cornelis naar een meer humanistische academie die minder prestatiedruk legt op onderzoekers. Een systeem dat publicaties beloont is verkeerd omdat het onderzoekers in de richting van kwalijke praktijken duwt.
Het is belangrijk dat er gewerkt wordt aan de ethische overtuigingen van onderzoekers, maar eveneens aan de leefwereld of de context waarbinnen er gewerkt wordt. Hoe dit moet gebeuren komt aan bod in dit boek.

Voor mij als buitenstaander is dit een begrijpelijk werk waarin antwoorden zijn terug te vinden op prangende vragen.
Er wordt even stil gestaan bij de geschiedenis van de wetenschapsfilosofie. Daarnaast zijn er in de voorbeelden die in het boek gegeven worden enkele linken naar de kosmologie. Dit zijn twee van de interessegebieden van Cornelis.
Hopelijk vinden studenten en academici ondanks al hun werk even de tijd om dit boek te lezen.

Titel: Eerlijke wetenschap. Waarom hebben wetenschapsmensen een geweten nodig?
Auteur: Gustaaf C. Cornelis
Boekinfo: Lannoo Campus
IBAN 9789401413312
Verschijningsdatum: 2013
Recensent: Frank Schweitser

 

Gepubliceerd op 23-12-2015