Waarom voorbeeldgedrag de ruggengraat is van menswaardige zorg

.

De spiegel liegt niet:
waarom voorbeeldgedrag de ruggengraat is van menswaardige zorg


door Edgard Eeckman, expert media- en communicatie en auteur rond patient empowerment

Zorg verandert snel, maar één principe blijft onverwoestbaar: wie macht heeft, draagt verantwoordelijkheid. Voorbeeldgedrag is geen bijkomstigheid, maar de morele motor van patient empowerment.

 

De macht van het voorbeeld

Net zoals in de samenleving in het algemeen is in de zorg macht nooit gelijk verdeeld, en dat is onvermijdelijk. Een arts zal medisch altijd het laatste woord blijven hebben, een zorgorganisatie organiseert de zorg en een overheid schept kaders. Maar precies daarom is hun voorbeeldgedrag geen vrijblijvende luxe. Wie het machtsoverwicht heeft, draagt de grootste verantwoordelijkheid. Dit vat een essentieel aspect van patient empowerment samen. Empowerment betekent niet dat de patiënt alles zelf moet doen of dat zorgverstrekkers zich aan hun verantwoordelijkheid kunnen onttrekken door die verantwoordelijkheid helemaal naar de patiënt door te schuiven. Empowerment staat voor gedeelde verantwoordelijkheid, maar de sterkste draagt het zwaarste stuk.

Dat is logisch. Patiënten zijn broos, fysiek, emotioneel en hebben soms existentiële zorgen. Ze blijven altijd het meest afhankelijk en het meest kwetsbaar, al was het maar omdat ze zich slecht voelen en hun communicatieve vaardigheden verschillen. Dat is geen voedingsbodem voor mondigheid. Daarom moet de zorg de patiënt optillen, niet achterlaten. Dat is geen detail, maar een realiteit waarop zorgbeleid moet bouwen.

Empowerment is geen afschuifmechanisme

Patiënten moeten – als ze dat willen – mee aan het stuur van hun zorgproces kunnen zitten, maar ze kunnen dat alleen wanneer zorgverstrekkers en zorgorganisaties hen daarin actief ondersteunen. Dat vraagt om begrijpelijke informatie op maat, echte luisterbereidheid, ruimte voor vragen en twijfels, respect voor autonomie en veiligheid op kwetsbare momenten. Zorgorganisaties kunnen zich niet verschuilen achter processen, targets of efficiëntie. En het betekent zeker niet dat beleidsmakers de verantwoordelijkheid kunnen doorschuiven naar ‘de burger’.

Belangrijk, want in tijden van besparingen en personeelstekorten is het verleidelijk om gemakshalve het empowermentconcept te delegeren aan de patiënten: “We hebben nu andere katten te geselen. Ze willen mee aan het stuur zitten? Laat ze dan maar zelf rijden”. Dat risico is reëel. Autonomie mag niet verward worden met zelfredzaamheid. Empowerment is geen neoliberaal, wél een humanistisch project. Het gaat niet over besparen, maar over betrekken. Niet over loslaten, maar over ondersteunen. Niet over minder zorg, maar over meer menselijke en daardoor betere zorg.

De voorbeeldfunctie: een onderschatte hefboom

Voorbeeldgedrag is een zeer onderschatte hefboom in de zorg. Het is veel gemakkelijker voor degenen met het machtsoverwicht om het goede voorbeeld te geven dan voor degenen die het meest afhankelijk zijn. Dat is een ongemakkelijke waarheid, maar ook een bevrijdende. Want het betekent dat verandering niet hoeft te wachten op ‘iedereen’. Ze begint bij wie macht heeft.

Wanneer een arts respectvol communiceert, volgt het team. Wanneer een verpleegkundige menselijkheid toont, volgt de patiënt. Wanneer een leidinggevende menselijkheid boven procedures plaatst, volgt de organisatiecultuur. Wanneer een CEO cultuur belangrijker maakt dan Key Performance Indicatoren, volgt het beleid. Wanneer een minister investeert in zorg in plaats van slogans, volgt de samenleving. Voorbeeldgedrag is besmettelijk. Maar slecht voorbeeldgedrag is dat ook. Vandaag zien we op wereldniveau hoe destructief slecht voorbeeldgedrag kan zijn. Denk aan een figuur zoals Donald Trump, die meedogenloosheid, onbetrouwbaarheid en pure zakelijkheid tot de norm verheft en daarmee bewust polemiek en conflicten voedt. Mensen passen zich aan om te overleven tegenover dergelijk gedrag van machthebbers; ze worden mentaal flexibel uit noodzaak, niet uit overtuiging. Als in een (zorg)organisatie de menselijke waardigheid naar de achtergrond verdwijnt, volgt het personeel dat voorbeeld – vaak tegen hun eigen geluk in. Macht bepaalt normen. Er is een Franse uitdrukking die perfect dat idee samenvat: Le poisson pourrit par la tête – de vis rot aan de kop (ik heb die uitspraak niet van AI, maar wel ergens gelezen en onthouden, al weet ik niet meer waar). De vraag is dus niet of mensen het voorbeeld volgen, maar welk voorbeeld ze krijgen.

De spiegel: de meest onderschatte tool in de zorg

We moeten meer in de spiegel kijken. Niet in de Tiktok-spiegel, maar in de morele spiegel. Niet naar hoe we ons willen laten zien, maar naar wie we zijn. Voor zorgorganisaties betekent dat durven erkennen dat systeemdenken soms belangrijker is geworden dan humane zorg, durven zien dat medewerkers uitgeput raken in systemen die niet menswaardig zijn, durven toegeven dat te vaak machtsdenken de agenda van zorgorganisaties, van belangengroepen en van sommige individuen bepaalt.

Voor zorgverstrekkers omvat het reflecteren op communicatie, bewust zijn van machtsdynamieken en beseffen dat elke blik, elk woord en elke stilte impact heeft. Voor beleidsmakers betekent het beleid toetsen aan menselijkheid, investeren in tijd, nabijheid en relationele zorg en zelfredzaamheid niet romantiseren. Voor patiënten beduidt het durven aangeven wat ze belangrijk vinden, durven vragen, durven meedenken en durven meebeslissen, hoe afhankelijk ze ook zijn. En mee verantwoordelijkheid nemen. Open met zorgverstrekkers communiceren. De behandeling correct uitvoeren en eerlijk zeggen als dat niet gebeurde en waarom. En dus verantwoordelijkheid opnemen voor de eigen gezondheid. Zo gezond mogelijk leven en ziekte voorkomen horen daarbij.

Maar opnieuw: de spiegel weegt niet voor iedereen even zwaar. De verantwoordelijkheid is niet gelijk verdeeld. De sterkste moet het meest dragen.

Waarom humanisme geen luxe is

De Maakbare Mens staat voor menselijkheid in de zorg. Humanisme is er geen filosofische hobby, maar een voorwaarde voor kwaliteit. Een zorgsysteem dat niet humanistisch is, neigt automatisch een bureaucratie, een technocratie te zijn en onveilig, onrechtvaardig en onbetrouwbaar te worden. Een zorgsysteem dat wél humanistisch is, wordt relationeel, vertrouwenwekkend, veilig en menswaardig. Patient empowerment is humanisme. Het is de erkenning dat mensen geen objecten zijn die behandeld worden, maar subjecten die deelnemen. Het is de erkenning dat autonomie niet verdwijnt wanneer iemand ziek wordt, maar juist dan extra aandacht vraagt en gesterkt moet worden.

De verantwoordelijkheid van organisaties: cultuur boven procedures

Veel zorgprofessionals willen mensgericht werken, maar botsen op systemen die dat ontmoedigen. De organisatiecultuur eet goede bedoelingen als ontbijt, een niet-humanistische cultuur vreet ook de beste intenties op. Daarom moet elke zorgorganisatie zichzelf afvragen welk gedrag ze beloont, tolereert, normaliseert en welk gedrag ze impliciet en expliciet afwijst. Wie menselijkheid wil, moet menselijkheid institutionaliseren. Doe ze dat niet, verlaten wellicht de humanisten de organisatie en dan geldt de alweer Franse uitspraak: Si tous les dégoutés s’en vont, il ne restera que les dégoutants! Welk soort organisatie houd je dan over ?

De spiegel terug aan de muur

Patient empowerment is geen modeterm, geen project en geen keuze. Het is een morele verplichting. En die verplichting begint bij voorbeeldgedrag. De spiegel moet terug aan de muur, in elke consultatieruimte, elke directiekamer en elke beleidsvergadering. Niet letterlijk, maar mentaal. Een spiegel die ons dwingt te kijken naar wie we echt zijn en wat we daadwerkelijk doen. Durf jij morgenochtend in de spiegel kijken en je afvragen: “Zou ik zo door mijzelf behandeld willen worden?”

De verantwoordelijkheid ligt bij elk individu, ja, maar de morele plicht om de toon te zetten ligt in de eerste plaats bij elkeen die het machtsoverwicht heeft, op welk niveau van de samenleving of van een organisatie dan ook.

De vraag die elkeen werkzaam in de zorg en eigenlijk elke burger zich elke dag zou moeten stellen is eenvoudig: Ben ik vandaag het voorbeeld dat ik zelf zou willen volgen.

Als het antwoord “ja” is, verandert de zorg en de samenleving ten goede. Als het antwoord “nee” is, passen veel patiënten en burgers zich daaraan aan. En dat mogen we niet laten gebeuren.

Edgard Eeckman doctoreerde in de media- en communicatiestudies over de machtsbalans tussen patiënt en arts. Hij was gedurende 16 jaar communicatiemanager van het UZ Brussel. Hij was medeoprichter en voorzitter van de vzw Patient Empowerment, publiceerde meerdere boeken over het onderwerp, was gastprofessor aan de Erasmushogeschool Brussel en gaf talrijke gastcolleges aan uiteenlopende onderwijsinstellingen zoals de VUB, de UAntwerpen, Vlerick Business School en andere. Hij is ook actief als acteur. Info op www.patientempowerment.been op www.edgard.be.

De theatermonoloog ‘De rimpelrevolutie’

In juli gaat tijdens de Gentse Feesten theatermonoloog ‘De Rimpelrevolutie, Moord en opstand in het woonzorgcentrum’ van auteur, acteur en regisseur Edgard Eeckman in première. Het thema sluit helemaal aan bij het concept patient empowerment en dan specifiek in de ouderenzorg. Tijdens de voorstelling is Edgard de grote leider van een omwenteling waarbij de senioren de macht grijpen in onze samenleving. Hij spreekt op de vooravond van het grote gebeuren ongezouten zijn jonge en oudere volgelingen toe. De voorstelling richt zich tot jong en oud.

Op een ludieke manier neemt Eeckman op de korrel met welke (voor)oordelen de samenleving kijkt naar oud worden en oud zijn. De temperamentvolle senioren die in woonzorgcentrum Villa Obscura resideren, geven op een extravagante manier uiting aan hun weerstand, opdat hun boodschap niet misbegrepen zou worden.

Info op de website van Edgard Eeckman.

Gepubliceerd op 17-02-2026

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.