Mee met het idee | uitbreiding van de abortuswet

In deze maandelijkse column ‘Mee met het idee’ gaan verschillende deskundigen dieper in op een onderwerp dat past binnen de thema’s van De Maakbare Mens. De gasten benaderen een gedachte of probleem elk vanuit hun eigen expertise. Misschien zetten ze ook jou aan het denken: ben jij mee met het idee?

Deze Mee met het idee verscheen in de nieuwsbrief van maart 2024.

Carine Vrancken, directeur van Luna vzw, en Silke Brants, stafmedewerker van Fara vzw, werken elke dag met vrouwen en koppels die abortus overwegen. Toch hebben ze allebei een andere kijk op de wijzigingen die op til zijn.


Carine Vrancken, directeur Luna vzw

Een beslissing over een zwangerschap is één van de meest persoonlijke en intieme beslissingen die je kan nemen. Beleidsmakers moeten de wettelijke voorwaarden scheppen om dit mogelijk te maken.

Op 3 april is het dag op dag 34 jaar geleden dat abortus in België een juridisch kader kreeg. Meestal is in dit kader illegaal synoniem voor clandestien en onveilig. België was daarop de grote uitzondering in de periode 1975 -1990. Het Centre de Planning Familial van de ULB was het eerste dat openlijk abortussen deed. Hun activisme kreeg in het hele land navolging van moedige artsen en hulpverleners die in centra en ziekenhuizen hetzelfde deden. Ondanks de illegaliteit was er openheid én werden zwangerschappen in veilige omstandigheden afgebroken. Er was eindelijk een – weliswaar illegaal – alternatief voor wanhoopsdaden met breinaalden, kruiden, zeepsop of pillen waarmee vrouwen probeerden een miskraam op te wekken, met alle gruwelijke gevolgen van dien.

De wet van 1990 kwam er niet zonder slag of stoot. De wet werd gestemd met een wisselmeerderheid en als klap op de vuurpijl wilde koning Boudewijn zijn louter ceremoniële handtekening niet zetten omwille van zijn religieuze overtuiging. Alleen al daarom staat de abortuswet in het collectieve geheugen gegrift. Tot vandaag zijn we ongelooflijk dankbaar voor de strijd die feministen, artsen en politici leverden. Het is die politieke moed die we vandaag broodnodig hebben om eindelijk vooruitgang te boeken.

Al biedt de wet nog steeds een kader dat werkbaar is, het is hoog tijd voor een update. Dan hebben we het niet over details of symbolische aanpassingen, zoals in 2018 gebeurde door abortus uit de strafwet te halen. Dat is mooi meegenomen, maar hoeveel vrouwen helpen we daar écht mee verder? Wij willen een totaalrenovatie, of – als het even kan – een nieuwbouw. Het is tijd voor een wet die het recht op een abortus verankert, maar zich niet verliest in betuttelende details!

Want zeg nu zelf …

Kunnen we – anno 2024 – écht nog verwachten dat vrouwen een ongewenste zwangerschap uitdragen als ze geen kinderwens hebben en verder zwanger zijn dan 12 weken? Vinden we het écht oké om vrouwen – vaak op een kwetsbaar moment in hun leven – de grens over te sturen voor een dure behandeling in Nederland?

Want zeg nu zelf …

Heb jij al eens overwogen te vragen aan iemand die 2 dagen overtijd is en vastberaden is de zwangerschap af te breken of ze “adoptie al overwogen heeft”? Spreek dat hardop uit en je zal voelen dat dit compleet ridicuul, onethisch en naast de kwestie is.

Want zeg nu zelf …

Vind jij het normaal dat een wet bepaalt hoeveel dagen je minimaal verplicht moet nadenken na een eerste consultatie in het abortuscentrum om een goede keuze te maken over een ongewilde zwangerschap?

Een modernisering van de wet ligt al heel lang op tafel. Tijdens de vorige regeringsonderhandelingen was een meerderheid vragende partij om de termijn voor abortus op te trekken en de vernederende wachttijd van zes dagen af te schaffen. CD&V weigerde, maar was wel akkoord dat een expertencomité  zich zou buigen over de kwestie, de praktijk en de wet zou evalueren en verbeteradviezen zou formuleren. Zo geschiedde. Een groep van academische experts werd aangesteld door de rectoren van zeven Belgische universiteiten, katholieke én vrijzinnige. Zij werden op hun beurt bijgestaan door artsen, gynaecologen, juristen, psychologen en ­experts uit de filosofie en sociale wetenschappen. Zij publiceerden een rapport, objectief en wetenschappelijk onderbouwd, dat de cliënt centraal stelt en luistert naar de noden en behoeften vanuit de praktijk. De experten zijn unaniem over – onder andere – de uitbreiding van de termijn naar 18 of 20 weken, en de afschaffing van de wachttijd en de informatieplicht. 

Dat er verschillende visies en morele standpunten over abortus bestaan, is geen probleem. Als je tegen abortus bent, kan je vooral hopen dat je nooit ongewild zwanger wordt en geen abortus nodig hebt. Een beslissing over een zwangerschap is één van de meest persoonlijke en intieme beslissingen die je kan nemen. Beleidsmakers moeten de wettelijke voorwaarden scheppen om dit mogelijk te maken.

Het initiatief voor een nieuwe wet mag niet doelbewust geblokkeerd worden door het gebruik van onjuiste argumenten om ideologische of politieke standpunten te verdedigen. Over basisrechten van vrouwen moet men al helemaal geen compromissen sluiten.

Alles ligt op tafel, elk debat is gevoerd, de aanbevelingen zijn unaniem, klaar én duidelijk, een wetsvoorstel ligt klaar. Het ontbreekt alleen nog aan politieke moed om een nieuwe wet te stemmen. In tussentijd kunnen vrouwen alleen maar hopen op voortschrijdend inzicht en politieke moed.

Silke Brants, Fara vzw

We moeten nadenken over alle domeinen die relevant zijn bij de beslissing om wel of niet kinderen te hebben en hoe ze te laten opgroeien.

Ik wil graag beginnen met een disclaimer: Fara is niet persé tegen de inkorting van de bedenktijd en het uitbreiden van de abortustermijn. We hebben wel vragen en bezorgdheden die we te weinig weerspiegeld zien in het huidige debat. Wat een maatschappelijke dialoog zou kunnen zijn, wordt herleid tot een politiek spel. We missen belangrijke stemmen: de zoekende vrouw, de betrokken man, het potentiële kind, de ethiek, de hulpverleners, de stem van kwetsbaarheid.

Het lijkt moeilijk om in alle nuance te mogen nadenken over de hervorming van de abortuswet. Je bent voor of tegen: voor vrouwenrechten of vrouwonvriendelijk, conservatief en tegen de wetenschap. We lijken te vergeten dat abortus een moreel vraagstuk is. Hoe kan de wetenschap daar een antwoord op bieden? Politici discussiëren over waar pijnperceptie al dan niet begint, maar gaan de vraag uit de weg waar het echt om gaat: vanaf wanneer en op welke manier krijgt de foetus een plek naast het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw? Voor zij die moeten beslissen om een zwangerschap al dan niet af te breken is dit vaak een cruciale vraag. Zij moeten die antwoorden vinden binnen een maatschappij die daarover geen kader of houvast meer aanreikt. 

Grenzen die worden vastgelegd door een wet kunnen ook een positieve betekenis hebben. Niet enkel een begrenzing van onze vrijheid, maar een plek waar existentiële vragen ruimer gedragen worden dan onszelf. En net die grenzen vervagen. Als we het wetenschappelijk comité volgen, kunnen we binnenkort ook na 18 weken een zwangerschap afbreken indien er een ‘hoog’ risico op een ernstige en ongeneeslijke aandoening is bij de foetus. Maar wat is een hoog risico? Wat is een ernstige aandoening? Wat als de NIPT binnenkort bijvoorbeeld kan aantonen of een foetus drager is van het BRCA-gen dat de kans op borst- en eierstokkanker aanzienlijk de hoogte in jaagt. Wordt dat dan ook een reden tot afbreking? En zo ja, tot welke zwangerschapstermijn? Daar komt bij dat de mentale gezondheid van de vrouw als criterium voor laattijdige zwangerschapsafbreking zou worden opgenomen. Hoe rijmen we de soms tijdelijke mentale kwetsbaarheid van een vrouw met de onomkeerbaarheid van een beslissing tot abortus?

Onder de noemer van reproductieve autonomie leggen we de volledige verantwoordelijkheid van deze beslissingen bij de vrouw. Maar bieden we de gepaste ondersteuning en kansen om van echte autonomie te kunnen spreken? Misschien kunnen we beter vertrekken vanuit reproductieve rechtvaardigheid. Daarin wordt nagedacht over alle domeinen die impact hebben op het vermogen van mensen om beslissingen te maken over het wel of niet hebben van kinderen én hoe ze te laten opgroeien. Dat vraagt een dialoog die – verder dan de modaliteiten van de wet – kritisch kijkt naar onze samenleving.

De maatschappelijk kwetsbare vrouwen, die we momenteel over de grens sturen voor een abortus, doen dat deels omdat ze minder kennis hebben van hun eigen lichaam en minder toegang hebben tot anticonceptie en gezondheidszorg. De reis naar Nederland belast hen met extra emotionele, financiële en praktische drempels. Natuurlijk moeten we voor hen zorgen, maar de uitbreiding van de abortustermijn is slechts één aspect daarvan. Moeten we als maatschappij niet veel meer inzetten op het dichten van die gezondheidskloof, op gedragen ouderschap met crèches en scholen die niet permanent onder druk staan, met het kritisch onder de loep nemen van de torenhoge verwachtingen omtrent goed ouderschap? Als we de mogelijkheden willen uitbreiden om een zwangerschap om medische redenen af te breken, moeten we dan niet net zo goed meer investeren in het wegwerken van wachtlijsten in de zorg en in een maatschappij die echt inclusief is?

Maar naast het vrijwaren van de verschillende keuzemogelijkheden als échte, haalbare opties is het allerbelangrijkste wat we te doen hebben misschien wel betekenis en taal geven aan de onderliggende existentiële dimensie van de keuze.  Deze dringt zich namelijk ongevraagd op wanneer een onverwacht plusje op de zwangerschapstest verschijnt of als de roze wolk uit elkaar spat door een prenatale diagnose. Deze dwingt de betrokken mannen en vrouwen om zich te verhouden tot vragen als: wat betekent deze zwangerschap voor mij, wie ben ik na deze keuze, wat is voor mij belangrijk, tot waar reikt mijn vrijheid, waar voel ik verantwoordelijkheid, hoe kijk ik naar ouderschap, kinderwens, handicap, … Dit zijn ‘trage’ vragen. 

Soms dienen ze zich spontaan aan in een beslissingsproces, soms komen ze pas achteraf. Ze hebben tijd nodig en soms misschien een onomstotelijke wachttijd. We vragen veel van de hulpverleners die deze in de toekomst moeten vrijwaren. En bovendien bieden onze zorgkaders hen weinig houvast om deze vragen zelf binnen te brengen. Niet om te veroordelen, of te betuttelen, zeker niet om ‘van gedachte te doen veranderen’, maar om mensen een keuze te helpen maken waar ze kunnen achter staan? Niet omdat we vrouwen onderschatten, maar net om hen serieus te nemen in de complexiteit van de keuze. En kunnen we ook mannen die ongewild vader worden of ongewenst een zwangerschap beëindigd zien een plek geven om zich tot deze vragen te verhouden? 

Een wettelijk kader kan onmogelijk deze complexe realiteit bevatten. Laat ons daarom dit momentum aangrijpen voor een échte maatschappelijke dialoog over de krijtlijnen van goede zorg.

Gepubliceerd op 25-03-2024

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.