Mee met het idee | Feministische perspectieven op draagmoederschap

In deze maandelijkse column ‘Mee met het idee’ gaan verschillende deskundigen dieper in op een onderwerp dat past binnen de thema’s van De Maakbare Mens. De gasten benaderen een gedachte of probleem elk vanuit hun eigen expertise. Misschien zetten ze ook jou aan het denken: ben jij mee met het idee?

Deze Mee met het idee verscheen in de nieuwsbrief van mei 2024.

Feministische perspectieven op draagmoederschap in België

Er is een groeiend draagvlak voor altruïstisch draagmoederschap in Vlaanderen. Voor sommige wensouders is het de enige manier waarop zij hun kinderwens kunnen vervullen. Maar het radicaal feminisme zorgt voor een kritische kijk op draagmoederschap. En ook het meer gematigde zorgwerk feminisme plaatst kanttekeningen.  

Siggie Vertommen neemt je mee met het idee.  

Siggie Vertommen, docente en onderzoekster in de genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Gent

Dit is geen pleidooi voor een verdere vermarkting van draagmoederschap, maar een oproep om draagmoeders te beschouwen als zorgwerkers en hun inspanningen te erkennen en valoriseren als arbeid.

In een notendop

Altruïstisch draagmoederschap krijgt in Vlaanderen stilaan een draagvlak. Het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek bracht in 2023 een advies uit waarin altruïstisch draagmoederschap als een legitieme vorm van reproductieve dienstverlening wordt beschreven. Niet iedereen is het daarmee eens. Zo zijn er radicale feministische stemmen die menen dat draagmoederschap per definitie stoelt op uitbuiting van het vrouwelijke lichaam. Meer gematigde kritiek vanuit feministische hoek, ziet altruïstisch draagmoederschap niet als een vorm van geweld tegen vrouwen, maar wijst erop dat het een vorm van zorgwerk is. Draagmoeders die op altruïstische gronden beslissen om hun lichaam in te zetten om een kind te baren voor iemand anders, verdienen dan ook erkenning voor hun werk.  

Draagmoederschap is vandaag een hot topic. Als reproductieve praktijk/technologie die het mogelijk maakt voor een vrouw 1 om een foetus te dragen en een baby te baren voor personen die dit omwille van medische obstakels (bijvoorbeeld onvruchtbaarheid) en/of seksuele voorkeur (bijvoorbeeld homoseksualiteit) zelf niet kunnen, raakt het heel wat belangrijke maatschappelijke thema’s aan, waaronder onvruchtbaarheid, de rol van medische technologieën en de mogelijke commercialisering ervan, LGBTQI en vrouwenrechten.

Ook in België staat draagmoederschap opnieuw hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Hoewel er sinds 2004 een tiental wetsvoorstellen werden gelanceerd, en in 2015 een omvangrijke senaatscommissie rond draagmoederschap werd ingericht, bestaat er nog steeds geen wetgevend kader in België. Draagmoederschap wordt weliswaar gedoogd, en aangeboden in vijf Belgische ziekenhuizen die heel wat ruimte hebben om hun eigen beleid uit te stippelen.

Ondanks het feit dat draagmoederschap in België een relatief zeldzaam fenomeen blijft (men spreekt van een dertigtal procedures per jaar), neemt de vraag toe, en bijgevolg klinkt de roep naar een juridisch kader steeds luider. Ik wil argumenteren dat zo’n juridisch kader niet tot stand kan komen zonder zorgfeministische perspectieven centraal te stellen.  

Advies 86 rond draagvrouwschap 

In 2023 bracht het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek op vraag van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke een geactualiseerd advies uit. Hierin wordt ‘draagvrouwschap’, aldus de nieuwe terminologie, gezien als een legitieme vorm van ‘reproductieve dienstverlening’ die ethisch aanvaardbaar is voor alle wensouders met vruchtbaarheidsproblemen ongeacht seksuele geaardheid of afkomst. Men pleit voor een wet die draagmoederschap toestaat, hetzij alleen in altruïstische vorm. Bovendien wil men meer rechtszekerheid garanderen voor de wensouders (en bijgevolg ook voor draagmoeder en kind) door hen vanaf de geboorte aan te duiden als de juridische ouders en de huidige adoptieprocedure af te schaffen. 

Gemengde reacties

Het advies van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek werd met gemengde reacties onthaald. De fertiliteitssector en de LGBTQI-gemeenschap juichen de toename aan rechtszekerheid en reproductieve autonomie toe. Uit andere progressieve hoeken is er echter kritiek dat het advies te eenduidig vertrekt vanuit perspectief van de wensouders en hun wens en intentie om te ouderen. Deze critici werpen terecht op dat er naast wensouders nog vele andere actoren betrokken zijn bij het ‘relationele’ proces van draagmoederschap, met name de kinderen, medisch personeel en uiteraard ook draagmoeders en eventueel eiceldonoren. Net zoals we ouderenzorg of kinderopvang, of gelijk welke andere vorm van ‘dienstverlening’ niet alleen kunnen begrijpen vanuit het perspectief van de ‘consumenten’ of ‘cliënten’, werpen feministen terecht op dat draagmoederschap even goed moet worden bekeken vanuit het perspectief van de zogenaamde ‘dienstverleners’, met name draagmoeders en eiceldonoren.

Uit andere progressieve hoeken is er echter kritiek dat het advies te eenduidig vertrekt vanuit perspectief van de wensouders en hun wens en intentie om te ouderen.

Ook ik wil graag argumenteren dat zo’n feministische paradigmashift broodnodig is, omdat het de onderbelichte verhalen, visies en levens centraal stelt van die vrouwen die hun reproductieve lichamen, biologie en arbeid ten dienste stellen van de wensouders en de fertiliteitssector. 

Feminisme is uiteraard geen homogene academische discipline of sociale beweging, maar een groot huis met verschillende kamers. Er zijn dan ook verschillende feministische visies, analyses en strategieën rond draagmoederschap. Ik zal me beperken tot twee feministische benaderingen van draagmoederschap die ook in België een opmars maken: radicaal feminisme en zorgwerk feminisme.  

Radicaal feminisme: “Een baarmoeder kan je niet huren” 

Draagmoederschap als inherente vorm van reproductieve exploitatie

In februari 2024 lanceerde een coalitie van 18 vrouwen- en mensenrechtenorganisaties, onder leiding van de Coalition Internationale pour l’Abolition de la Maternité de Substitution (CIAMS), Université des Femmes en Women Against Surrogacy Belgium een petitie en een campagne tegen advies 86 van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Deze organisaties – vooral actief aan Franstalige kant in België – zijn het fundamenteel oneens met de aanbeveling om draagmoederschap te legaliseren. Voor hen is draagmoederschap een inherente vorm van reproductieve exploitatie of geweld tegen vrouwen, die als draagmoeders gereduceerd zouden worden tot hun reproductieve capaciteiten en organen. “Een baarmoeder kan je niet huren”, zo stellen zij. De coalitie pleit dan ook voor het afschaffen van draagmoederschap. Hiermee treden ze in de voetsporen van Feminist International Network of Resistance to Reproductive and Genetic Engineering (FINRRAGE), hun radicale ecofeministische voorgangers uit de jaren ’70 en ’80.  

Volgens de coalitie past het advies tot legalisering van draagmoederschap in België perfect in het kraam van een steeds verder uitbreidende, hoog-technologische globale fertiliteitsmarkt die vandaag op 32 miljard dollar wordt geschat, en waarin draagmoederschap is uitgegroeid tot een lucratieve industrie. Aangezien draagmoederschap in vele Westerse landen ofwel verboden is, ofwel aanzienlijk duur is, wordt het sinds begin jaren 2000 steeds vaker uitbesteed naar lagekostlanden in het Globale Zuiden en Oosten, zoals Thailand, India, Nepal, Cambodja, Georgië, Oekraïne, Mexico, Colombia en Kenia, waar draagmoeders talrijk en goedkoper kunnen gerekruteerd worden. Door draagmoederschap in België te legaliseren, zelfs in altruïstische vorm, zou men volgens deze feministen een neokoloniale en patriarchale praktijk normaliseren waarbij de lichamen van veelal armere en vaak geracialiseerde vrouwen worden gemedicaliseerd en vermarkt ten behoeve van veelal witte middenklasse koppels met een kinderwens. Terwijl het Raadgevend  Comité voor Bio-ethiek draagmoederschap beschouwt als een vorm van reproductieve dienstverlening, zien deze feministen het als een vorm van vrouwen- en kinderhandel waarbij er een prijskaartje wordt geplakt op kinderen, vrouwen en hun lichamen.  

Terwijl het Raadgevend  Comité voor Bio-ethiek draagmoederschap beschouwt als een vorm van reproductieve dienstverlening, zien deze feministen het als een vorm van vrouwen- en kinderhandel waarbij er een prijskaartje wordt geplakt op kinderen, vrouwen en hun lichamen.  

Draagmoederschap als invasieve lichaamsprocedure

Een tweede fundamenteel punt van kritiek op het advies van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek betreft het minimaliseren van de medische en psychologische risico’s van zwangerschap en draagmoederschap voor vrouwen. Zij benadrukken dat draagmoederschap een invasieve lichaamsprocedure is die gepaard gaat met langdurige hormonale behandelingen en medische ingrepen. Deze risico’s zouden niet opwegen tegen de onvervulde kinderwens van onvruchtbare koppels. Niemand heeft immers recht op een kind, aldus de Coalitie.

Draagmoederschap zonder moederrol

Bovendien betreuren ze het verder uitgommen van de rol van moeder en moederschap in het advies van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Door schijnbaar neutrale termen als ‘draagvrouw’ te introduceren in plaats van ‘draagmoeder’, en door het juridisch ouderschap al vanaf de geboorte over te dragen naar de wensouders (waardoor ook de discretionaire optie vervalt om de draagmoeder na de geboorte van de baby haar mening te laten herzien), beperkt men steeds verder de rechten van draagmoeders als biologische moeders van de baby’s.  

Radicale feministen in hetzelfde bedje ziek als hun tegenstanders

Wat opvalt in de publicaties, campagnes en de activiteiten van de coalitie tegen draagmoederschap, is dat draagmoeders zelf niet aan het woord komen. Hiermee reproduceren radicale feministen vaak dezelfde onzichtbaarheid van draagmoeders en vrouwen die ze hun tegenstanders verwijten. In hun campagnemateriaal worden draagmoeders bijvoorbeeld vaak afgebeeld als zwangere buik – al dan niet met een streepjescode of prijskaartje – en zonder gezicht. Hiermee wordt hetzelfde stereotype beeld bevestigd dat draagmoeders reduceert tot hun lichaam, en zonder cognitief of handelend vermogen. Net zoals bij radicaalfeministische campagnes tegen prostitutie, worden ook draagmoeders vaak geportretteerd als passieve slachtoffers, die geen vrije keuze of zelfbeschikkingsrecht hebben over hun eigen lichaam. Als feministen zouden we beter moeten doen. Het is niet omdat vrouwen onderhevig zijn en blijven aan ongelijke machtsverhoudingen, dat hun keuzes en beslissingen over hun eigen lichaam irrelevant zijn.  

Het is niet omdat vrouwen onderhevig zijn en blijven aan ongelijke machtsverhoudingen, dat hun keuzes en beslissingen over hun eigen lichaam irrelevant zijn.  

Zorgfeminisme: draagmoederschap als zorgwerk dat het leven mogelijk maakt 

Een andere feministische visie op draagmoederschap die aan populariteit wint, en waar ik me op basis van mijn onderzoek en activisme zelf het meeste thuis in voel, is die van het zorgwerk of sociale reproductief feminisme. Ondanks de raakpunten met de radicale feministische traditie omtrent de problematische opmars van de fertiliteitsindustrie, en de nood tot deconstructie van die zogezegd alles legitimerende kinderwens, beschouwen deze feministen draagmoederschap niet als een inherent immorele vorm van mensenhandel of geweld noch als een neutrale vorm van lichaamsdonatie of dienstverlening, maar als een duidelijk gegenderde vorm van zorgwerk of reproductieve arbeid. Met reproductieve arbeid verwijst men naar al het zorgende werk dat dagelijks nodig is om mensen te reproduceren en de samenleving en bijgevolg ook de economie te doen draaien. Het is het werk dat al het andere “productieve” werk mogelijk maakt. Dit perspectief heeft haar ideologische roots in feministische debatten rond huishoudelijk werk in de jaren ’70. Marxistische feministen merkten toen terecht op dat het huishouden runnen geen goddelijke of biologische roeping was voor vrouwen, maar wel sociaal opgelegd en onbetaald werk. Sommigen onder hen vroegen zich dan ook terecht af waarom vrouwen er geen loon voor kregen. Vandaag zijn heel wat van de zorgtaken die moeders en huisvrouwen destijds op zich namen als een onbaatzuchtige daad van echtelijke of moederlijke liefde, getransformeerd in betaald zorgwerk, uitgevoerd door schoonmakers, nanny’s, babysitters, ouderenzorgers, kindbegeleiders, verplegers en Deliveroo fietskoeriers tegen een vaak ondermaats loon. De kenmerken van zorgwerk bleven echter hetzelfde. Het is vaak onzichtbare arbeid die on(der)betaald en precair georganiseerd is, en veelal wordt uitgevoerd door vrouwen en mensen van kleur.  

De kenmerken van zorgwerk bleven echter hetzelfde. Het is vaak onzichtbare arbeid die on(der)betaald en precair georganiseerd is, en veelal wordt uitgevoerd door vrouwen en mensen van kleur.  

Commercieel en altruïstisch draagmoederschap als (on)betaalde vormen van zorgwerk

Uit recent onderzoek van sociale wetenschappers naar draagmoederschap in de Verenigde Staten, Mexico, India en Rusland blijkt dat er gegronde redenen zijn om ook commercieel en altruïstisch draagmoederschap te catalogeren als respectievelijk betaalde en onbetaalde vormen van zorgwerk. Draagmoeders leveren immers heel wat fysieke en emotionele arbeid die niet alleen tijd, maar ook kennis en vaardigheden vereisen, zoals het dragen en baren van een baby, medische tests en ingrepen ondergaan, eventueel contact met wensouders onderhouden, etc. Net zoals bij huishoudelijk werk is dit niet zomaar ‘de natuur’ die haar werk doet, maar wel vrouwen die hun reproductieve lichamen en capaciteiten inzetten om mensen te reproduceren. Wat opvalt is dat draagmoeders daarbij vaak in een positie van altruïsme worden geduwd. Ze worden verondersteld om deze taken op zich te nemen als barmhartige vrijwilligers die ‘solidair’ zijn (aldus het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek) met mensen met een onvervulde kinderwens. Ze zouden wel vergoed worden voor hun gemaakte kosten, maar mogen geen enkel voordeel, en dus al zeker geen loon ontvangen voor hun geleverde arbeid.

Uit mijn eigen onderzoek in Georgië blijkt dat zelfs bij commerciële vormen van draagmoederschap, draagmoeders nog steeds gedwongen worden om een altruïstische rol als “gift giving angels” te vervullen.

Uit mijn eigen onderzoek in Georgië blijkt dat zelfs bij commerciële vormen van draagmoederschap, draagmoeders nog steeds gedwongen worden om een altruïstische rol als “gift giving angels” te vervullen. Dit belemmert niet alleen heel sterk hun onderhandelingspositie met de fertiliteitscentra en de draagmoederschapsagentschappen, maar ook hun zelfbewustzijn als werkers.  

Erken inspanning van draagmoeders als arbeid

We zouden ons de vraag kunnen stellen waarom in een globale fertiliteitsindustrie van 32 miljard dollar alleen draagmoeders en eiceldonoren verondersteld worden om altruïstisch te zijn. Waarom stelt niemand zich vragen bij de goede intenties of drijfveren van de embryologen, fertiliteitsdokters of psychologen die betrokken zijn bij de draagmoederschapsprocedure en hier nochtans een loon voor krijgen? Waarom wordt draagmoederschap bovendien alleen maar commercieel genoemd als draagmoeders vergoed worden? Voor alle duidelijkheid, dit is absoluut geen pleidooi voor een verdere vermarkting van draagmoederschap, maar het is wel een oproep om draagmoeders te beschouwen als zorgwerkers en hun inspanningen te erkennen en valoriseren als arbeid.

We zouden ons de vraag kunnen stellen waarom in een globale fertiliteitsindustrie van 32 miljard dollar alleen draagmoeders en eiceldonoren verondersteld worden om altruïstisch te zijn.

In de Zorgcoalitie doen een twintigtal feministische en middenveldorganisaties in tijden van maatschappelijke zorgcrisis een vurige oproep aan de overheid en werkgevers voor meer erkenning, waardering en een gelijkere verdeling van zorg. Misschien is de tijd gekomen voor draagmoeders om de handen in mekaar te slaan met ouders, grootouders, mantelzorgers, bejaardenzorgers, verplegers, kindbegeleiders, schoonmakers, nanny’s en sekswerkers en andere zorgwerkers om duidelijk te maken dat zonder hun arbeid het leven niet mogelijk is. 

  1. Gezien het historische belang van de categorie en term ‘vrouw’ binnen feministische theorie en praktijk, wordt hier geopteerd voor deze term, maar deze is niet (trans)exclusief bedoeld. 

Gepubliceerd op 27-05-2024

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.