Terug naar overzicht

Mee met het idee | Islam en orgaandonatie

In deze maandelijkse column ‘Mee met het idee’ gaan verschillende deskundigen dieper in op een onderwerp dat past binnen de thema’s van De Maakbare Mens. De gasten benaderen een gedachte of probleem elk vanuit hun eigen expertise. Misschien zetten ze ook jou aan het denken: ben jij mee met het idee?

Deze Mee met het idee verscheen in de nieuwsbrief van december 2022.

Islam en orgaandonatie

Orgaandonatie kan levens redden, al ligt de keuze niet altijd voor de hand binnen de islam. Toch groeit er een steeds positievere houding tegenover het schenken van een orgaan na overlijden aan wie dat nodig heeft.

Chaïma Ahaddour, professor Islamitische ethiek en Islamitische spirituele zorg, KU Leuven

Dat de islam orgaandonatie vandaag zou verbieden, is een misverstand, de houding is zelfs nadrukkelijk positief, maar die info schijnt maar moeilijk bij de geloofsgemeenschap te geraken.  

Orgaandonatie kan levens redden, al ligt de keuze niet altijd voor de hand binnen de islam. Toch groeit er een steeds positievere houding tegenover het schenken van een orgaan na overlijden aan wie dat nodig heeft.

Vanwaar de verwarring?

Wie wil uitmaken of orgaandonatie een goede zaak is, botst op twee belangrijke principes die elk op zichzelf tot een ander oordeel leiden.

Moslims geloven dat elk leven heilig en menswaardig is. Moslims gaan ervan uit dat hun lichaam hen ter beschikking is gesteld voor de duur van hun leven, maar hen niet toebehoort. Het lichaam is heilig, want door Allah geschapen en daaruit volgt het verbod om het lichaam te verminken. Nu moet het begrip verminking in zijn tijdsgeest worden gezien: ‘verminking’ vond ooit ingang in de teksten in tijden van oorlog, het ging daar om intentionele, kwaadwillige schending van de integriteit van het lichaam. Of dat principe evengoed geldt als we het hebben over levensreddend handelen in de gezondheidszorg, is betwistbaar.

Toch heeft ieder mens de verplichting zijn of haar lichaam met de beste zorgen te behandelen. Dat is trouwens de reden waarom binnen de islam alcoholgebruik, drugs en roken gemeden worden. Op de dag des oordeels moet het lichaam ongeschonden zijn, want je geeft je lichaam terug zoals je het kreeg. Daarom vinden ze het ook belangrijk om intact begraven te worden. Wie zonder meer dit principe volgt, moet al snel besluiten dat orgaandonatie moeilijk valt. Na de uitname van de organen is het lichaam niet meer volledig. Dat heeft in het verleden voor een kritische of zelfs negatieve houding tegenover donatie gezorgd.

Maar de afweging is complexer. Ook andere zwaarwegende principes spelen een rol. Zo focust het islamitisch recht niet enkel op het individu, maar ook op de samenleving als geheel. Men moet als moslim streven naar het welzijn van de samenleving of het maatschappelijk belang. En de Koran stelt precies dat wie één leven redt, daarmee de hele mensheid redt. Het ‘beschermen van het leven’ is één van de vijf hogere doelen van het islamitisch recht. Wie ervoor kiest zijn organen te doneren, redt mensenlevens en dat is net een hele goede, lovenswaardige zaak. Het redden van een leven wordt belangrijker geacht dan de bescherming van de lichamelijke integriteit.  De ‘inbreuk’ op de lichamelijke integriteit wordt hier aanzien als een noodzakelijkheid.

 Een donor kan bovendien steunen op het principe van doorlopende liefdadigheid: ook na de dood dient het lichaam van een donor een hoger doel. Het is op die manier een nobele daad. Tenminste in zoverre de donor zelf of diens familie de toestemming heeft gegeven.  

Waar de houding voorheen kritisch was, zien we vanaf de jaren 1960 een kentering. De klemtoon ligt steeds meer op de solidariteit van een donatie.

Waar de houding voorheen kritisch was, zien we vanaf de jaren 1960 een kentering. De klemtoon ligt steeds meer op de solidariteit van een donatie. Waarschijnlijk is het cruciaal dat gelovigen, zowel als geleerden doorheen de jaren steeds meer toegang kregen tot (medische) informatie, waardoor de techniek en het belang van orgaandonatie duidelijker werd, en het oordeel ook meteen positiever.

Dat de islam orgaandonatie vandaag zou verbieden, is een misverstand, de houding is zelfs nadrukkelijk positief, maar die info schijnt maar moeilijk bij de geloofsgemeenschap te geraken.  

Hersendood: een punt van controverse

Hoewel de klemtoon steeds meer op het altruïsme van orgaandonatie ligt, blijft één factor in het bijzonder moeilijk liggen. In ziekenhuizen steunt men op het hersendood-criterium om uit te maken of iemand overleden is en dus een donor kan zijn. Dat criterium is echter, hoewel stevig medisch onderbouwd, niet vanzelfsprekend voor moslims. Vaak situeren zij het leven eerder in het hart en dat lijkt schijnbaar nog te werken bij iemand die hersendood is. In dat geval wordt het hart enkel nog aangedreven door machines maar dat is dus een punt van verwarring, overigens niet altijd enkel binnen de moslimwereld: de medische apparatuur verduistert soms de grens tussen leven en dood. Het gaat uiteraard om een existentiële vraag waarop elke levensbeschouwing een antwoord zoekt: wanneer is iemand dood?

Er bestaan enkele islamitische commissies van deskundigen die een definitie van hersendood aanvaarden die heel nauw aansluit bij wat juridisch verankerd is.

Nu bestaan er enkele islamitische commissies van deskundigen (onder andere religieuze geleerden en biomedische wetenschappers) die een definitie van hersendood aanvaarden die heel nauw aansluit bij wat juridisch verankerd is. Zo kan de beademingsapparatuur uitgeschakeld worden indien drie onafhankelijke artsen vaststellen dat er geen hersenactiviteit is en dat de schade onomkeerbaar is.

Het probleem is dat de geloofsgemeenschap niet altijd op de hoogte is van de oordelen van commissies die erin zijn gespecialiseerd. Veel imams, die de eerste religieuze referentiebron zijn waarnaar moslims gewoonlijk verwijzen wanneer zij geconfronteerd worden met ethische vragen, zijn niet precies op de hoogte van alle relevante adviezen. Het zit ook niet in hun opleiding.   

Wie weet raad?  

Moslims zijn vrij om zelf een beslissing te nemen over orgaandonatie. Niemand wordt verplicht om donor te zijn. Keuze ligt aan de mens zelf. Wie niet doneert, treft geen zonde, maar wel doneren is in theorie wel degelijk een goed idee.  

Van oudsher winnen moslims religieus advies in bij een imam, wanneer ze hun beslissingen aan een moreel kader willen toetsen, maar daar knelt soms een schoentje. Zij kregen binnen hun opleiding vaak niet de nodige (medische) kennis mee. Toch zien we dat de adviezen steeds vaker positief worden vanuit het idee dat wie een orgaan wil ontvangen, ook bereid moet zijn er een te schenken, volgens het principe van de rechtvaardigheid en het maatschappelijk belang.

Wat kan helpen om het misverstand onder moslims weg te werken, is even eenvoudig als cruciaal: informatie.

Wat kan helpen om het misverstand onder moslims weg te werken, is even eenvoudig als cruciaal: informatie. Zowel in de opleiding van de imams als in het onderwijs van de geloofsgemeenschap. Daarnaast kan de stem van moslimartsen helpen. Zij kunnen bij uitstek zowel het medische als het levensbeschouwelijke luik met elkaar rijmen.

In onder meer Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaan steeds vaker spirituele zorgverleners aan de slag in ziekenhuizen. Zij zijn specifiek opgeleid met aandacht voor zowel theologische onderbouw als praktische klinische vragen. Zij adviseren bij dilemma’s die zich aanbieden in de medische wereld, bijvoorbeeld over orgaandonatie, maar ook bij andere vraagstukken van bij het prille begin van het leven tot aan het levenseinde. België hinkt hier voorlopig achterop omdat een opleiding bij ons ontbreekt. Toch is op dat vlak veel te verwachten, want net correcte en begrijpelijke informatie is wat mensen nodig hebben om met zelfvertrouwen een vrije en geïnformeerde beslissing te kunnen nemen.

Gepubliceerd op 19-12-2022

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.