Terug naar overzicht

Mee met het idee | Psychofarmaca

In deze maandelijkse column ‘Mee met het idee’ gaan verschillende deskundigen dieper in op een onderwerp dat past binnen de thema’s van De Maakbare Mens. De gasten benaderen een gedachte of probleem elk vanuit hun eigen expertise. Misschien zetten ze ook jou aan het denken: ben jij mee met het idee?

Deze Mee met het idee verscheen in de nieuwsbrief van  december 2023

Belgen aan de psychofarmaca

Rangschikken we de Europese landen volgens hun psychofarmacagebruik, dan neemt België de 6e plaats in. Maar liefst 13% van de Belgen gebruikt slaapmiddelen of antidepressiva. Hoe dat komt, en of er ook andere oplossingen te bedenken zijn? 

Huisarts Linde Tilley neemt je mee met haar idee.

Linde Tilley, huisarts & Voorzitter Raad van Bestuur bij Huisartsenvereniging Gent HVG

Meer en meer blijkt een louter biologische benadering achterhaald. We groeien naar een bio-psychosociale benadering: een fysieke klacht komt nooit zonder een psychosociale component.

13% van de Belgen gebruikt slaapmiddelen of anti-depressiva. Dat is best veel, in de Europese rangorde laten we enkel IJsland, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Spanje voorgaan. We laten er een eerstelijns zorgverstrekker over aan het woord.

De rugzak uit het verleden

Dat er in België veel psychofarmaca voorgeschreven worden, is een feit dat je niet zonder de geschiedenis kan zien. Het heeft in ons land lang geduurd vooraleer laagdrempelige psychosociale zorgen naar het voorplan schoven. De laatste jaren groeit de aandacht: zo is er steeds vaker terugbetaling voor psychotherapie voorzien, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit een initiatief van de laatste jaren is. Het aanbod slibt snel toe en is niet voor iedereen beschikbaar. Er is zeker ruimte voor uitbreiding en nog betere afstemming met de gespecialiseerde zorg is absoluut nodig. Tot voor 2021 was er überhaupt geen terugbetaling, wat dat betreft hebben we toch een sprong vooruit gemaakt.

Van biologisch naar bio-psychosociaal denken

Van oudsher hanteert de medische wereld een biologisch perspectief op de patiënt met scheiding van lichaam en geest. Er stelt zich een lichamelijk probleem, wat zijn de fysieke symptomen, welke medicamenteuze behandeling zal de ziekte verhelpen, hoe help ik de persoon die voor me zit zo snel mogelijk van zijn of haar kwaal af? Die oplossingsgerichte reflex zit diep geworteld en pillen voorschrijven past hierin. Het wordt echter steeds duidelijker dat de louter biologische benadering achterhaald of onvoldoende is.

Vandaag streven we naar een bio-psychosociale benadering van de patiënt of een probleem. Dat was al langer gangbaar in de welzijnszorg en hulpverlening, maar nog niet in de medische context.

Het bio-psychosociaal model gaat ervan uit dat een patiënt weliswaar een fysieke klacht aanbrengt, maar die klacht nooit komt zonder een psychosociale component waar we als arts ook aandacht voor moeten hebben. Zelfs bij een klacht die op het eerste gezicht bijzonder fysiek lijkt, hangt de draagwijdte van het probleem ook van andere factoren af.

De impact van een beenbreuk wordt niet enkel bepaald door de exacte weefselschade. De persoonlijkheid en het temperament van de patiënt spelen een rol, net als de (medische) geschiedenis van de persoon. Wat zijn de mogelijkheden en omstandigheden van die persoon? Ook de sociale factor speelt een rol: wie in eigen huis omkaderd en geholpen wordt of een breed netwerk heeft, kent vaak een ander ziektebeeld dan iemand die er alleen voor staat.

Elke variabele doet ertoe en artsen beseffen vandaag ook meer dat dit kansen biedt in de behandeling.

Precies dezelfde factoren spelen een rol als het gaat om een psychische kwetsbaarheid. Biologisch gezien spreken we dan over neurologische processen en overbelasting van het stress-systeem, wat erg belangrijk is. Maar voorgeschiedenis, persoonlijkheid, en omkadering zijn even relevant en verdienen aandacht. Elke variabele doet ertoe en artsen beseffen vandaag ook meer dat dit kansen biedt in de behandeling. In de huisarts-opleiding is de shift duidelijk gemaakt. Met mondjesmaat glipt het ook in de specialisten-opleiding. Ook zij hebben baat bij een ruimere blik dan een louter medicamenteuze. Dat stemt alvast hoopvol voor de toekomst.

Uitdagingen in het dokterskabinet

De veelzijdiger benadering neemt onvermijdelijk meer tijd in beslag. We zijn als artsen getraind om snel hulp te bieden en patiënten vragen om kwalen en ongemakken snel te verhelpen. We botsen daar op de grenzen van de consultatie. Een arts die op consultatie iemand zonder vaste verblijfplaats te zien krijgt die om een slaapmiddel vraagt, weet zelf ook dat die patiënt slecht slaapt door stress en omstandigheden, en te weinig omkadering.

Artsen voelen zich vaak machteloos: ze weten dat er zoveel méér nodig is, maar in enkele consultaties kunnen ze niet de hele achterliggende sociale problematiek uitklaren

Een slaapmiddel lost daar inderdaad de kern van het probleem niet op maar het is wel begrijpelijk dat die arts zoekt naar een manier om die persoon op korte termijn te helpen. Het levert vaak een machteloos gevoel op bij artsen. Zij weten dat er zoveel méér nodig is, maar in het beloop van een of enkele consultaties kunnen ze niet de hele achterliggende sociale problematiek uitklaren. Terwijl er wel een persoon met een dringende hulpvraag voor hen zit die men liefst helpt.

Pijnlijk dieptepunt: de woonzorgcentra

Psychofarmaca worden massaal en langdurig ingezet in onze woon-zorgcentra. Met voortschrijdend inzicht zijn we heel voorzichtig geworden met fysieke fixatie. We hebben een strikt beleid en protocols ontwikkeld om de veiligheid en de menselijkheid te bewaken. Men is daar terecht terughoudend mee geworden.

Het gebruik van psychofarmaca kan je zien als een vorm van chemische fixatie. Met die verzwarende factor dat de bijwerkingen van psychofarmaca voor ouderen werkelijk gevaarlijk kunnen zijn. Medicatie kan bijvoorbeeld leiden tot sufheid en daardoor tot valaccidenten. Toch zien we dat er veel middelen gebruikt worden zonder uitgewerkt beleid.

Hier botsen we waarschijnlijk op een systeemfout: die medicatie wordt soms toegediend om mensen hanteerbaarder te maken voor verzorgers die onder tijdsdruk staan. Met gezamenlijke inspanning moeten we een veilig en doordacht beleid uitwerken dat focust op de menselijke waardigheid.  

Niet starten eenvoudiger dan afbouwen

Terwijl we aan de zijde van de artsen volop werken aan opleiding om de nodige communicatievaardigheden en niet-medicamenteuze behandelstrategieën te verwerven, blijven er natuurlijk die patiënten die vandaag al langdurig psychofarmaca gebruiken. Dat zijn er niet weinig. Afbouwen waar mogelijk lijkt een voor de hand liggende piste om het gebruik van psychofarmaca terug te dringen, maar dat is complexer dan het lijkt.

Afbouwen waar mogelijk lijkt een voor de hand liggende piste om het gebruik van psychofarmaca terug te dringen, maar dat is complexer dan het lijkt.


Iedereen die medicatie neemt heeft hierbij bepaalde aannames: zo is men er zelf van overtuigd dat het zonder niet zal lukken, dat het hen op de been houdt. Het vraagt een aangepaste aanpak om met patiënten in gesprek te gaan over afbouw. Zo’n zwaarwegende beslissing neem je in samenspraak en dit neemt tijd in beslag. Niet opstarten is in die zin quasi altijd eenvoudiger dan moeten afbouwen.

Willen we psychofarmaca vermijden in onze huidige context dan is er groeimarge voor de algemene psycho-educatie van de bevolking. Die laat ons allen toe om vroeger te detecteren en verhelpen alvorens ergere klachten ontstaan. Voorkomen blijft beter dan genezen.

Gepubliceerd op 06-12-2023

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.