Recensie ‘Gezond verstand’

De wetenschap van geest en lichaam

Door Gerbert Bakx

boekreview-Gezond-Verstand-van-Jo-Marchant

Sinds de Franse filosoof René Descartes, zowat vierhonderd jaar geleden, denken we nog steeds in een dualistisch beeld van de mens met een uitgebreide substantie (res extensa) en een denkende substantie (res cogitans). Deze zienswijze leidt onvermijdelijk tot de vraag naar de onderlinge beïnvloeding van deze twee ‘dingen’. Hoe kan het dat mijn lichaam de gedachte in mijn geest ten uitvoer brengt? Hoe kan het dat als ik besluit een trap op te lopen, mijn benen dit haast automatisch voor mij doen? Als de geest immers niet-materieel is, hoe kan hij dan een materieel lichaam in beweging brengen? In de filosofie spreekt men van het mind-body probleem. De wetenschap weet er al helemaal geen raad mee, aangezien de ‘geest’ zich niet wetenschappelijk laat vatten.

Dat verklaart het probleem van het placebo-effect. Volgens de bekende neuroloog Dick Swaab is dit het wonderlijke vermogen van ons brein om onszelf te helen. Wonderlijk, want hoe weet het brein immers wat te doen? Als antidepressiva nauwelijks beter blijken te werken dan een placebo, hoe weet het brein dan wat het moet doen als we een placebo nemen? Misschien had Voltaire toch geen ongelijk toen hij stelde dat “de arts moet de patiënt bezighouden terwijl de natuur haar werk doet.”

Dat zijn de vragen die Jo Marchant aan de orde stelt. Jo Marchant studeerde genetica en microbiologie en werkt als wetenschapsjournalist bij bladen als Nature en New Scientist. De feiten zijn inmiddels dermate onontkoombaar dat ze in een interview stelt dat het onwetenschappelijk zou zijn het placebo-effect niet als een factor in de genezingsvergelijking op te nemen.

De feiten zijn inderdaad behoorlijk indrukwekkend en zelfs schokkend. Irving Kirsch, psycholoog en mededirecteur van het onderzoeksprogramma naar placebo-effecten aan de Harvard University, heeft de wet op vrijheid van informatie gebruikt om de Amerikaanse FDA te dwingen de klinische onderzoeksgegevens vrij te geven die hun door farmaceutische bedrijven zijn toegestuurd. Hierdoor werd bekend wat de bedrijven verborgen wilden houden: dat antidepressiva in de meeste gevallen weinig meer effect hebben dan een placebo. Dat neemt niet weg dat een subjectieve verbetering van suïcidale gedachten bij een depressieve patiënt wel het verschil tussen leven en dood kan betekenen. Een andere onderzoeker, Fabrizio Benedetti, ontdekte dat valium, dat vaak wordt voorgeschreven bij angststoornissen, alleen maar effect heeft als de patiënten weten dat ze het gebruiken. “Hoe meer we van placebo’s weten, zegt hij, hoe meer we ontdekken dat veel positieve resultaten van klinisch onderzoek moeten worden toegeschreven aan placebo-effecten.” Zo voelen parkinsonpatiënten zeer snel het verschil als zij hun medicatie innemen. Hun ernstige symptomen worden er door verlicht. De schokkende vaststelling is dat deze ernstige symptomen ook verlicht worden door pure suggestie, namelijk na het innemen van een placebo. Op hersenscans is te zien dat de hersenen van deze patiënten na het innemen van een placebo overspoeld worden door dopamine, net als wanneer ze hun echte medicijn nemen. Ook met ingeplante elektrodes is te zien dat de motorische neuronen na het injecteren van een placebo langzamer vuren, precies zoals ze doen als reactie op een echt medicijn. Het gaat dus niet om een ingebeeld effect. Het effect is echt. Het is meetbaar en het is fysiologisch identiek met dat van een echt medicijn. Hetzelfde geldt overigens voor vele placebo-alternatieve behandelingen. Zo heeft placebo-acupunctuur bij onderzoek vrijwel dezelfde effecten als de echte behandeling en heeft placebogebedsgenezing vergelijkbare effecten als ‘echte’ gebedsgenezing.

Dit boek beschrijft hoe onze hersenen vele aspecten van onze fysiologie beheersen, waaronder de systemen die het lichaam ter beschikking heeft om symptomen te verlichten en ziekten te genezen: van hormonen en natuurlijke pijnstillers tot het immuunsysteem. We beginnen dit nog maar net enigszins te begrijpen en wij kunnen deze systemen zelden bewust inzetten: we kunnen onszelf niet zomaar beter ‘wensen’. Maar er zijn min of meer slimme manieren om ze door onze bewuste geest te laten gebruiken: we kunnen geloven dat we een (allopathische of homeopathische) genezende pil hebben genomen, ons concentreren op het huidige moment (mindfulness), geloven in energievelden, chakra’s, aura’s (acupunctuur, reiki) of helende geesten, of we kunnen steun zoeken in persoonlijke, sociale of spirituele (religie) banden. Zodra we ons veilig, bemind, verzorgd of meester van de situatie voelen, gaat het beter met ons. Ons lichaam houdt op met stresseren, vluchten of vechten, het kan ontspannen en het kan zich richten op herstel en groei. Mensen zijn complexe wezens en niet alleen maar fysieke lichamen. Dat wat ‘waar’ is, maakt ons niet altijd beter en wat ons beter maakt, is niet altijd ‘waar’.

Uiteraard zijn er belangrijke beperkingen. Placebo’s zijn niet almachtig en vele alternatieve ‘behandelaars’ stellen onzinnige en mogelijk fatale ‘behandelingen’ voor. Zo laat onderzoek bij kankerpatiënten meestal opvallende placebo-effecten zien wat betreft pijn en levenskwaliteit, maar het aantal patiënten in placebogroepen waarbij de tumoren kleiner werden, is bijzonder laag, nauwelijks enkele procenten. Dergelijke bedenkingen gelden echter ook voor vele van de thans gebruikte farmaca. In een analyse in het British Medical Journal in 2015 werd gesteld dat psychiatrische farmaca maar heel weinig voordelen bieden maar in de westerse wereld jaarlijks wel verantwoordelijk zijn voor meer dan een half miljoen overlijdens.

De in dit boek beschreven fenomenen zijn niet alleen van belang voor artsen maar ook voor filosofen en iedereen die probeert inzicht te krijgen in de relatie tussen geest en lichaam en in wat het betekent om mens te zijn. We hebben immers nog steeds geen bruikbaar filosofisch of existentieel concept om de mens holistisch, d.i. als een eenheid te denken. Zo lang er geen paradigmashift plaatsvindt en we het probleem in de dualistische termen van ‘lichaam’ en ‘geest’ blijven stellen, zal het waarschijnlijk onoplosbaar blijken.

Jo Marchant schrijft dat zij graag zou concluderen dat wij getuige zijn van een revolutie in de geneeskunde door het steeds beter begrijpen van de rol van de geest bij onze gezondheid. Een van de grote obstakels is evenwel de wijze van financiering van onderzoek, dat voor meer dan driekwart door farmaceutische bedrijven wordt betaald, met als gevolg dat als er niets te verkopen valt, er ook weinig geld is voor onderzoek. Ook dit is een gevolg van het heersende dualistische, overwegend materialistische en evidence-based wetenschappelijke wereldbeeld.

Dit lijvige boek is uitstekend geschreven en even uitstekend vertaald. Het leest als een spannende roman en voert de lezer van de ene verbazing naar de andere. Toch even vermelden dat het ontbreken van een index jammer is want het maakt het bijzonder moeilijk dingen terug op te zoeken. Een index zou dit boek heel wat bruikbaarder gemaakt hebben.
Iedereen die zich ernstig met de mens en met hulpverlening bezighoudt, zou Gezond verstand moeten lezen. Na het lezen van dit boek kijkt u heel anders naar de mens en naar fenomenen als ziekte en genezing.

Titel: Gezond verstand. De wetenschap van geest en lichaam
Auteur: Jo Marchant
Boekinfo: Atlas Contact
ISBN 978 90 450 2325 0
Verschijningsdatum: 2016
Recensent: Gerbert Bakx
Beoordeling: 

Gepubliceerd op 17-06-2016

Bekijk ook even dit:

Onze boekbesprekingen

Je winkelmand is leeg.