Recensie ‘Het gen’

Een intieme geschiedenis

Door Jurgen Boel

recensie_het gen. een intieme geschiedenis

In 2010 debuteerde de Indische arts Siddartha Mukherjee met The Emperor of All Maladies: A Biography Of Cancer, waarvoor hij in 2011 de Pulitzerprijs voor het beste non-fictieboek won. In het boek koppelt hij eigen ervaringen als oncoloog aan de ‘geschiedenis’ van kanker, meer bepaald hoe de ziekte voor het eerst gediagnosticeerd werd (zonder het als dusdanig te benoemen/kennen) tot en met de laatste ontwikkelingen. Het is een boeiende aanpak die Mukherjee in zijn nieuwe (derde) boek opnieuw gebruikt, zij het dat ditmaal geen ziekte maar wel het gen centraal staat.

Zoals de titel al laat vermoeden, staat in Het Gen. Een intieme geschiedenis de genetica centraal van bij haar ontdekking door Gregor Mendel (1865) tot en met de laatste ontwikkelingen. Zoals genoegzaam bekend bleef Mendels werk tientallen jaren onderbelicht terwijl Charles Darwins baanbrekende inzicht in het ontstaan van soorten de wetenschap veroverde. Onder de indruk van Darwins onderzoek besloot zijn neef Francis Galton zich evenzeer op de biologie te storten en meer bepaald de mechanismen achter erfelijkheid. Jammer genoeg bleef Galton blind voor het intussen bekend geraakte onderzoek van Mendel en ontwikkelde hij zijn eigen theorieën, die onder de naam eugenetica bekend werden en na de eeuwwisseling verstrekkende gevolgen zou krijgen.
Dat Mukherjee hier uitgebreid bij stilstaat, mag niet verwonderen want zoals later meermaals in het verhaal duidelijk zal worden, bleef en blijft de genetica worstelen met de morele vragen die het met zich meebrengt. In de jaren zeventig leidde dit zelfs tot verhitte discussies en moratoria op onderzoek, wat gezien de grote stappen die het genonderzoek de voorbije decennia had gezet niet zo verwonderlijk mag heten. Op die ontwikkelingen gaat Mukherjee logischerwijze summier in (het boek is ondanks zijn beknoptheid al bijna 600 pagina’s) maar aan de ontdekking van de DNA-structuur door James Watson en Francis Crick, steunend op het werk van Maurice Wilkins en Rosalind Frank, kan uiteraard niet voorbijgegaan worden.

Zoals voorheen onder meer Mendel, Darwin en Galton ruim aan bod kwamen, trekt Muhkerjee voldoende tijd uit om het verhaal, inclusief de kleinmenselijke intriges, te vertellen. Als geen ander weet hij wanneer het vogelvluchtperspectief verlaten moet worden voor een meer uitgediepte etappe in het verhaal zodat de lezer niet alleen het gevoel krijgt meer dan zomaar een opsomming van onderzoeken en bevindingen te lezen maar ook tastbaar wordt hoezeer wetenschappers uit allerlei disciplines (onder meer chemici, biochemici en fysici schakelden over op genetica) zich over dit nog relatief jonge gebied bogen, in de hoop een baanbrekende ontdekking te realiseren.

Naarmate de kennis toeneemt, worden ook de onderzoeken technischer en specialistischer. Opnieuw wordt hier de gave van Mukherjee zichtbaar om een in essentie technisch verhaal toch zo helder en bevattelijk mogelijk te maken voor een breed publiek, de keuze om bepaalde ziektes en hun genetische oorsprong (bijvoorbeeld sikkelcelanemie) als voorbeeld te nemen, mag daarbij exemplarisch heten. Uiteraard kan Mukherjee niet voorbijgaan aan een enkele meer technische/wetenschappelijke uiteenzetting maar hij weet deze tot hun relevante minimum te beperken en voldoende af te wisselen met meer anekdotisch materiaal zodat ook de niet-wetenschappelijk geschoolde lezer geboeid blijft.

Dat het laatste hoofdstuk een vooruitblik en voorzichtige waarschuwing inhoudt, mag gezien de teneur van het boek niet verbazen, al blijft de auteur zichzelf uiteraard trouw door ook hier de focus op een positieve uitkomst te leggen.

Gold in De keizer van alle ziektes zijn ervaringen als oncoloog nog als persoonlijke, rode draad doorheen het boek dan heeft Mukherjee zich ditmaal nog meer bloot gegeven door zijn familiegeschiedenis in het verhaal te verweven. Meer bepaald last hij verschillende malen in het boek, korte verhalen en bedenkingen in die te maken hebben met zijn ooms en neef die leden aan schizofrenie en hoe zijn familie ermee omging. Het zijn kleine terzijdes die Het Gen een persoonlijke toets geven en Mukherjee de kans geven een nieuw hoofdstuk aan te vatten dan wel een extra kleur te geven aan wat eerder afstandelijk gebracht werd.
Door een uitgekiende keuze te maken van wetenschappelijke feiten, historisch overzicht en een menselijke insteek, nu eens over de onderzoekers en/of patiënten, dan weer over zijn familie weet Mukherjee bijna 600 pagina’s lang een boeiend en meeslepend verhaal te vertellen over een van de bouwstenen van alle leven.

Titel: Het gen. Een intieme geschiedenis
Auteur: Siddharta Mukherjee
Boekinfo: http://www.debezigebij.nl
ISBN 9789023498384
Verschijningsdatum: september 2016
Recensent: Jurgen Boel
Beoordeling: 

Gepubliceerd op 28-03-2017

Bekijk ook even dit:

Onze boekbesprekingen

Je winkelmand is leeg.