Recensie ‘Sapiens’

Een kleine geschiedenis van de mensheid

Door Klaas Nollet

Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mens gaat – zoals de titel suggereert – van start als een geschiedenisles, die met zijn nadruk op verhalen en de meer dan fysieke evolutie van de mens bij momenten doet denken aan Mythen van Armstrong, maar al snel wordt het duidelijk dat bij die evolutie door Harari andere accenten worden geplaatst. Het vraagt even de tijd om zijn terminologie gewoon te worden, maar eens je het beet hebt, leest het boek als een trein. Zo introduceert hij reeds van bij het begin bepaalde denkwijzen en begrippen die in eerste instantie een zekere vorm van aanpassing vragen, maar naarmate het boek vordert ook een hulpmiddel zijn om je in het perspectief van de auteur in te leven.

In het eerste deel wordt de gekende evolutie beschreven van de verschillende soorten mensen naar de homo sapiens en daar worden de verschillende theorieën geanalyseerd. Harari geeft meteen al een opvatting mee die als een rode draad zal terugkomen doorheen het boek: Intermenselijk geweld is er altijd geweest en zal er altijd zijn. De mens heeft zich de wereld toegeëigend, maar dat is niet zonder slag of stoot verlopen.

Deel twee neemt de agrarische revolutie onder de loep en daar stelt de auteur zich de vraag of die wel een echte vooruitgang was voor de mens. Heel dikwijls hanteert hij het biologische perspectief en de kwestie wordt al snel of alles vanuit dit perspectief moet worden bekeken, of er ook andere mogelijkheden zijn. De overgang naar de landbouw is namelijk enkel positief geweest voor de reproductie van de mens, en heeft op andere vlakken heel wat nadelen met zich meegebracht. Harari introduceert een begrip waardoor volgens hem de mens erin geslaagd is om de wereld te koloniseren: de imaginaire orde: ‘We geloven niet in een bepaalde orde omdat die objectief waar is, maar omdat het geloof erin ons in staat stelt om effectief samen te werken en een betere samenleving op te bouwen.’
De natuurlijke orde is er altijd, maar de imaginaire ordes – waartoe de auteur o.a. n.v.’s rekent, de mensenrechten, religies, ideologieën, …  – moeten in stand gehouden worden. Wanneer men niet meer in een mythe gelooft, verdwijnt ze. Tegelijk is er geen uitweg uit de imaginaire orde, omwille van de noodzaak tot het mobiliseren van grote groepen mensen en vooral omdat die moet vervangen worden door een andere. We kunnen niet terug.
Het boek is heel kritisch naar de mens toe en naar de systemen die de mens heeft opgezet in de loop der eeuwen. Harari stelt heel veel in vraag en zet je als lezer daardoor erg aan het denken. Doorheen het boek krijg je wel dikwijls een negatieve indruk, alsof hij het niet zo hoog op heeft met de soort die zich mens noemt.

In deel drie gaat de auteur stilaan naar het punt toe dat hij wil maken: we evolueren willens nillens naar een mondiale cultuur. En daar geeft Harari drie belangrijke factoren voor aan: geld, imperia en religie. Die drie factoren vormen volgens hem de voorwaarden voor de mens om op globaal vlak te kunnen gaan samenwerken.
Met betrekking tot de eerste factor, geld, geeft hij het belang aan van een dergelijk systeem om samenwerking mogelijk te maken tussen verschillende volkeren.
Ten tweede lijkt hij de gruwelen van het vestigen van een imperium te vergoelijken omwille van de positieve gevolgen. Hij legt heel veel nadruk op de wreedheid van de mens, vooral naar dieren en vleesindustrie toe. In bepaalde passages doet het boek heel erg denken aan Dieren eten van Safran Foer.
Religie wordt, zelfs al vormt het de derde harmoniserende factor, ten slotte ook serieus op de rooster gelegd. Voor een goed begrip is het echter belangrijk om te weten dat religie en ideologie door Harari niet gescheiden worden. Zo beschrijft hij kapitalisme ook als een religie en hanteert hij de volgende definitie: ‘Een systeem van menselijke normen en waarden op basis van geloof in een bovenmenselijke orde.’

Vanuit persoonlijk oogpunt vind ik die interpretatie vrij eng, maar in de setting van zijn boek komt hij ermee weg. Harari zelf neigt op verschillende momenten in het boek naar het boeddhisme, al komt hij nooit los van zijn neiging om alles biologisch te verklaren: ‘De enige manier om volledig bevrijd te worden van alle leed is volledige bevrijding van alle verlangens en de enige manier […] is het trainen van de geest om de werkelijkheid te ervaren zoals die is.’
Ook het humanisme noemt hij religie en hij beschrijft drie soorten: liberaal, sociaal en nazistisch. Daarvan is slechts de laatste niet gebaseerd op het monotheïsme. Weer geeft hij hier zijn biologische kijk: ‘Het menselijk gedrag wordt bepaald door hormonen, genen en synapsen. Niet door vrije wil.’

Het vierde deel gaat verder met de wetenschappelijke revolutie. Een groot deel van zijn veroveringen en successen heeft de mens, en dan meer bepaald de Euraziatische mens, te danken aan het uitgangspunt ‘Ignoramus’, het niet-weten. Deze breuk met het middeleeuwse kijken waarin men dacht alles te weten heeft mee voor de grote veroveringen en wetenschappelijke successen gezorgd. Als we het bovenstaande verenigen met project ‘Gilgamesj’, de zoektocht van de mens naar de overwinning op het leven, dan is deze insteek een onvoorstelbaar grote motor geweest – en nog steeds – voor de vooruitgang van de mens.
In dit deel herneemt de auteur zijn stelling van deel drie wat uitvoeriger, en dat is dat de wetenschap, de grootmachten of imperia en het kapitaal onze ontwikkeling fundamenteel hebben bepaald. Hierin heeft Europa een heel grote rol gespeeld. Opnieuw licht Harari de rol van deze drie componenten uitvoerig toe.

De auteur schrijft bevattelijk en met goed uitgelegde voorbeelden. Hij illustreert de verwevenheid tussen drie pijlers heel mooi. Hij geeft kritiek, maar nuanceert ook telkens, waardoor de deur naar een eigen interpretatie mooi open blijft. Dat maakt ook deel uit van de toegankelijkheid van zijn schrijven. Harari zet aan tot bescheidenheid, roept soms zelfs een schuldgevoel op. Bij momenten doet zijn bevlogenheid denken aan het schrijven van Ayn Rand, maar dan met meer ruimte voor nuancering van het eigen denken.
Naar het einde van het boek toe stelt de auteur onvermijdelijk de vraag naar de zin van dit alles: Waarom is de mens zo geëvolueerd, is er een doel? De vraag naar geluk, die op vandaag expliciet gesteld wordt, speelt hierin een cruciale rol: ‘Zijn wij gelukkiger dan pakweg de jager-verzamelaars? Is er een nut geweest aan al die ontwikkeling? Hoe heeft de geschiedenis het geluk van de mens beïnvloed? Wat maakt gelukkig?’
Ook hier springt hij van positief naar negatief en terug. Hij analyseert verschillende interpretaties van geluk en geeft daarbij ook weer voldoende aandacht aan de biologische blik. Ook de boeddhistische interpretatie komt duidelijk op de voorgrond.
Uiteindelijk voegt hij aan het geheel ook een vooruitblik toe die naarmate de passages elkaar opvolgen meer en meer aan sciencefiction doet denken. De auteur gaat heel ver in het opsommen van toekomstmogelijkheden. Zullen we als zelfverklaarde Almachtige kunnen ontsnappen aan onze biologische bepaaldheid?

Sapiens heeft een open einde. Als mens hebben we nog niet veel goeds teweeggebracht en de belangrijkste en beangstigendste lacune in ons mens-zijn is volgens de auteur dat we niet weten wat we willen doen of “willen willen”. Hij stelt de vraag hoe gezond het is dat de mens over zovele vormen van kennis en zoveel mogelijkheden beschikt gecombineerd met een gebrek aan richting.

Titel: Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid
Auteur: Yuval Noah Harari
Boekinfo: www.thomasrap.nl
Verschijningsdatum: januari 2017
ISBN 9789400407930
Recensent: Klaas Nollet
Beoordeling: 

Gepubliceerd op 19-06-2018

Bekijk ook even dit:

?php the_field('gerelateerdbericht_titel2'); ?>

Onze boekbesprekingen

Je winkelmand is leeg.