Recensie ‘Sterfelijk zijn’

Door Bert Vereecken

sterfelijk zijn Atul Gawande

Het feit dat we allemaal moeten sterven toont ons op de meest simpele wijze de beperkingen van de geneeskunde aan. Het is in de evolutietheorie, die toch zou moeten streven naar het behoud van het leven, een compleet raadsel waarom we uiteindelijk toch moeten vertrekken. Meer nog, het mechanisme van veroudering en dood blijkt zelfs, op de een of de andere manier, in de evolutie gestimuleerd te worden. Het waarom is de wetenschap totaal bijster, maar we constateren het gewoon.

Waar Sterfelijk zijn dan ook over gaat is de bedenking dat, als we het leven toch niet oneindig kunnen verlengen, waar we dan onze grens moeten leggen. Wanneer zijn we moedig, wanneer worden we ‘dom’? We zijn veel te veel geneigd om alles maar te blijven rekken, terwijl het in vele gevallen maar al te duidelijk is dat er nooit een ‘beter’ komt. Al het slechte wordt alleen maar nodeloos gerekt.
De cruciale vraag in dit werk is dan ook: dient de duur, de kwantiteit van het leven koste wat kost gerekt te worden? Of moeten we naar een maximaal mogelijke kwaliteit streven, een leven met een maximale kwaliteit, zelfs al zou het dan iets korter zijn.

Doctor Atul Gawande, de auteur van dit boek, constateert dat zijn doktersopleiding veel te veel gericht is op de verlenging van de duur van het leven en niet op de verlenging van een kwalitatief goed leven.
Terwijl hij nog bezig is met zijn specialisatieopleiding, wordt hij reeds zwaar met de neus op de feiten gedrukt. Hij kan al direct het kwaliteitsvolle leven van zijn Indische grootvader vergelijken met het nodeloos rekken van het leven van een van zijn eerste patiënten.

Verderop schetst Sterfelijk zijn ook hoe kwalijk het optreden van totale afhankelijkheid kan zijn, voor mensen die hier regelrecht het slachtoffer van worden.
Want dit is een thema dat vervolgens ook uitvoerig belicht wordt. Ieder mens, die een beetje gezonde empathie in zich heeft, stelt dat we de zieken en de zwakkeren moeten helpen. Maar wat als de hulp als te zware betutteling ervaren wordt? Wat als de hulp regelrecht verstikkend wordt? Het speciaal beknibbelen op hulp, omdat dit de mensen een fier gevoel geeft om nog te kunnen tonen wat ze (zelfstandig) kunnen, blijkt vaak voor ieder een deugd te zijn. Mensen die je zo vrij mogelijk laat, voelen zich vaak beter. En de kleine lichamelijke ongelukjes, die hiervan het gevolg kunnen zijn, nemen ze er graag bij. Alle goed bedoelde bekommernissen van externe personen ten spijt. Die zijn er veeleer op uit om een zwakkere persoon in een glazen kot te zetten zoals een hamster. (Hier kán hij niets misdoen).

Verder wordt er hier en daar een statistiekje bovengehaald dat de effectieve levensduur van die patiënten niet eens nadelig beïnvloed zou worden. (Het dient wel gezegd dat die statistieken door hun beperktheid in omvang niet overdonderend zijn, misschien wel indicatief).
En verder geeft Gawande het ook ruiterlijk toe: dokters praten nou eenmaal zo moeilijk over zwaar onheil, dat in het vooruitzicht staat. Het vooropstellen van een veel te optimistische prognose, waar uiteindelijk niemand iets mee is, is hier ook vaak aan te danken.
Waarom niet die of die behandeling proberen, die nog een sprankeltje hoop zou kunnen laten op herstel? De auteur geeft echter aan dat het veelal over behandelingen gaat waarbij de statistische mogelijkheid op een levensduurverlenging, die zowel langdurig áls kwaliteitsvol is, praktisch nihil is. Vechten voor een nieuwe dag is niet verkeerd, maar als de nieuwe dag er een schabouwelijk slechte is? En als dit niet slechts tijdelijk is en met de uitkomst dat er nog veel goede volgen? Wat dan gedaan?
Kiezen we er dan niet beter voor, om van de resterende dagen goede dagen te maken? Richt de geneeskunde zich dan niet beter op een zekere levenskwaliteitsverbetering in plaats van op een zekere totale kwaliteitsverslechtering? Toch zeker als de kans op een belangrijke latere toename van kwaliteitsvolle dagen niet bestaat?
Gawande brengt in Sterfelijk zijn het ene voorbeeld achter het andere aan van hoe het niet moet, en bij welke persoon er verstandiger gehandeld werd. Helemaal op het einde kreeg ik het gevoel van ‘het voorbeeldverhaaltje te veel’.

Een heel krachtig element dat in het boek zit, is het feit dat de auteur zijn zin voor zelfkritiek niet verliest. Met alle mooie principes en feiten die hij aangeeft, krijgt hij het zelf erg moeilijk, eens zijn vader in hetzelfde schuitje komt te zitten. Gawande bekent hierin doodeerlijk dat hij zelf ook niet ontsnapt aan de mentaliteit die hij hier zo uitvoerig aanklaagt.
Gawande vindt qua schrijfstijl hier een mooi evenwicht, met name dat elke lezer er iets aan heeft. De geschoolde lezer krijgt hier uitleg van een voldoende niveau, de ongeschoolde lezer krijgt een klein woordje duiding. Gawande stelt hier, op een soms heel emotioneel rakende wijze, de beperkingen aan de kaak, die aan zijn stiel en aan de personen die zijn stiel beoefenen gebonden zijn. Voor velen onder ons moet de essentie van het boek dan ook bekend voorkomen. De boodschap wordt dan ook, zoals reeds aangegeven, volcontinu gestaafd met voorbeeldfeiten.

Sterfelijk zijn brengt de boodschap aan, die omzeggens niemand onder ogen wilt zien: de geneeskunde zal tot in het einde der tijden zijn beperkingen blijven hebben. Ieder van ons zou voor eeuwig en altijd een prachtig leven willen leiden, maar de geneeskunde is daar niet toe in staat en kan dat ook nooit zijn.

Toch één opmerking. Veel mensen, die van de geneeskunde te weinig afweten, gaan hierdoor te vlug geneigd zijn om te stellen ‘dat het toch allemaal niets uithaalt’. En nee, de geneeskunde kan ons nooit ofte nimmer het eeuwige prachtige leven schenken. Maar dit wil hier wel niet zeggen dat de geneeskunde voor bepaalde erg zware ziektes toch mogelijkheden in zich heeft, en ze ook nog verder zal ontwikkelen. Tot op een bepaald niveau dan. Maar om zonder enige verificatie te stellen dat bij ernstige aandoeningen per definitie alles verloren is? Dit boek zegt dit ook niet, maar laat hiertoe mijns inziens teveel ruimte.
Een doktersadvies kan voor iemand die op dit gebied weinig geschoold is wel degelijk nuttig zijn. Immers, een goede boekhouder kan een fantastische stielman zijn, die evenveel respect afdwingt op zijn gebied, maar is medisch vaak te weinig onderlegd voor het nemen van erg zware technische beslissingen. Een goede vliegtuiglasser is zonder meer goud waard, maar hier geldt toch hetzelfde. Deze boodschap mis ik iets teveel. Toen ik zelf nog op de universiteitsbanken zat, stelde de professor histopathologie dat het antwoord op kanker wellicht nog tijdens mijn leven gevonden zou worden (ik ben nu 37). Hoe dan wel? Het immuunsysteem vernietigt opkomende tumoren, onder andere door middel van de stof TNF. TNF schakelt slechts 98% van de tumoren uit en geen 100%. Het is géén sciencefictionachtige piste die bewandeld wordt om TNF te stimuleren om de overige 2% uit te schakelen. Maar ja, lukt het? En hoe kan de modale patiënt het kaf van het koren scheiden, als zelfs omzeggens geen enkele dokter hiertoe in staat is? Dit stuk essentie mis ik helaas toch wat in het boek en dit kost hem zijn vijfde ster.

Toch een zeer dikke aanrader, zonder meer!

Titel: Sterfelijk zijn
Auteur: Atul Gawande
Boekinformatie: Uitgeverij Nieuwezijds
ISBN 9789057124389
Verschijningsdatum: 2015
Recensent: Bert Vereecken
Beoordeling

Gepubliceerd op 27-10-2015

Bekijk ook even dit:

Onze boekbesprekingen

Je winkelmand is leeg.