De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden voor LGBTI+ personen om een gezin te vormen gegroeid. Dankzij medische vooruitgang en belangrijke juridische stappen kunnen wensouders vandaag kiezen voor onder andere medisch begeleide voortplanting, adoptie of pleegzorg. België scoort zelfs bijzonder goed in Europa: we staan op de derde plaats in ILGA-Europe’s ranglijst voor LGBTI+ rechten en op nummer één in de Fertility Europe Atlas wat betreft toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen.
Maar goede cijfers op papier betekenen niet dat het in de praktijk voor iedereen even vlot verloopt.
Bij De Maakbare Mens besteden we aandacht aan het thema trans en kinderwens. We merken het keer op keer: ondanks de vooruitgang blijven opvallende hiaten bestaan. In het beleid, in de werking van fertiliteitscentra maar vooral in hoe onze maatschappij kijkt naar LGBTI+ ouderschap.
De Belgische familiewetgeving loopt hoe dan ook achter op het bestaan van regenbooggezinnen. Na de strijd voor de erkenning van het meemoederschap, is de erkenning van meevaders niet gevolgd. Veel gemeenten laten niet toe om een meevader op de geboorteakte te registreren. Ook non-binaire ouders kunnen zich niet als ouder registreren omdat de passende gendermarker ontbreekt.
In fertiliteitscentra en de perinatale zorg botsen LGBTI+ ouders soms op onbegrip, wat leidt tot ongemak, onwetendheid of zelfs uitsluiting.
Maar het meest hardnekkige obstakel is misschien wel het beeld van het ‘ideale gezin’, dat nog al te vaak bestaat uit een moeder en een vader, met twee kinderen — liefst een jongen en een meisje. Regenbooggezinnen worden nog te vaak gezien als ‘minderwaardig’, ‘anders’ of ‘onvolledig’. Denk aan lesbische of homokoppels die de opmerking krijgen dat hun kind een mannelijk of vrouwelijk rolmodel mist, of ouders die plots niet meer vragen aan hun transgender zoon of die nog kinderen wil.
In die beweging wordt alles wat afwijkt van traditionele genderrollen en heteronormativiteit niet alleen bevraagd, maar ronduit gedemoniseerd. Denk aan publieke figuren zoals Dries Van Langenhove, die de pride vlag een ‘pedofielenvlag’ noemde. Zulke uitspraken zijn niet alleen lasterlijk, maar gevaarlijk. Ze normaliseren haat en creëren een klimaat waarin LGBTI+ ouders zich moeten verantwoorden voor hun bestaan.
Dit vergroot het maatschappelijk stigma op LGBTI+ ouderschap. Daarnaast kunnen de gevolgen op persoonlijk vlak groot zijn: bij wie als LGBTI+ persoon vaak geconfronteerd wordt met negatieve houding, kan onterecht twijfel en angst groeien. Veel LGBTI+ ouders vrezen dat hun kind met homofobie of transfobie geconfronteerd zullen worden vanwege hun ouders. Sommige wensouders geloven niet in de mogelijkheid om zelf ouder te worden en laten er hun kinderwens bij varen.
In juni organiseren we een focusgroep om in gesprek te gaan met LGBTI+ personen.
Op basis van die verhalen willen we aan de slag met storytelling. We willen de kracht van jullie ervaringen op een creatieve manier naar buiten brengen. Misschien wordt het een podcast. Misschien een expo. Misschien iets helemaal anders. Maar het wordt in elk geval: eerlijk, kwetsbaar, herkenbaar en krachtig.
Laten we samen het beeld van het gezin hertekenen. Want regenbooggezinnen zijn echte gezinnen — en ze verdienen hun plek, zonder voorwaarden.
Heb je interesse of vragen?
Stuur een mailtje naar eline.cautaerts@demaakbaremens.org.
We accepteren geïnteresseerden tot en met 6 mei. Daarna zoeken we samen een moment en locatie die voor iedereen toegankelijk is.