Terug naar overzicht

Levensbeschouwing en orgaandonatie

De nood aan donororganen is universeel, overal worden mensen geboren met aandoeningen of worden mensen ziek waardoor ze een orgaantransplantatie nodig hebben. Wereldwijd bestaan er echter uiteenlopende visies op orgaandonatie. Culturele en religieuze achtergronden bepalen de houding van mensen tegenover orgaandonatie.

Algemeen kunnen we stellen dat bij het bepalen van een standpunt over orgaandonatie vaak een afweging wordt gemaakt tussen enerzijds respect voor het lichaam en lichamelijke integriteit en anderzijds het belang van naastenliefde en behulpzaamheid.

Zonder volledig te kunnen zijn, geven we hier een overzicht van een aantal verschillende standpunten. We baseren ons hierbij deels op informatie van de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Vrijzinnig-humanisme

Een vrijzinnig-humanist gelooft niet in god of hiernamaals, enkel aan het leven hier en nu kan men zin ontlenen en geven. Bedenkingen in verband met de integriteit van het dode lichaam en wedergeboorte zijn dus niet van toepassing. Zelfbeschikkingsrecht speelt een belangrijke rol, de beslissing ligt dus bij de persoon zelf. Omdat het lichaam na de dood geen nut meer heeft, wordt de mogelijkheid om organen te doneren positief bekeken. De humanistische waarden rechtvaardigheid en solidariteit spelen een rol. Waarom zou men organen waar men zelf niets meer aan heeft, meenemen in het graf als men er anderen het leven mee kan redden? Het centraal stellen van de mens en een positieve houding ten aanzien van onderzoek komen daar nog bij, de transplantatiegeneeskunde is een van de grote verwezenlijkingen van de medische wetenschap.

Katholicisme

Het katholieke leergezag is positief over orgaandonatie. De katholieke ethiek benadrukt dat orgaandonatie moet worden gezien als een goede en vrijwillige daad uit altruïsme. Een daad zonder eigenbelang maar volledig gericht op de ander. Het kan echter nooit als een plicht worden beschouwd. Wel is er soms een verschil tussen de opvatting van het officiële leergezag en de religieuze professionals.

Protestantisme

De afweging om organen te doneren is een persoonlijke kwestie. Tégen orgaandonatie spreekt met name de bijbelse waarde van integriteit van het menselijk lichaam. Vóór spreekt bij de minder orthodoxe protestanten de bijbelse waarde van naastenliefde. Orgaandonatie is aan te bevelen, maar geen verplichting. Over het algemeen deelt men het standpunt dat het ontbreken van organen de wederopstanding niet in de weg staat. Echter, dit blijft wel een punt van discussie.

Jodendom

De orthodoxe stroming denkt anders over orgaandonatie dan de liberale stroming. Laatstgenoemde stelt de zorg voor het leven boven dat van de eer van het dode lichaam. Volgens de orthodoxie mag juist geen inbreuk worden gemaakt op de integriteit van het lichaam, dat als aards omhulsel geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Ook speelt het doodscriterium een belangrijke rol: hersendood alleen is onvoldoende, omdat volgens de halacha verschillende symptomen tezamen de zekerheid vormen dat de dood is ingetreden.

Islam

Binnen de verschillende richtingen is een groeiende tendens om een positieve houding aan te nemen tegenover orgaandonatie. Overwegend vindt men het toelaatbaar met een beroep op de regel ‘nood breekt wet’ en het principe van naastenliefde. Een argument om voor orgaandonatie te zijn, wordt afgeleid uit het begrip Maslaha (het maatschappelijk belang). Op basis hiervan is elke daad acceptabel en aanbevolen, als ze een bijdrage levert aan het maatschappelijk belang. Het doneren van een orgaan kan leiden tot een betere maatschappij, tot betere sociale verhoudingen en tot een betere mensheid. Sommige autoriteiten wijzen orgaandonatie na de dood af omdat het lichaam dan aan God toebehoort en als zodanig niet geschonden mag worden.

De vraag wat islam zegt over orgaandonatie is voorgelegd aan verschillende geleerden. Op basis van de Koran en de Hadith komen zij tot een uitspraak. Orgaandonatie is toegestaan.

Het redden van een leven is een belangrijke handeling in de Islam. In Surah Al-Maidah, vers 32 zegt Allah: ‘En voor hem, die iemand het leven schenkt, is het alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken.’

In Surah Al-Baqarah, vers 173 zegt Allah: ‘Hij heeft je slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en datgene, waarover een andere naam, dan die van Allah is uitgeroepen, verboden. Maar hij, die gedwongen is en dit niet wenst en geen overtreder is, op hem rust geen zonde. Want Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.’

Uit dit vers komen de volgende 2 legitieme stelregels voort: ‘nood breekt wet’ en ‘het kiezen tussen het minste van 2 kwaden, indien een van beiden niet vermeden kan worden’. Deze stelregels voorzien in de bron tot het toestaan van orgaandonatie in de Islam. De betekenis van het menselijk leven is een ‘noodzaak’. Dit gaat het verbod op het schaden van het menselijk lichaam, te boven.

Een argument om voor orgaandonatie te zijn, wordt afgeleid uit het begrip Maslaha (het maatschappelijk belang). Op basis hiervan is elke daad acceptabel en aanbevolen, als ze een bijdrage levert aan het maatschappelijk belang. Het doneren van een orgaan kan leiden tot een betere maatschappij, tot betere sociale verhoudingen en tot een betere mensheid.

Boeddhisme

Volgens het boeddhisme is het menselijk lichaam een onverbrekelijk geheel van lichaam(sdelen) en geest. De dood is het geleidelijk natuurlijk verval van de eenheid ‘geest-lichaam’. Het vaststellen van de hersendood druist in tegen deze opvatting. Orgaanuitname zou het lichaam onteren. Toch zijn ook binnen het Boeddhisme argumenten voor orgaandonatie te vinden: met name de noodzaak om medeleven te betonen wordt binnen het Boeddhisme als een belangrijke deugd gezien.

Hindoeïsme

Met verschillende argumenten en interpretaties kan worden geconcludeerd dat orgaandonatie vanuit Hindoeistisch perspectief is toegestaan. Het geloven in karma en wedergeboorte (de oorzaak en het effect) zijn belangrijke aspecten van het Hindoeïsme. Als Hindoe geloof je dat de ziel onsterfelijk is, terwijl het lichaam vergankelijk is. Het is een gift van God om als menselijk wezen geboren te worden. Het redden van een leven is een belangrijk element in het Hindoeïsme. Veel gebeden eindigen met ‘Loka Samastha Sukino Bhavathu’, laat alle levende wezens in de wereld gelukkig zijn’. Daarom zouden Hindoes er alles aan moeten doen

om het lijden van anderen te verhelpen. Een edele handeling als het afstaan van een orgaan en daarmee het leven van iemand anders redden, past binnen het Hindoeïsme. In de lijst van de verplichtingen aan de gemeenschap is in Hindoegeschriften als het derde punt ‘dana’ opgenomen, een schenking. Dit is een belangrijke aanwijzing om een orgaan te doneren.

Shintoïsme

In het shintoïsme stuit het uitnemen van organen aan het stoffelijk overschot op bezwaren, omdat dit het lichaam van de gestorvene onteert. Een intact lichaam (gotai) garandeert de hergeboorte van de ziel. Ook bestaat bezorgdheid of wel alle sporen van leven zijn verdwenen uit een lichaam dat is doodverklaard op basis van een techniek die alleen hersenactiviteiten meet.

Jehova’s getuigen

De Bijbel laat zich niet rechtstreeks uit over orgaantransplantatie. Beslissingen over transplantatie van weefsel of organen kunnen daarom door individuele Getuigen worden genomen. Als Getuige kan het daarom toegestaan zijn een orgaantransplantatie te aanvaarden. Voorwaarde hierbij is dat tijdens de operatie geen (donor)bloed hoeft te worden gebruikt.

Met dank aan de Nederlandse Transplantatie Stichting: www.donorvoorlichting.nl

Wat vind je van
De Maakbare Mens?

 

Geef hier je mening

Je winkelmand is leeg.