Terug naar overzicht

Magda kreeg een hoornvliestransplantatie

Ik droeg al enkele jaren een bril toen plots mijn zicht vrij snel verslechterde. Ik ging fietsen met mijn echtgenoot en ik kon tot mijn eigen verbazing de wegwijzers niet meer lezen. Ik maakte een afspraak met de oogarts die me geruststelde en oogdruppels voorschreef. Toen er na drie maanden nog geen verbetering merkbaar was, maakte ik een nieuwe afspraak. De oogarts raadde me aan om geduldig te zijn en de oogdruppels te blijven gebruiken.

Maar ik was er niet gerust in. Ik zag erg wazig en bovendien kreeg ik gaandeweg ook pijn in mijn ogen. Ik besloot een tweede opinie te raadplegen en zocht een andere oogarts. Die kon snel een diagnose stellen. Ik leed aan Fuchs endotheel dystrophie, een aandoening aan het hoornvlies waarvan ik nog nooit had gehoord.

Ik werd doorverwezen naar het UZ Gent, waar er een arts werkt met een specialisatie in de behandeling van deze aandoening. Hij stelde voor om een hoornvliestransplantatie uit te voeren met donorhoornvlies. Het hoornvlies van een overleden persoon wordt dan gebruikt om mijn hoornvlies te vervangen. Het gaat niet om een volledig hoornvlies maar om hoornvliescellen. Enkel mijn aangetaste cellen worden verwijderd en vervangen door gezonde donorcellen.

Lang heb ik daar niet moeten over nadenken, alles wat mij kon helpen vond ik goed.

Ondertussen had ik immers steeds meer last van mijn aandoening gekregen. De cellen in mijn hoornvlies vulden zich met vocht en dat zorgde voor helse pijnen. Het springen van de gezwollen cellen veroorzaakt kleine wondjes. Bij het knipperen met mijn ogen ging ik dus telkens over honderden wondjes heen.

Na de beslissing om voor de operatie te gaan, was het wachten op een donor. Ik had geen idee hoelang dat zou duren. Dat waren erg lange en pijnlijke maanden. Om de pijn te verzachten kreeg ik een therapeutische lens. Die fungeerde als een soort verband over mijn ogen. Maar omdat het gebruik van de lens een hoog risico op infectie met zich meebracht, mocht ik ze niet langer dan twee weken dragen. Toen ik na twee weken de lens liet verwijderen, kreeg ik zulke ondraaglijke pijn dat ik meteen terug naar de oogarts ben gereden om de lens er opnieuw in te plaatsen. Het was onleefbaar geworden.

Wanneer na acht maanden het verlossende telefoontje kwam met de mededeling dat er een donor was aangemeld, was ik heel opgelucht. De operatie werd eerst aan mijn rechteroog uitgevoerd en was een groot succes. Na de operatie moest ik drie dagen zoveel mogelijk op mijn rug blijven liggen. Er wordt bij de operatie immers een luchtbel achter mijn hoornvlies aangebracht. Lucht stijgt en duwt daardoor tegen de nieuwe hoornvliescellen. Dit helpt om de cellen op hun plaats te houden. Het waren drie lastige dagen, maar ik wilde alles doen om de operatie te laten slagen.

De genezing ging vlot en dan was het wachten op een andere donor voor de operatie van mijn linkeroog. De pijn in mijn linkeroog was draaglijk waardoor het wachten ook gemakkelijker verliep. Na enkele maanden kon ik ook voor een operatie aan mijn linkeroog in het ziekenhuis terecht.

Ik kan zeggen dat ik ondertussen goed hersteld ben. Ik moet dagelijks oogdruppels en –zalf gebruiken, maar verder heb ik nergens last van. Ik vind het geweldig dat artsen in staat zijn om met donormateriaal zoveel beterschap teweeg te brengen. Sinds mijn operaties ben ik ook anders gaan kijken naar orgaandonatie en weefseldonatie. Voordien was ik daar niet tegen, maar nu ben ik grote voorstander. Ik heb het laten registreren en heb het ook mijn man en mijn kinderen op het hart gedrukt: bij overlijden wil ik donor zijn.

Om die reden vind ik het ook belangrijk om mijn verhaal te delen. Als mensen beter op de hoogte zijn over de mogelijkheden van donormateriaal zullen ze sneller geneigd zijn om zelf ook donor te worden.

Je winkelmand is leeg.