Terug naar overzicht

Wie zijn de draagmoeders? Waarom doen ze dit?

Waar komt een draagmoeder vandaan?

“We staan op dezelfde manier in het leven, zitten op dezelfde golflengte. Ik kan me niet voorstellen dat ik dit zou kunnen doen met een draagmoeder die ik amper kende of bij wie onze partners niet zo betrokken waren als nu het geval is. We kunnen met z’n vieren over alles praten, in alle openheid en vertrouwen. Dat is nodig, want er komt onderweg heel wat bij kijken.”

Lies, draagmoeder van de baby van Elke [1]

In België stelt een wensouder/-koppel zelf een draagmoeder voor. Dat betekent:

  • Het fertiliteitscentrum is niet de plaats om een kandidaat-draagmoeder te gaan zoeken. Het fertiliteitsteam zal geen draag- en wensouders met elkaar matchen.
  • Een fertiliteitscentrum mag er ook geen reclame voor maken.
  • Wie zelf geen draagmoeder vindt, komt niet in aanmerking voor behandeling.

Strikt genomen kan je in België een draagmoeder voorstellen die je via anderen of via internet gevonden hebt.

  • De cijfers wijzen echter uit dat een draagmoeder in 9/10 gevallen een familielid of nauwe vriendin is van het wensgezin.
  • Fertiliteitscentra staan er ook op dat er vertrouwen is tussen beide partijen. Wie iemand engageert uit de wijdere omgeving, zal hierover vragen krijgen. Het is niet verboden, maar men is voorzichtig.

Aan welke voorwaarden moet een draagmoeder voldoen?

De kandidaat-draagmoeder moet aan heel wat voorwaarden voldoen:

  • Ze moet meerderjarig zijn en in staat om vrijwillig in te stemmen met het draagmoederschap en de hele (medische/andere) procedure.
  • Ze moet passen binnen de leeftijdsgrenzen die het fertiliteitscentrum heeft voor vruchtbaarheidsbehandelingen.
  • Ze moet enkele medische en psychologische tests vlot doorgekomen zijn.
  • Haar eigen gezin moet voltooid zijn, ze mag dus zelf geen kinderwens meer hebben.

Tijdens de screening wordt toegezien op deze punten. Het uitgangspunt is  steeds al het mogelijke te doen om medische of andere risico’s te vermijden. Als er op voorhand al kans bestaat op een risicozwangerschap of andere complicaties, begint de procedure zelfs niet.

Het profiel van de draagmoeder

” Ik had makkelijke zwangerschappen achter de rug en mijn bevallingen waren grotendeels volgens het boekje verlopen. Dat was niet evident, zag ik rondom me. Sommige vriendinnen raakten niet of moeilijk zwanger of hadden zware bevallingen. Ik dacht: dit gaat me zo goed af dat ik het gerust nog eens voor iemand anders wil doen.”

Lies, draagmoeder van de baby van Elke [1]

  • De uitgebreide screening zorgt ervoor dat wie onvoldoende gemotiveerd is of te veel twijfels heeft er niet mee doorgaat.
    Zonder vastberadenheid en motivatie springt het project vroegtijdig af. 40% van de aanvragen die centra binnenkrijgen worden door de personen zelf stopgezet.
  • Draagmoeders komen vaker dan gemiddeld uit een warm gezin en met steunende partner. Draagmoederschap kan enkel slagen als er open communicatie en steun uit de directe omgeving mogelijk is.
  • Heel vaak speelt de ‘gun-factor’ een rol: ze zou het niet voor iedereen doen, maar precies dat paar van wensouders wil ze helpen. Omdat ze de situatie kent, omdat de mensen haar nauw aan het hart liggen, omdat ze zich kan inbeelden hoe het is om geen kinderen te kunnen krijgen, …
  • Wat uiteindelijk doorweegt is de concrete situatie. Daarom is het interessant dat wens- en draagouders elkaar goed kennen en knappen sommige fertiliteitscentra af op online-contacten.
https://youtu.be/JswwRQube0I

Is het dan niet moeilijk?

” Deze zwangerschap voelt fysiek niet anders dan die van mijn eigen drie kinderen. Ik streel mijn buik, maak contact. Maar tegelijk ben ik er mentaal en emotioneel op ingesteld dat ik niet opnieuw moeder word en bereid ik me niet voor op de komst van een kind.”

Lies, draagmoeder van de baby van Elke [1]

Een draagmoeder draagt een kind voor iemand anders. Ze ondergaat de fertiliteitsbehandeling, een zwangerschap met alle kwaaltjes van dien en de bevalling. Daarna staat ze de baby af aan de wensouders. Dat lijkt bijna ondoenbaar, niet? Toch kan het.

Laten we wel wezen, eenvoudig is het niet. Vrijwel iedere draagmoeder ervaart wel een moment waarop ze zich treurig voelt om het afgeven van de baby. Iedere net bevallen vrouw moet terug op zoek naar de juiste weg en dat geldt ook voor draagmoeders. Op voorhand een postnatale depressie uitsluiten, is onmogelijk.

Maar ook al is het een uitdaging, toch toont de praktijk dat draagmoeders in staat zijn om het project waar ze zijn ingestapt goed af te ronden. Ze hebben niet het gevoel dat ze moeder worden wanneer ze bevallen. Ze geven met veel liefde de baby uit handen.

Daarbij helpen verschillende zaken:

  • Een nauwe band met de wensouders. Het vertrouwen hebben dat zij goede ouders zullen zijn. Men geeft de baby uit handen aan buitengewoon gemotiveerde ouders.
  • De zwangerschap eerder als een zakelijk project zien dan een diep emotioneel. Een draagmoederschapsovereenkomst is nuttig. Niet enkel praktisch, maar ook psychologisch.
  • Alle procedures, gebeurtenissen en verwachtingen zijn doorgepraat en opnieuw doorgepraat (dat vraagt de procedure).
  • Niet enkel de draagmoeder zelf zit in een project, ook haar partner is erbij betrokken. Het is voor hen beiden duidelijk dat ze niet samen een kind zullen krijgen dat hun gezin komt vervoegen.

Weetje: (Belgische) Draagmoeders veranderen zelden of nooit van mening na de bevalling. Draagmoeders die bevallen en alsnog de baby willen houden, zijn in onze fertiliteitscentra nog niet voorgekomen.

Wantoestanden en misverstanden die je wel eens in de media aantreft, doen zich bij ons zelden voor in de praktijk. Tegelijk ontkent niemand: áls ze zich voordoen, zijn ze dramatisch. Daarom is de screening en begeleiding van draag- en wensouders zo uitgebreid. Men wil zulke menselijke drama’s vermijden.

[1] Bron: Knack Weekend 18-9-2018. Lies is draagmoeder van de baby van Elke: ‘ik weet dat ik het kan: dit kind afgeven’

Bekijk ook even dit: