Terug naar overzicht

Een eiceldonor als laatste strohalm

We weten dat er nog veel mensen rondlopen met hetzelfde verhaal, maar toch voelt het aan alsof we alleen zijn. Misschien omdat we er niet zoveel over praten, omdat we anderen niet willen lastigvallen met onze moeilijkheden. De meeste mensen hebben tenslotte wel iets dat moeilijk te dragen is en waarover niets of weinig wordt gezegd.

Toen Bart en ik besloten om samen een huisje te kopen, werd het al snel duidelijk dat we allebei hetzelfde wilden: een huis met veel plaats rond. We zijn allebei opgegroeid op een boerderij en we weten hoe het is om een hele kindertijd lang te mogen ontdekken en spelen zonder grenzen. We vonden het belangrijk dat onze kinderen dit ook kunnen meemaken. Onze eerste droom kwam uit toen we ons boerderijtje konden kopen. Een groot huis met plaats voor minstens 2 kinderen. Trouwen was de tweede stap. We dachten dat de volgende stap snel zou volgen, zoals bij de meeste mensen die we kennen. Stoppen met de pil, en een zwangerschap na 2 of 3 maanden. Het werden er 4, 5, 6, 7, 8…

Er was nog geen paniek, misschien was er bij ons wat meer tijd nodig. Misschien waren we er teveel mee bezig. Toen we een puppy vonden die achtergelaten was in de straat, was het voor Bart meteen duidelijk dat we de hond zouden houden. Ik had zware twijfels, een Duitse herder is een groot beest en als ik zwanger zou zijn en we kregen een kindje, dan zouden we die hond in een hok moeten steken en dat is tegen mijn principes. Maar (gelukkig) kon Bart mij overtuigen. Hij zag het als een teken, het lot had ervoor gezorgd dat we nog geen kindje hadden, maar had ons Bas in de plaats gegeven. 3 jaar later is onze Bas een welopgevoede volwassen hond, het liefste beest dat je je kan inbeelden. Maar er lopen nog altijd geen kinderen op onze boerderij. En de kamers die we als kinderkamer zouden gebruiken staan nog steeds leeg.

In de 3 jaar dat we ons ondertussen laten begeleiden door vroedvrouwen en gynaecologen werden we constant heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. In het begin werd er gezegd dat we allebei compleet normaal waren. Een bloedstaal hier, een onderzoek daar, het ene pijnlijker dan het andere, maar geen afwijkingen. ‘De natuur had alleen een klein duwtje nodig’. Dit duwtje heette kunstmatige inseminatie. Dat we niet de enigen waren die dit duwtje nodig hebben, bleek al snel uit de overvolle wachtzaal die ik een paar keer per week moest trotseren om bloed te laten prikken en voor de inwendige echografieën.

In de periode dat je bezig bent met die behandelingen gaat er van alles door je hoofd. Je vraagt je miljoenen keren af of je je toekomst moet voorstellen met of zonder kinderen. En als het zonder kinderen zou zijn, op welke manier kan je je leven dan zin geven? De tijd die andere mensen aan hun kinderen spenderen. Kan je iets bedenken waar je minstens evenveel voldoening kan uit putten, iets waar je minstens even trots kan op zijn? Hoever wil en kan je gaan om achteraf, als je oud bent, niet te moeten terugkijken en denken ‘hadden we maar dit of dat nog geprobeerd’. Natuurlijk zijn er mensen die zeggen dat kinderen niet altijd vreugde en plezier brengen, je moet er een heleboel voor opgeven en ze geven je veel zorgen ook. Allemaal ongetwijfeld waar, maar we willen de kans krijgen om het zelf te ontdekken.

Vroeger vond ik IVF vergezocht en van ICSI had ik zelfs nog nooit gehoord. Tot ze je de keuze voorschotelen: IVF/ICSI met een kans op zwangerschap of stoppen? Op dat moment was het niet meer vergezocht, het was een kans en elke kans wilden we  grijpen. Echo’s en bloed laten prikken, extra vroeg opstaan om de eerste te zijn in de wachtzaal zodat je toch niet veel te laat op je werk aankomt. Snel tussendoor bellen om te horen hoever je zit in je cyclus. Extra medicatie halen omdat je lichaam niet voldoende reageert. Afwachten wanneer je een dagje in het ziekenhuis zal moeten liggen voor de eicelpunctie, zal het passen in je agenda? Aan wie zal je het moeten uitleggen? Hopelijk is het een dag waarop je niet moet werken en waarop er niets gepland staat…

27 oktober, verjaardag Jessie, 31 januari, 2 mei, begrafenis pepe, 21 december, de dag dat de wereld ging vergaan… Heel stom, maar ik blijf ze allemaal onthouden. Misschien omdat dat de dagen waren waarop alles kon veranderen. De dagen erna waren telkens de zwaarste van heel de cyclus: wachten op een telefoontje met goed nieuws of slecht nieuws. Eén keer hadden we goed nieuws, er was een embryootje gevormd dat teruggeplaatst kon worden. Daarna 2 weken wachten om te horen dat het toch niet gelukt is.

We hebben nu nog 2 pogingen over die worden terugbetaald. Eigen eicellen gebruiken is zinloos. Waarom? Dat weten ze niet. Dat het met een donoreicel wel zal lukken, dat weten we ook niet zeker. Maar het is een kans…

Een donoreicel kan het leven van koppels zoals wij dus veranderen, het kan ons de kans geven om een gezin te worden. Als je eicellen doneert, komen die terecht bij een koppel die hetzelfde verhaal als het onze meemaakt.

Wij krijgen eicellen van een anonieme donor, maar moeten wel zelf eerst een donor aanbrengen om recht te hebben op eicellen.

Heb je interesse en wil je meer info? Stel je vragen of lees de brochure op www.vrouwenkliniek.be (reproductieve geneeskunde – documenten – brochures – eiceldonatie).
Je kan ook terecht bij het donatieteam van het UZ Gent: 09 332 59 47 of infodonatie@uzgent.be.