Terug naar overzicht

Twee wondertjes dankzij donorsperma en icsi

In 2004 begonnen we met de vervulling van onze droom om een gezin te hebben.  Als lesbisch koppel zou het sowieso met een donor worden.  Een anonieme donor voelde voor ons direct juist aan.  Na het internet afgepluisd te hebben naar verhalen van anderen, kwamen we ook aan bij een ziekenhuis.

Het wachten kon beginnen.  Want ja, veel wachten zou er zeker bij zijn.  Het begon al met de eerste afspraken waar je naartoe moest, soms was je maar 5 minuten binnen en vaak was je langer onderweg.  Maar dat namen we er graag bij, voor wat hoort wat.

Na 5 KID’s, tussendoor een extra onderzoek, vele echo’s, bloedonderzoeken en telefoontjes konden we eindelijk goed nieuws ontvangen.  Een telefoontje dat je wereld eindelijk eens positief op zijn kop zet.  Geen traantjes omdat het weer niet gelukt is, geen frustraties, niet jezelf slecht voelen, …

In maart 2006 konden we eindelijk ons lief meisje in de armen nemen.

Al snel werd duidelijk dat we een tweede kindje wel zagen zitten.  Maar eerst eventjes lekker genieten van het baby’tje dat we nu hadden. Rond de leeftijd van 1 jaar was goed voor ons.

Zo gezegd, zo gedaan.  In 2007 begonnen we aan dat tweede wondertje.  Het gerij, gewacht, … kon weer beginnen.  Dit keer  met een extra stressfactor: opvang voor onze dochter.  Gelukkig konden we nu voor de echo’s bij onze eigen gynaecologe terecht (die we nu wel hadden) en voor de bloedonderzoeken bij ons eigen ziekenhuis in de buurt.

Dit keer zou de andere mama de zwangerschap op zich nemen.  Dat was alvast de bedoeling.  Elke poging duurde bij haar al langer dan een maand, extra medicijnen werden er bij gehaald.  Na 5 pogingen kregen we goed nieuws.  Nieuws dat na een week echter veranderde in steeds slechter wordend nieuws.  Een miskraam, een opdoffer, veel traantjes en verdriet.  De 6de poging kwam er niet, we schakelden terug over naar de andere mama.  Als het bij haar al eens gelukt is waarom dan geen tweede keer?

De tijd vloog, de pogingen kwamen en gingen, na de 6de nog steeds niets.  We werden steeds weemoediger.  Zou dat tweede kindje er eigenlijk ooit wel komen?

Er werd gesproken over ICSI.  Het denken kon beginnen: meer medicijnen, meer tijd die we erin moesten steken, …  Was dit wat we wilden?  Toen we in 2004 met de eerste pogingen begonnen hebben we altijd gezegd: dat nooit.  Maar nu we er voor stonden …

We begonnen er toch aan, met een bang hartje, weinig informatie en ook weer veel.  Bij poging 1 werd al veel duidelijk.  Medicijnen die je slecht doen voelen, die je moe maken, boos maken, …  Een pick-up die de hel was.  En dan het wachten op de terugplaatsing.  Een dag krijg je, een uur nog niet.  En zelfs de dag weet je niet zeker: is er wel een embryootje goed genoeg gegroeid?  Zoveel bange momenten waar je door moet.

Poging 1 werd poging 2, en die was nog erger dan de eerste poging.  Een punt waarop je zegt: we stoppen ermee.  Je eigen gezondheid gaat toch nog altijd voor op iets wat je niet kent.  We waren er zeker van, een tweede kindje komt er niet.

Die tweede poging liep inderdaad op niets uit, maar er was nog een lichtpuntje.  Er waren dit keer wel embryo’s die ze konden invriezen.  Zouden we dan toch voor een derde en laatste poging gaan?  Eentje met minder onderzoeken, minder bloedonderzoeken, minder stress.  Eentje waarvan je lichaam minder zou van afzien.  Waarom dan ook niet?  Die derde poging, eentje zonder hoop waarmee we toch het onderste uit de kan zouden halen.

In juli 2011 konden we eindelijk ons tweede wondertje in de armen nemen.

Nog steeds krijg ik tranen in mijn ogen bij het zien van die 2 wezentjes.  Wetende dat ze zonder donor, zonder hulp van de medische wereld er gewoon niet geweest waren.

Neen, ze zijn niet anders dan andere kinderen.  We beseffen zelfs niet altijd dat er een donor aan te pas moest komen.  De dochter lijkt uiterlijk en innerlijk veel op de mama.  En de zoon … over het innerlijk valt daar nog weinig over te zeggen.  Maar zijn uiterlijk … sprekend de broers van de mama toen die jong waren.

En eerlijk: vaak krijgen we van mensen te horen, van mensen die weten wie de biologische mama is, dat de kinderen iets weghebben van hun moeke.

Liesbeth, Ellen, Maaike en Fen