Terug naar overzicht

Veelgestelde vragen over spermadonatie

Algemene vragen

Wat is spermadonatie?

Bij spermadonatie staat een man sperma af aan de spermabank. Het sperma zal worden gebruikt voor de bevruchting van vrouwen die een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan.

Waarom is men op zoek naar spermadonoren?

Sommige koppels ondervinden moeilijkheden om zwanger te raken door een probleem met de zaadproductie van de man. Het kan zijn dat hij geen of te weinig vruchtbare zaadcellen produceert waardoor de bevruchting niet lukt. Een koppel in deze situatie kan beroep doen op een spermadonor om tot een zwangerschap te komen.

Donorsperma kan ook worden gebruikt door lesbische koppels of alleenstaande vrouwen die hun kinderwens willen vervullen.

Een koppel kan ook kiezen voor een behandeling met donorsperma om op die manier te vermijden dat een erfelijke aandoening wordt doorgegeven.

Waarom is er een tekort aan donorsperma?

Volgens onderzoek kampt ongeveer 1 op 6 koppels met vruchtbaarheidsproblemen. Bij een aantal van hen zijn de problemen te wijten aan mannelijke onvruchtbaarheid, zij kunnen beroep doen op een spermadonor om toch tot een zwangerschap te komen. Er zijn aanwijzingen dat onder invloed van onder andere milieufactoren vruchtbaarheidsproblemen bij mannen zijn toegenomen.

De laatste jaren is de vraag naar donorsperma ook toegenomen doordat meer lesbische koppels en alleenstaande vrouwen beslissen om een gezin te stichten.

Een vruchtbaarheidsbehandeling met donorsperma lukt dikwijls niet van de eerste keer. Bij veel vrouwen zijn meerdere pogingen nodig vooraleer de behandeling resulteert in een succesvolle zwangerschap.

Het is voor de spermabanken niet makkelijk om nieuwe spermadonoren te vinden. Het feit dat er over spermadonatie heel wat misverstanden en vooroordelen bestaan, speelt daarbij ongetwijfeld een belangrijke rol. Spermadonatie kampt daardoor onterecht met een negatief imago en zit nog sterk in de taboesfeer.

Praktische vragen

Wie komt in aanmerking als spermadonor?

In principe elke man die gezond en vruchtbaar is, tussen 18 en 45 jaar.

De leeftijdsgrenzen kunnen verschillen van centrum tot centrum.

Hoe word ik spermadonor?

Als je hebt beslist dat je spermadonor wil zijn, is de eerste stap contact opnemen met een van de spermabanken of fertiliteitscentra om je als donor aan te melden. Er zal een afspraak worden gemaakt om langs te gaan bij het centrum in kwestie, neem zeker je identiteitskaart mee. Bij dat eerste contact kun je al de vragen die je misschien nog hebt stellen.

Vooraleer je sperma kunt doneren gebeuren er twee zaken: je sperma wordt onderzocht en je gezondheid wordt gecontroleerd.

Voor de controle van het sperma word je gevraagd om een spermastaal te leveren. Je krijgt daarvoor een steriel potje en kunt terecht in een aparte kamer in het centrum. Het resultaat van de controle is na een week bekend. Sommige centra vragen nog een tweede spermastaal voor een extra controle. Bij de controle wordt nagegaan of je sperma er gezond en vruchtbaar uitziet, maar men controleert bijvoorbeeld ook hoe goed het is bestand tegen invriezen met het oog op de bewaring in de spermabank na je donatie.

Om je gezondheidstoestand te bepalen, zal men bij een medisch onderzoek peilen naar je gezondheid en zal een bloedstaal worden afgenomen. Dat wordt gecontroleerd op infecties en aandoeningen waardoor je beter niet kunt doneren. Het is de bedoeling dat donatie voor jou, noch voor de vrouw bij wie jouw sperma zal worden gebruikt, noch voor de kinderen die er misschien uit voortkomen, risico’s inhoudt.

Is alles in orde en ben je een geschikte kandidaat om sperma te doneren dan kan een nieuwe afspraak worden gemaakt voor de donatie zelf. Voor je doneert zal je worden gevraagd om een document te ondertekenen waarmee je bevestigt afstand te doen van je sperma voor donatie.

Waar kan ik terecht om mij aan te melden als spermadonor?

Er zijn in Vlaanderen verschillende spermabanken waar mannen terecht kunnen om sperma te doneren. De spermabanken hebben hiervoor een erkenning van de overheid en moeten voldoen aan de wettelijke normen inzake spermadonatie.

Je kunt voor meer informatie over spermadonatie of om je aan te melden als donor ook terecht in een van de erkende centra. Hier vind je een overzichtelijke lijst.

Hoe verloopt spermadonatie?

Na de medische goedkeuring wordt een afspraak gemaakt voor de donatie. Aan donoren wordt gevraagd om 2 tot 3 dagen voor de donatie geen zaadlozing te hebben. In de spermabank word je verwezen naar een aparte kamer. Voor wie dat wenst is er erotisch materiaal aanwezig. Je masturbeert en vangt je sperma op in het steriele potje dat je daarvoor hebt gekregen. Dat geef je af.

Hoeveel keer kan ik sperma doneren?

Eens je aanvaard bent als donor na controle van een bloed- en zaadstaal, kun je als je dat wil meerdere malen sperma doneren. Je kunt in principe elke week een keer doneren.

Na verloop van tijd kan de bloedcontrole worden herhaald om na te gaan of je gezondheidstoestand nog steeds in orde is.

Het sperma van een donor mag slechts bij zes verschillende vrouwen worden gebruikt om een of meerdere kinderen te verwekken. Dat betekent niet dat je maar zes keer kunt doneren, een behandeling lukt zelden van de eerste keer. En soms voorziet men voor een vrouw voldoende sperma van eenzelfde donor voor het geval ze nog kinderen wenst.

Het centrum zal hierop toezien en je verwittigen indien je niet meer mag doneren.

Is er een leeftijdsgrens voor spermadonoren?

Er is een leeftijdsgrens voor spermadonoren. De donor moet in elk geval meerderjarig zijn. De maximale leeftijdsgrens verschilt van centrum tot centrum en varieert tussen 35 en 45 jaar.

Leeftijdsgrenzen per centrum:

UZ Gent: 18 tot 40 jaar

UZ Brussel: 18 tot 44 jaar

UZ Leuven: 25 tot 45 jaar

UZ Antwerpen: 18 tot 45 jaar

Jan Palfijn Gent: 18 tot 35 jaar

ZNA: 18 tot 45 jaar

Zijn er risico’s verbonden aan spermadonatie?

Er zijn geen risico’s verbonden aan het doneren van sperma. Spermadonatie heeft geen invloed op je gezondheid, en ook niet op je vruchtbaarheid.

Word ik betaald om sperma te doneren?

De Belgische wetgeving laat het drijven van handel met menselijk lichaamsmateriaal niet toe. Je wordt dus niet financieel beloond om sperma te doneren. De Belgische wet laat wel toe dat je een onkostenvergoeding krijgt, voor bijvoorbeeld de verplaatsingen die je moet maken om te doneren. Het principe is dat je geen winst kunt maken met het doneren van sperma, maar dat je er ook geen verlies door mag lijden.

De personen bij wie jouw sperma wordt gebruikt, moeten niet betalen voor het gebruik van het sperma op zich, maar wel voor de behandelingen.

Moet ik een macho zijn om sperma te doneren?

Nee, je moet geen machotype zijn om sperma te doneren. De kwaliteit van je sperma heeft helemaal niets te maken met hoe stoer of mannelijk je bent. Om sperma te mogen doneren moet je wel meerderjarig, gezond en vruchtbaar zijn. De centra hanteren verschillende leeftijdsgrenzen en voor je doneert wordt een bloedstaal en zaadstaal afgenomen voor onderzoek.

Moet ik zelf al vader zijn om sperma te mogen doneren?

Het is geen vereiste dat je zelf al vader bent om sperma te mogen doneren. De vruchtbaarheid van je sperma wordt gecontroleerd voor je doneert, je hoeft dus niet op voorhand te weten of je vruchtbaar bent. Sperma doneren heeft ook geen invloed op je vruchtbaarheid, je kunt dus zonder problemen later zelf kinderen krijgen. Spermadonor zijn kan soms ook een voordeel zijn, je sperma wordt gecontroleerd. Eventuele problemen worden op die manier vroegtijdig ontdekt.

Als vader weet je natuurlijk wel wat het betekent om papa te zijn, deze bedenking kan je misschien motiveren om na te denken over donorschap zodat je anderen kunt helpen om ook een gezin te stichten.

Hoe wordt bepaald bij wie mijn donorsperma zal worden gebruikt?

Deze beslissing wordt genomen in het fertiliteitscentrum. Aan wensouders wordt meestal gevraagd om een fenotypische kaart in te vullen. Dat betekent dat zij hun uiterlijke kenmerken zoals kleur haar, kleur ogen, lengte en huidskleur op een formulier kunnen invullen, alsook hun bloedgroep. Bij de keuze van een spermastaal kan het centrum hiermee rekening houden en sperma kiezen van een donor die gelijkaardige kenmerken bezit.

Dit heeft niets te maken met het hebben van bepaalde voorkeuren. Door een donor te kiezen met gelijkaardige uiterlijke kenmerken wil men vermijden dat er een te groot uiterlijk verschil is tussen het kind en zijn ouders, bijvoorbeeld een blond koppel met een zwartharig kindje. Ook zal men er rekening mee houden dat de bloedgroep compatibel is met die van de wensouders. De manier waarop je kinderen krijgt behoort tot de privésfeer, men wil vermijden dat op het eerste zicht duidelijk is dat een kind biologisch verwant is aan beide of een van beide ouders.

De matching biedt uiteraard geen garanties.

Wat gebeurt er met donorsperma na donatie?

Voor je doneert, word je gevraagd een document te ondertekenen waarin je afstand doet van het donormateriaal. Eens gedoneerd, is het dus niet meer jouw bezit.

Het donorsperma wordt opgeslagen in een zogenaamde spermabank. Het wordt daarvoor eerst behandeld om het invriezen beter te kunnen doorstaan. Het wordt bewaard in strootjes die worden ingevroren in vloeibare stikstof bij een temperatuur van -196°C. Sperma kan in principe jarenlang op die manier worden bewaard.

Op het moment dat het sperma kan worden gebruikt voor de IUI- of IVF-behandeling van een patiënte zal een strootje worden ontdooid en gebruikt voor de bevruchting.

Niet alle zaad doorstaat de invriesprocedure even goed, onder andere om dit te testen vraagt men je vooraleer je donor kunt worden om een zaadstaal af te geven.

Maatschappelijke vragen

Lopen er binnen een paar jaar dan tientallen kinderen van mij rond?

De Belgische wetgeving beperkt het aantal kinderen dat mag worden verwekt met het sperma van een donor. Sperma van een donor mag maximaal bij 6 vrouwen worden gebruikt om een of meerdere kinderen te verwekken.

Dat wil niet zeggen dat je slechts 6 keer kunt doneren. Niet elke behandeling is immers een succes en resulteert in een kind. Sommige vrouwen krijgen meer dan een kind met donorzaad van eenzelfde donor. Het centrum waar je doneert, zal je verwittigen indien je niet meer mag doneren.

Kunnen donorkinderen mij later opzoeken?

Zoals bepaalt door de Belgische wetgeving is spermadonatie via de spermabank in ons land anoniem. Dat wil zeggen dat noch de wensouders voor wie gebruik wordt gemaakt van jouw sperma, noch de kinderen die daaruit zullen resulteren op de hoogte zijn van jouw identiteit. Zij kunnen die ook niet achterhalen. Donorkinderen kunnen je dus niet zomaar komen opzoeken later. Jij kent ook hun identiteit niet, de anonimiteit werkt dus in twee richtingen.

Het fertiliteitscentrum beschikt wel over de nodige gegevens om te bepalen welk kind verwekt is uit welke donor, maar mag deze uiteraard niet zomaar uitwisselen. Ze zijn er vooral voor het geval er om medische redenen informatie nodig is.

De wet laat wel bekende donatie toe, dat betekent dat je doneert aan een koppel of persoon die je kent, bijvoorbeeld vrienden. In dat geval is er uiteraard geen sprake van anonimiteit en moeten de ouders en donor onderling overeenkomen hoe ze hiermee omgaan tegenover het kind en de buitenwereld.

Heb ik als donor verantwoordelijkheden ten aanzien van het kind of de kinderen die met mijn sperma worden verwekt?

Als donor heb je geen juridische verantwoordelijkheden ten aanzien van het kind of de kinderen die met jouw sperma worden verwekt. Vooraleer je sperma doneert onderteken je een verklaring dat je je sperma afstaat voor donatie. Vanaf dan gaan alle verantwoordelijkheden die gepaard gaan met ouderschap naar de personen waarbij jouw sperma wordt gebruikt, zij zijn van begin af de wettelijke ouders.

Dat wil niet zeggen dat je niet een zekere verantwoordelijkheid kan voelen, dat je je soms afvraagt of er kinderen zijn verwekt met jouw zaad en hoe het met hen gaat.

Is spermadonatie anoniem?

Ja en nee. Voor wie zich via de spermabank aanbiedt als donor is spermadonatie altijd volledig anoniem. Dat wil zeggen dat de wensouders bij wie jouw sperma wordt gebruikt, noch de eventuele kinderen die daaruit voortkomen, weten wie jij bent. Vice versa weet jij ook niet bij welke wensouders je sperma wordt gebruikt en of er eventueel kinderen uit worden geboren. Het fertiliteitscentrum en de spermabank beschikken wel over jouw identiteitsgegevens, maar mogen die onder geen beding vrijgeven.

De wet voorziet ook de mogelijkheid tot gekende donatie, dat betekent dat je doneert aan iemand die je kent. Bijvoorbeeld een broer die doneert voor zijn broer, een goede vriend die donor is voor een bevriend koppel. Gekende donatie kan uiteraard enkel als zowel de donor als ontvangers hiermee instemmen. In zo’n situatie kennen donor en wensouders mekaar, zij beslissen of en hoe zij dit aan het kind meedelen en hoe ze deze relatie invullen.

De anonimiteit van spermadonoren heeft voor- en tegenstanders, het debat wordt in verschillende landen gevoerd.

Voorstanders van anonimiteit benadrukken het feit dat veel spermadonoren en wensouders het comfortabeler vinden als spermadonatie anoniem is. De meeste spermadonoren willen anderen wel helpen, maar ze voelen zich niet betrokken bij het gezin dat dankzij hun gift ontstaat. Heteroparen houden het feit dat ze beroep deden op een donor soms zelfs geheim. Bij lesbische paren en alleenstaande vrouwen valt niet te verbergen dat er een donor betrokken was bij het vervullen van hun kinderwens, maar dat neemt niet weg dat ze soms liever een onbekende donor hebben. De voorkeur voor een onbekende donor heeft er meestal mee te maken dat ze graag een leven willen uitbouwen als gewoon gezin, ze willen niet dat er een extra persoon is die betrokken is bij hun leven en het idee dat hun kind contact zou hebben met de donor ervaren ze als bedreigend.

Tegenstanders van de anonimiteit benadrukken het feit dat kinderen soms behoefte hebben aan informatie over de donor, ze willen meer weten over hun biologische/genetische afkomst. Voor zo’n kind kan net het feit dat er een onbekende donor is, ervoor zorgen dat normale vragen die elk kind zich stelt over zijn afkomst of problemen die het heeft met zijn ouders worden uitvergroot. Zij pleiten ervoor dat het kind indien het daar de behoefte aan heeft vanaf een bepaalde leeftijd informatie over de donor moet kunnen verkrijgen.

Er zijn ook donoren die er helemaal geen bezwaar tegen zouden hebben als de kinderen die zijn voortgekomen uit hun donaties met hen in contact zouden treden. Zij zijn bereid om de vragen die deze kinderen hebben te beantwoorden zonder dat ze een centrale rol willen gaan spelen in het leven van die kinderen. Sommige wensouders hebben ook geen probleem met het feit dat de donor bekend zou zijn, voor hen maakt die persoon deel uit van het verhaal en ze beseffen dat het kind misschien vragen zal hebben voor die persoon.

Het debat over de anonimiteit van spermadonoren woedt in verschillende landen. In een aantal landen, zoals Nederland en Groot-Brittannië, is men de laatste jaren overgegaan tot het opheffen van de anonimiteit. In de praktijk betekent dit dat er gegevens over de donor worden bewaard voor het geval het kind behoefte heeft aan informatie over de donor. In sommige gevallen is in contact treden ook mogelijk.

In België is al voorgesteld om over te schakelen naar een tweesporensysteem waarbij zowel de donor als de wensouders de keuze hebben om te kiezen voor anonimiteit of een gekende donor. Sperma van een donor die anoniem wenst te blijven, wordt dan gebruikt voor wensouders die een anonieme donor verkiezen. Sperma van een donor die gekend wil zijn, wordt dan gebruikt voor wensouders die een gekende donor verkiezen.

Wat betekent het te weten dat er ergens een kind opgroeit dat met de hulp van jouw sperma is verwekt / dat jouw erfelijk materiaal draagt ?

Wie overweegt om sperma te doneren, kan zich afvragen hoe het zal zijn om te weten dat er ergens waarschijnlijk een of een aantal kinderen opgroeien die jouw erfelijk materiaal dragen. Je zal daar op verschillende momenten in je leven misschien eens aan denken. Dat is begrijpelijk.

Wij maken traditioneel een sterke associatie tussen ouderschap enerzijds en het delen van erfelijk materiaal of de biologische band anderzijds. Die associatie zit diepgeworteld en komt bijvoorbeeld tot uiting in ons taalgebruik als we de neiging hebben om te spreken van de ‘biologische’ of ‘echte’ vader bij spermadonatie of adoptie. We kennen ook allemaal het verhaal uit films of boeken waarbij twee kinderen worden verwisseld bij de geboorte en het duidelijk is dat de kinderen niet bij ‘hun ouders’ horen. We hebben dus de neiging om een speciale betekenis toe te kennen aan de genetische band. Dat is een van de redenen waardoor mannen soms terughoudend zijn om sperma te doneren.

Genetische verwantschap heeft bepaalde gevolgen. Kinderen lijken qua uiterlijke en andere eigenschappen op hun ouders. Kinderen die geboren worden dankzij een spermadonor zullen dus bepaalde eigenschappen met de donor delen. Voor het overige moeten we geen speciale betekenis toekennen aan die genetische band tussen donor en kind.

Elk kind is het unieke resultaat van het samenkomen van een specifieke zaadcel en een specifieke eicel, het is de combinatie van de beide en de wisselwerking met de omgeving en de opvoeding die het kind maken tot wie het is. Die genen die je doorgeeft, zijn dus maar een aspect uit een complex geheel. Sperma doneren betekent dus zeker niet een kind afstaan. Niet zelden hoor je ouders van een donorkind vertellen dat mensen uit de omgeving die niet op de hoogte zijn van het gebruik van donorzaad zeggen dat het kind op de papa lijkt. Dat is ook niet zo vreemd. Qua gedrag en interesses zal een kind sowieso heel wat overnemen van zijn ouders. Qua uiterlijk wordt er meestal op gelet dat uiterlijke kenmerken van de donor en de ouders overeenstemmen.

Een biologische band levert ook geen enkele garantie voor een goede ouder/kind band. Iedereen kan voorbeelden bedenken van ouders en kinderen of broers en zussen die de helft van hun genetisch materiaal delen maar niet zo erg op mekaar gelijken of met mekaar overeenkomen. Er zijn omgekeerd talrijke voorbeelden te vinden van ouders die met veel liefde een kind mee opvoeden dat niet biologisch van hen is. Denk aan de vele gezinnen met donorkinderen, ouders met adoptie- of pleegkinderen, nieuw samengestelde gezinnen enzovoort. Met je partner bouw je trouwens ook een speciale band op, ook al delen jullie geen genen.

We moeten de betekenis van die genetische band dus nuanceren. Twee willekeurige mensen verschillen genetisch gemiddeld slechts 0,1% van mekaar.

Genetische verwantschap kan uiteraard wel van belang zijn, als het bijvoorbeeld gaat over een erfelijke aandoening. Deze informatie wordt bijgehouden door het centrum voor reproductieve geneeskunde en indien nodig kan een arts die informatie raadplegen.

Als spermadonor heb je dus een genetische band met de kinderen die met jouw zaad worden verwekt, jij levert de helft van hun genetisch materiaal. Maar dat is geen ouderschap.

Ouderschap is een sociale rol die je kiest op te nemen. Ouderschap heeft te maken met opvoeding, liefde, de band die je opbouwt, de momenten die je deelt, de betrokkenheid die je voelt enzovoort. Deze rol nemen de wensouders op zich. Sperma doneren, doe je om anderen te helpen ouder te worden. Als donor ben je geen ouder. Dat is niet de rol die de wensouders aan de donor geven en dat is niet de rol die hij speelt in het leven van het kind. De donor staat sperma af dat leidt tot een kind doordat het wordt gebruikt om een eicel te bevruchten in het kader van een ouderschapsproject dat de wensouders aangaan. Zij kiezen daar bewust voor, ervaren het hele verhaal als het vervullen van hun kinderwens.

De bedenking dat er ergens een kind rondloopt dat met jouw sperma is verwekt, betekent dus dat er ergens een kind opgroeit dat een aantal eigenschappen met jou deelt. Dat kind groeit op bij ouders die dankzij jou hun kinderwens hebben kunnen vervullen.

Wat vertel ik mijn (toekomstige) partner?

Sommige mannen zijn wel bereid om sperma te doneren, maar ze zijn onzeker over de houding of reactie van hun partner hierop. Heb je een relatie, zet dan eerst voor jezelf op een rijtje waarom je overweegt spermadonor te worden en bespreek het nadien met je partner. Leg uit hoe je in aanraking kwam met het idee om sperma te doneren, hoe je erover hebt nagedacht, waarom je het zou willen doen en luister naar de reactie van je partner. Praat er samen over, laat het bezinken en neem dan je beslissing. Houd er rekening mee dat jij er misschien al een tijdje over nadenkt, maar dat het idee voor je partner nieuw is.

Alleenstaande mannen durven de stap soms niet te zetten omdat ze niet weten hoe ze hier tegenover zullen staan als ze op een bepaald moment wel een vaste relatie hebben. Het idee om dit dan te vertellen en dat de reactie mogelijks niet positief zal zijn, schrikt af. Deze bedenkingen zijn begrijpelijk. Het belangrijkste is echter dat je er nu voor jezelf goed over nadenkt. Zet eens op een rijtje waarom je dit wel of niet wil doen, en baseer daarop je beslissing. Je zorgen maken over je toekomstige partner is misschien niet nodig. Als je er zelf goed over hebt nagedacht, zal je vast kunnen uitleggen waarom je ervoor gekozen hebt om sperma te doneren. Misschien begrijpt je toekomstige partner die beslissing, misschien is die wel trots op je goede daad. Misschien heeft je partner het er wat moeilijk mee en moet het idee even wennen. Het punt is dat je dit nu onmogelijk kunt weten en dat het dus beter is je eigen verstand en gevoel te volgen.

Waarom zou ik doneren, er is nu al overbevolking?

In 2011 werd de 7 miljardste mens geboren en het ziet er naar uit dat het bevolkingsaantal de komende jaren verder zal blijven toenemen. Het is niet mogelijk om hier in detail in te gaan op de gevolgen van de bevolkingsaangroei. Wat vast staat is dat dit ons voor een aantal maatschappelijke uitdagingen plaatst: Zijn er voldoende grondstoffen om al deze mensen te voeden, verwarmen en een aanvaardbare levenskwaliteit te bieden? Hoe kunnen we de mondiale kloof tussen arm en rijk wegwerken? Welke inspanningen zijn zinvol om de bevolkingsaangroei onder controle te houden?

Het bevolkingsprobleem is een mondiaal en complex probleem. Personen die om medische of andere redenen hun kinderwens niet op de conventionele manier kunnen vervullen op basis van het overbevolkingsprobleem kinderen ontzeggen is echter zinloos en niet rechtvaardig. Het is zinloos omdat dit het probleem van de bevolkingsaangroei allesbehalve zal oplossen. Het is niet rechtvaardig omdat je deze personen een kind ontzegt, voor hen waarschijnlijk een hoogst belangrijk aspect van hun leven, op basis van iets waar ze niet aan kunnen doen, namelijk het feit dat ze geen kind kunnen verwekken. Het feit dat ze geen kinderen kunnen verwekken, zegt in geen geval iets over hun capaciteiten als ouder.

Waarom zou ik doneren, men kan toch ook een kind adopteren?

Voor wie een kinderwens heeft, is het krijgen van een kind een heel belangrijke gebeurtenis in het leven. Als de vervulling van die kinderwens niet vanzelfsprekend is, dan gaat dat meestal gepaard met een heleboel vragen en emoties. Willen we toch een kind of beslissen we om zonder kinderen verder te gaan? Welke behandeling zien we zitten en welke niet? Hoever willen we hierin gaan, 1 keer proberen, 2 keer of 3, …? Zien we gebruik maken van donormateriaal zitten? Of liever geen behandelingen en/of donormateriaal maar adoptie?

Iedereen zal bij deze vragen andere bedenkingen en gevoelens hebben. De ene wil direct van start gaan met de behandelingen en wil alles doen om de kans op slagen te vergroten. Iemand anders zal toch bedenkingen hebben bij de behandelingen, hoelang zal het duren, welke impact zal dit hebben op ons leven, werk, enzovoort. De ene zal geen probleem hebben met het gebruik van donormateriaal, als er maar een kindje komt terwijl de andere zich zal afvragen hoe dat dan zal zijn als je niet de biologische ouder bent van je kind. De ene kan adoptie verkiezen boven een behandeling, iemand anders heeft er misschien net altijd al van gedroomd om eens zwanger te zijn. Het mag duidelijk zijn dat dit heel persoonlijke keuzes en beslissingen zijn die men weloverwogen moet maken.

Adoptie wordt soms aangedragen als alternatief voor reproductieve geneeskunde. Meestal vanuit de veronderstelling dat het een makkelijkere en betere oplossing is. Adoptie is echter evenmin eenvoudig en moet goed overwogen worden. Bij adoptie van een kind komt veel kijken. Adoptieouders dienen een procedure te doorlopen, en er zijn ook voor adoptie lange wachttijden. Soms spreekt het kind een andere taal, heeft het een andere culturele achtergrond, heeft het speciale behoeften, enzovoort. Dat zijn zaken die wensouders mee in overweging moeten nemen bij het maken van de keuze hoe ze nu verder willen. Uit de hierboven vermelde bedenkingen mag duidelijk zijn dat adoptie een van de mogelijkheden is waaruit men volgens zijn eigen gevoelens en overwegingen een keuze zal maken, maar het is dus niet voor iedereen de keuze waar men zich het best bij voelt. Vast staat dat niemand anders dan de personen in kwestie die beslissing kan nemen.

We geven hier een overzicht van een aantal veelgestelde vragen in verband met spermadonatie.

Vind je jouw vraag niet terug in de lijst, geef ons dan een seintje. We helpen je graag verder en kunnen zo onze lijst vervolledigen: info@demaakbaremens.org of 03/ 205 73 10

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.