Verslag ‘De gentechnologie van morgen’

Verslag door studente Noémie Gysen

Op 18 mei 2016 vond in het Brusselse huisvandeMens het debat plaats tussen de Leuvense geneticus Jean-Jacques Cassiman, de Gentse bio-ethica Heidi Mertes en het publiek. Voor de start van het debat gaf Cassiman een korte inleiding over wat DNA is. Het DNA van een enkele menselijke cel is ongeveer 2m40 lang en bevat de erfelijke informatie. DNA wijzigt niet en is onafhankelijk van de omgeving. Wanneer een eicel wordt bevrucht, wordt een deel van het DNA van de ouders doorgegeven aan het kind. Het DNA van het kind wordt tijdens de zwangerschap wel beïnvloed door het gedrag van de moeder. Roken, overmatig alcohol- en druggebruik oefenen een invloed uit.

Tegenwoordig kan er een NIP-test worden uitgevoerd bij een foetus, waarbij artsen de aanwezigheid en het risico op ziekten kunnen bepalen. Deze niet-invasieve prenatale test wordt uitgevoerd via het bloed.

Precisiegeneeskunde is een opkomende benadering in de medische sector. Het is een behandeling die individueel op de patiënt gesteld wordt. Deze is momenteel onbetaalbaar voor de meesten onder ons. Maar is het niet belangrijk om net medische behandelingen te ontwikkelen die betaalbaar zijn voor het merendeel van de bevolking?

Heidi Mertes, professor in de bio-ethiek aan de UGent, vermeldt dat men tegenwoordig genetische testen op het internet kan bestellen. Met deze testen komt men te weten hoeveel risico men heeft op bepaalde ziekten. Door een bloedafname kan een risico-analyse worden uitgevoerd, waarbij nadien de resultaten in de brievenbus gedeponeerd worden. Heidi Mertes raadt deze testen af. Resultaten van genetische tests worden het best geanalyseerd door een geneticus of een arts.

Mertes somde ook enkele ethische vragen op. Stel er is een erfelijke aandoening ontdekt en de volwassene wenst hierover niets te weten, is het dan nuttig om dit in het medisch dossier te op te nemen? Of stel de patiënt komt voor een oogaandoening naar de praktijk, maar de onderzoeker stelt vast dat er een verhoogd risico is voor de ziekte van Alzheimer, is het nuttig om dit mede te delen?

Mijns inziens is het steeds noodzakelijk de patiënt te laten beslissen. Het is belangrijk dat er een klimaat van transparantie heerst tussen de arts en patiënt. Daarbij kan er voor elk onderzoek een informed consent worden getekend door de patiënt. Bijgevolg keurt de patiënt al dan niet goed dat indien er een aandoening wordt waargenomen die niet met de pathologie van de patiënt geassocieerd wordt, of deze medegedeeld mag worden door de arts. Daaruit kan de arts opmaken of hij van de patiënt al dan niet de goedkeuring krijgt om hem in te lichten. Ook indien de patiënt niets wenst te vernemen, is het noodzakelijk om dit in het medisch dossier te noteren zodat andere artsen hiervan op de hoogte van zijn. Het is dan wel belangrijk dat er vermeld wordt dat de patiënt geen weet heeft van de aandoening.

Wat ik hieruit kan besluiten is dat iedere patiënt zelf moet beslissen of hij al dan niet het risico op ziekten wenst te achterhalen. Het is persoonsgebonden en de testen zijn ook nog niet volledig op punt.

Gepubliceerd op 24-05-2016