Terug naar overzicht

Welzijn en veiligheid vrouw moeten voorop in nieuwe abortuswet

Standpunt

De abortuswet van 1990 en de wijziging in 2018 waren een grote vooruitgang voor de rechten van de vrouw en de volksgezondheid. Wereldwijd worden abortusrechten momenteel teruggeschroefd en ook bij ons botst een update van de wet op protest.

De Maakbare Mens pleit voor een aanpassing van de wet op basis van het rapport van het Wetenschappelijk Comité ter evaluatie van de abortuswet- en praktijk in België en stelt een aantal extra aandachtspunten voor waarbij de veiligheid, het welzijn en de gezondheid van de vrouw centraal staan.

Logo_De-Maakbare-Mens-zwart 800*800
Een standpunt van
De Maakbare Mens

Het maatschappelijk debat rond abortus is opnieuw actueel. De herroeping door het Amerikaanse Hooggerechtshof van het federaal grondwettelijk recht op abortus in de Verenigde Staten zorgde in 2022 voor veel beroering. Maar ook in België staat abortus nog op de politieke agenda.  

Een stukje geschiedenis 

Na een lange en hevige sociale strijd werd in 1990 de Belgische abortuswet gestemd. Die wet bepaalt dat wie een abortus uitvoert of ondergaat tot de twaalfde week na de bevruchting niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Toch bleef abortus ingeschreven in het Belgische strafrecht onder “misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid”. Met een wetswijziging in 2018 werd abortus uit het Belgische strafrecht gehaald. Daardoor is abortus niet langer een gedoogd misdrijf, maar een recht.  

De abortuswet van 1990 en de wijziging in 2018 betekenden een grote vooruitgang voor de rechten van de vrouw en de volksgezondheid. Toch dringen een aantal wijzigingen in de wetgeving zich op. Er werd ondertussen ruim 30 jaar ervaring opgebouwd in de abortuscentra. De medische kennis en praktijk evolueerden en de positie van de vrouw in de samenleving is de voorbije decennia grondig veranderd. Een wetsvoorstel van 2019 voorzag een versoepeling van de abortuswet met onder meer een uitbreiding van de wettelijk toegestane termijn voor abortus van twaalf naar achttien weken.  Dat botste meteen op fel verzet uit conservatieve hoek en bracht zelfs de regeringsvorming in 2020 in het gedrang. Om de situatie te ontmijnen werd een onafhankelijk multidisciplinair wetenschappelijk comité in het leven te geroepen. Anderhalf jaar lang verdiepten 35 academici uit de zeven Belgische universiteiten zich in de abortuswet en abortus in de praktijk. Hun rapport met aanbevelingen werd in april 2023 voorgesteld in de Kamercommissie Justitie, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.   

Studie en evaluatie van de abortuswet en -praktijk in België: voorstellen en extra aandachtspunten

De Maakbare Mens schaart zich achter de visie en de aanbevelingen in het rapport. Hieronder lichten we de belangrijkste voorstellen toe en voegen we een paar extra aandachtspunten toe.  

Verleng de termijn waarbinnen een abortus is toegestaan 

Op dit ogenblik is abortus toegelaten tot twaalf weken na de bevruchting. Jaarlijks laten in België tussen de 18 000 en 20 000 vrouwen binnen die termijn een abortus uitvoeren. Voor een aantal vrouwen is deze termijn te kort. Zij komen er pas later achter dat ze zwanger zijn of komen pas later tot hun besluit om de zwangerschap af te breken. De huidige wet voorkomt niet dat deze late abortussen plaatsvinden, maar ze zorgt wel voor bijkomende moeilijkheden en drempels voor vrouwen in deze situatie. Sommigen nemen hun toevlucht tot onveilige en illegale abortusmethoden. Anderen zien zich genoodzaakt in het buitenland hulp te zoeken. Jaarlijks gaan tussen de 330 en 800 Belgische vrouwen naar Nederland voor een late abortus. Dit brengt extra kosten en organisatorische moeilijkheden met zich mee. Op die manier wordt ongelijkheid in de hand gewerkt, en raken net de meest kwetsbare vrouwen uitgesloten van de mogelijkheid tot een late abortus. Een verlenging van de termijn waarop vrouwen in België een abortus kunnen hebben, zorgt dus voor meer veiligheid en rechtvaardigheid.  

Om te bepalen welke zwangerschapsduur zich leent tot abortus, is kennis over de ontwikkeling van de foetus tijdens de zwangerschap belangrijk. Een foetus is levensvatbaar vanaf 24 weken na de bevruchting. Ergens tussen de 22 en 26 weken zwangerschap wordt een foetus gevoelig voor pijn. Om deze redenen ligt een abortus na deze termijn een stuk moeilijker.    

Rekening houdend met de ontwikkeling van de foetus enerzijds en de nood van een aantal vrouwen aan een late abortus anderzijds, is het voorstel om de wettelijk toelaatbare termijn voor abortus op te trekken van twaalf naar achttien of twintig weken.   

Dit vraagt een wetswijziging, maar ook aanpassingen op het terrein. De abortuscentra zijn momenteel niet voorzien op zwangerschapsafbreking na twaalf weken. Zo zullen nieuwe faciliteiten nodig zijn, bijvoorbeeld de mogelijkheid tot volledige verdoving en overnachting. Ook voor de medewerkers van de abortuscentra brengt dit verandering. Zij zullen zich moeten beroepen op expertise uit het buitenland en bijkomende opleiding moeten volgen.  

Schrap de verplichte wachttijd 

Binnen de huidige wet is er een verplichte wachttijd van zes dagen tussen de eerste raadpleging bij het abortuscentrum en de uitvoering van de abortus. Deze wettelijke verplichting lijkt te suggereren dat vrouwen niet in staat zijn om zelf te bepalen of en hoeveel bedenktijd ze nodig hebben. Vrouwen die heel zeker zijn van hun beslissing vinden deze wachttijd ondraaglijk. Het brengt een vaak onnodige vertraging van de uitvoering van de abortus met zich mee. Een vroege abortus geniet nochtans de voorkeur zowel om psychologische, ethische als medische redenen. Bovendien is de wachttijd een probleem als het einde van de twaalf weken zwangerschap in zicht komt. De verplichte wachttijd kan dus beter geschrapt worden. Zo kunnen vrouwen in samenspraak met de hulpverlening zelf bepalen hoeveel tijd ze nodig hebben om tot een weloverwogen beslissing te komen.  

Pas de informatieplicht aan  

De huidige wet verplicht de zorgverleners om zwangere vrouwen te informeren over de mogelijkheid tot adoptie en over de bijstand die wordt verleend aan alleenstaande moeders. Deze informatie is niet altijd zinvol of aangepast aan de situatie van de individuele vrouw. De informatieplicht kan dus beter worden geschrapt. De betrokken hulpverlener is best geplaatst om in te schatten welke informatie de vrouw in kwestie nodig heeft en welke niet.  

Decriminaliseer de vrouw volledig 

In theorie kan een vrouw een boete of een gevangenisstraf oplopen, wanneer zij een abortus uitvoert of ondergaat die niet conform de regelgeving is. In de praktijk wordt dit niet toegepast. De nieuwe abortuswet kan dus beter duidelijkheid bieden en abortus expliciet decriminaliseren voor de vrouw. Op die manier kan zij in geen geval strafrechtelijk worden vervolgd.  

Het volgen van de voorwaarden en regelgeving voor abortus is de taak van de professionele zorgverleners. Indien zij de regels niet correct naleven, kunnen zij wel worden vervolgd. Hiervoor moeten specifieke sancties worden uitgewerkt.    

Aandacht voor kwetsbare groepen  

Een heikel punt binnen de huidige praktijk van abortus is de financiële drempel. Voor de meest kwetsbare vrouwen, waaronder vluchtelingen, daklozen of vrouwen zonder papieren, kan het financiële luik een onoverkomelijke drempel vormen. Dit moet vermeden worden. Door abortus gratis te maken of automatisch te erkennen als dringende medische hulp. In dat geval komt de federale overheid tussen in de kosten voor vrouwen zonder wettig verblijf. De Maakbare Mens vraagt om tegelijk aandacht te hebben voor vrouwen in een kwetsbare positie die willen kiezen voor behoud van hun zwangerschap. Ook zij moeten de nodige ondersteuning krijgen. Enkel op die manier is er sprake van zelfbeschikking en echte keuzevrijheid.  

Minderjarigen die om een abortus vragen, vormen eveneens een kwetsbare groep. Een aantal van hen willen niet dat hun ouders op de hoogte worden gebracht. Wanneer de arts de inschatting maakt dat de minderjarige in staat is tot redelijke beoordeling van haar belangen, dan moet deze wens ook worden ingewilligd. Momenteel is dit in de praktijk al vaak het geval, maar het staat nog niet ingeschreven in de wet.  

De Maakbare Mens ziet nog meer vrouwen in een kwetsbare positie die extra aandacht verdienen. Zo is het noodzakelijk dat abortuscentra vlot toegankelijk zijn voor vrouwen met een fysieke of een mentale beperking. Het gaat dan over toegankelijkheid van de gebouwen. Maar even goed over informatie op maat van de vrouw in kwestie, rekening houdend met haar medische achtergrond.  

Tenslotte vraagt De Maakbare Mens aandacht voor vrouwen die zwanger zijn geworden na seksueel geweld. Zij hebben nood aan trauma-sensitieve zorg bij hun vraag naar abortus. Een samenwerking tussen de abortuscentra en de zorgcentra na seksueel geweld zou zinvol zijn.  

Abortus als gezondheidszorg  

Door abortus de status van gezondheidszorg toe te kennen, zal de betrokken vrouw meer rechtszekerheid krijgen. De wet inzake de rechten van de patiënt is dan van toepassing, net als de wet inzake kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg. Dat maakt de rechten en plichten van de vrouw, als patiënt, en van de zorgverlener duidelijker.  

Verheldering van het luik abortus om medische redenen 

Ook binnen de huidige wet is abortus na twaalf weken mogelijk, als daar medische redenen voor zijn. Dat kan als er ernstig gevaar is voor de gezondheid van de zwangere vrouw of wanneer het kind bij geboorte zou lijden aan een zware en ongeneeslijke aandoening. De abortuswet van 1990 heeft dit al vrij goed uitgewerkt, maar verduidelijking is wel nodig. 

Zo is het belangrijk te vermelden dat de gezondheid van de zwangere vrouw niet enkel betrekking heeft op haar fysieke, maar ook op haar mentale gezondheid.  

Het besluitvormingsproces om al dan niet over te gaan tot een late abortus om medische redenen verdient extra aandacht. In de huidige praktijk zijn er in elk geval twee artsen betrokken en heel vaak wordt er overlegd met een multidisciplinair team. De stem van de zwangere vrouw is van cruciaal belang in dat besluitvormingsproces. Dit mag wat nadrukkelijker worden verankerd in een nieuwe abortuswet.  

Blijven inzetten op preventie 

Op vlak van preventie doet België het al goed. Het abortuscijfer in België is 8,8. Dit betekent dat 8,8 op 1000 vrouwen in de vruchtbare leeftijd kiezen voor een abortus. Dit is een laag cijfer in vergelijking met het Europese gemiddelde van 18 en het mondiaal gemiddelde van 39. Toch kan het altijd beter.  

Om ongewenste zwangerschappen te voorkomen zou het goed zijn om de financiële tegemoetkoming voor langwerkende anticonceptie uit te breiden naar vrouwen boven 25 jaar. Dan gaat het om anticonceptie zoals spiraaltjes of implantaten. De Maakbare Mens stelt voor om meteen ook de noodpil gratis aan te bieden.  Daarnaast kan het zinvol zijn om een versoepeling te voorzien van de procedures voor het gebruik van medicamenteuze zwangerschapsafbreking in een vroeg stadium. Zeker in deze gevallen moet er verder werk worden gemaakt van self-managed abortus of abortus op afstand met bijvoorbeeld telefonische begeleiding. 

 Tot slot 

De lange historische strijd die is voorafgegaan aan de eerste abortuswet in België, viel samen met de strijd om een betere positie van de vrouw in de samenleving. Op die manier is abortus een symbool geworden voor gelijke rechten en zelfbeschikking van de vrouw. Wereldwijd worden abortusrechten momenteel teruggeschroefd. Het is dan ook nu, meer dan ooit, nodig om onze stem te laten horen. 

De Maakbare Mens ijvert voor een doordacht abortusbeleid. Een beleid dat bijdraagt aan de veiligheid, het welzijn en de gezondheid van vrouwen of koppels die geconfronteerd worden met ongewenste zwangerschap. Het rapport dat door het wetenschappelijk comité werd opgesteld vormt alvast een goede basis voor een nieuwe abortuswet in België. We hopen dan ook dat er snel werk wordt gemaakt van een nieuwe wet.  

Gepubliceerd op 16-11-2023

Bekijk ook even dit:

Je winkelmand is leeg.